Ransuil klein Ton Bos

De uilenwerkgroep van de Natuur- en Vogelwerkgroep richt zich op alle uilen binnen de waard. We voeren inventarisaties uit van de aantallen en verspreiding van de diverse soorten, bepalen het broedsucces (nu alleen bij de steenuil), we bieden nestgelegenheid aan (nestkasten) waar dat nodig is en we geven informatie en advies.

In de Krimpenerwaard komen vier uilensoorten voor: de bosuil, de ransuil, de steenuil en de kerkuil.

De meeste aandacht van de uilenwerkgroep gaat uit naar de steenuil. In het Plan van Aanpak staat beschreven wat we willen bereiken en hoe we daar aan werken. De steenuil stellen we centraal omdat die in de verdrukking zit, typerend is voor een kleinschalig en ook voor mensen aantrekkelijk platteland en met gerichte maatregelen goed lijkt te beschermen. De bosuil heeft onze hulp nauwelijks nodig. De kerkuil komt in de Krimpenerwaard momenteel bijna niet voor en we ondernemen voor deze soort momenteel geen specifieke actie. In de Nieuwsbrief van maart 2013 lichten we dit toe.

Voor de ransuil zijn weinig specifieke maatregelen te verzinnen. Belangrijk zijn muizenrijke ruigten dus de soort kan profiteren van natuurherstelmaatregelen die her en der in de Krimpenerwaard al worden genomen.

Terug naar de steenuil. Die heeft een voorkeur voor wat ‘rommelige’ erven, met hoogstamboomgaardjes, groepen oude knotwilgen, houtstapels, oude open schuurtjes en ruigtes. Vroeger was de steenuil algemeen in onze waard maar tegenwoordig heeft de soort het moeilijk. Veel hoogstamboomgaarden, ‘overhoekjes’ en oude schuurtjes zijn verdwenen, er verschijnt nieuwe bebouwing zonder geschikte holten en gaten en het platteland is drukker geworden. Steenuilen broeden nog voornamelijk in de oostelijke helft van de Krimpenerwaard, langs de Lek, de Vlist en de Hollandsche IJssel. Gelukkig lijkt de stand nu redelijk stabiel, met 12-18 broedparen. Dit ondanks vier koude winters tussen 2009 en 2013. Steenuilen kunnen een paar dagen zonder eten, maar winters met veel vorst en sneeuw zijn niet gunstig. We hebben dan ook goede hoop dat met een serie milde winters zoals in de jaren 1998-2006 de stand kan toenemen, met de hulp van bewoners. Ook nu al maken bewoners hun erven geschikter voor deze uil, door het plaatsen van nestkasten, het aanleggen van takkenwallen (‘rillen’), door delen van het erf wat minder op te ruimen en natuurlijk door het herplanten van hoogstamfruitbomen en knotwilgen, de favoriete nestbomen.

In de winter van 2013/2014 hebben we de gegevens van zeven jaar steenuilenwerk op een rij gezet. Zie hiervoor de Nieuwsbrief. We hebben besloten om in de meest geschikte steenuilgebieden opnieuw met bewoners te proberen om het de steenuil beter naar de zin te maken. In de Nieuwsbrief van maart 2014 staat beschreven hoe we dat willen gaan doen. Het is goed mogelijk om met gerichte maatregelen ook moderne erven geschikt te maken voor steenuilen. Punt van aandacht is wel de bosuil, omdat die steenuilen af kan schrikken en soms ook oppeuzelt. Met 40-45 paar is de bosuil dus een factor van belang. We raden af om bosuilkasten te plaatsen in gebieden die geschikt zijn voor steenuilen.

Mocht u zelf maatregelen willen nemen om uw tuin, erf of land geschikter te maken voor steenuilen, neem dan even contact met ons op.

Tot slot, we stellen het op prijs als u waarnemingen van uilen aan ons doorgeeft (per e-mail) of invoert op: krimpen.waarneming.nl. Dan zien we de waarnemingen vanzelf. Andersom kunt u op die site eenvoudig opzoeken waar uilen in de Krimpenerwaard worden waargenomen.

Foto header: ransuil door Ton Bos