Ouderkerkse plantenkenner: ‘Bermbeheer kan bijdragen aan biodiversiteit’

BERKENWOUDE/OUDERKERK A/D IJSSEL • Het bermenbeheer in de Krimpenerwaard verdient meer aandacht, vindt plantenkenner Stef van Walsum.

Bijna dagelijks fietst Van Walsum (23) langs misschien wel de mooiste berm van de Krimpenerwaard. Die ligt naast een fietspad langs de Oude Wetering tussen Ouderkerk en Berkenwoude. Dikwijls stapt hij af om de planten van dichtbij te bekijken. “Het is een ontzettend soortenrijke berm”, zegt de Ouderkerker enthousiast. “Scherpe boterbloem, grote ratelaar, koekoeksbloem; ze staan er allemaal. Laatst ontdekte ik zelfs de velddravik, een soort die op de Rode Lijst van bedreigde soorten staat.”

Dat er zo veel verschillende planten in de bijna twee kilometer lange berm groeien, is volgens Van Walsum het resultaat van twintig jaar goed bermbeheer. “Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard maait deze berm twee keer per jaar. Het maaisel halen ze na een paar dagen weg, om te voorkomen dat voedingsstoffen in de grond belanden. De bodem is daardoor in de loop der jaren verschraald. Snelle groeiers als Engels raaigras, fluitenkruid, raapzaad en glanshaver voelen zich in wat voedselarmere situaties niet thuis waardoor ruimte vrijkomt voor andere soorten.”

Klepelen
Toch kiezen veel beheerders nog altijd voor om bermen te klepelen. “Bij deze methode blijven plantenresten na het maaien liggen en wordt de bodem beschadigd.” Van Walsum’s advies is om hooilandbeheer toe te passen, de methode waar het waterschap jaren geleden voor koos. “Het kost tijd, maar je krijgt er een fantastische soortenrijkdom voor terug. En je bent als beheerder goedkoper uit, want je hoeft minder vaak te maaien. Bloemrijke bermen zijn bovendien super belangrijk voor de biodiversiteit. In een versnipperd landschap functioneren ze als stapstenen voor allerlei soorten planten en insecten.”

Van Walsum, die in het laatste jaar van zijn opleiding Landscape & Enviroment Management zit, loopt momenteel stage bij Het Zuid-Hollands Landschap. De natuurorganisatie realiseert in de Krimpenerwaard een stukje van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). “Ik breng de vegetatie op hun percelen in kaart en kijk waar kansen voor kruidenrijk grasland liggen. Best lastig, want de grond is door jarenlange bemesting heel voedselrijk. Door te stoppen met die bemesting en de gebieden te vernatten wordt de uitgangssituatie al veel beter. Heel interessant om te kijken hoe het uit gaat pakken.”

Plantenbijbel
Jaren geleden tijdens zijn studie bos- en natuurbeheer raakte hij geïnteresseerd in planten. “Ik had een leraar die er ontzettend enthousiast over kon vertellen. Hij heeft me een beetje aangestoken. Elk vrij uurtje ging ik naar buiten om planten te zoeken en te fotograferen.” In het veld heeft hij altijd de ‘plantenbijbel’ op zak, om soorten te herkennen. “De Krimpenerwaard is eigenlijk niet eens zo’n heel interessant gebied voor plantenkenners. Het leuke is dat het gebied nooit goed is onderzocht. Je loopt dus al snel tegen ‘nieuwe’ soorten aan.”

Als lid van de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard geeft Van Walsum regelmatig excursies en lezingen. Hij deelt zijn kennis graag, ook over bermbeheer. “Naast dat ik het leuk vind om mensen te informeren, is het ook belangrijk. Het gaat namelijk niet goed met de natuur. Als ik kan bijdragen aan het herstel van de natuur, doe ik dat graag.”

Floris Bakker

Bron; https://www.hetkontakt.nl/regio/krimpenerwaard

Pimpelmezen niet voeren

In het vroege voorjaar van 2020 ontving het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) van de Universiteit Utrecht meerdere meldingen van zowel dode als zieke pimpelmezen. Het aantal meldingen van dode pimpelmezen is weliswaar laag, maar het is opvallend dat sommige melders aangeven dat er meerdere, tot wel tien stuks, dode pimpelmezen zijn gevonden in korte tijd.

De zieke pimpelmezen zitten bol, zijn suf en zijn hun schuwheid verloren. Ze kunnen tot op zeer korte afstand worden benaderd. Een aantal mensen meldt ook dat de snavel er vies uitziet. Ook in Duitsland zijn recent meer dode pimpelmezen gezien: er is een NOS bericht verschenen over een verhoogd aantal dode pimpelmezen. Ook in de Duitse media is een bericht verschenen.

Onderzoek

In de afgelopen weken heeft DWHC vijf dode pimpelmezen kunnen onderzoeken. Vier dieren hadden een longontsteking, het vijfde dier was ongeschikt om goed te kunnen beoordelen. Het is (nog) niet duidelijk waardoor de longontsteking is veroorzaakt. Opvallend is dat alle vijf  mezen mager waren, ondanks het feit dat de vogels (deels) bijgevoerd werden.

Hygiëne bij voeren

Het is nog geheel onbekend wat de mezensterfte veroorzaakt. Omdat het mogelijk om een infectieziekte zou kunnen gaan, is het belangrijk om te voorkomen dat vogels elkaar direct of indirect via een voer/drinkplek besmetten. Als er sprake is van vogelsterfte in je tuin, haal dan de voer- en/of drinkbakken weg.

Foto: Peter Stam

Oranjetipjes zijn weer te zien

Het oranjetipje is te vinden in het Loetbos, het EZH-bos en het Krimpenerhout. Iets ten noorden van de Krimpenerwaard kun je hem zien in het Goudse Hout.
Het is echt een voorjaarsvlinder. Volgens De Vlinderstichting is het een makkelijk te herkennen vlinder, maar dat geldt voor de mannetjes, met zijn oranje vleugeluiteinden. Het vrouwtje, van bovenaf gezien, lijkt veel op een koolwitje. Vlinders hebben waardplanten; dit zijn planten waar de rups van eet. Meestal zet de vlinder ook zijn eitjes af op deze plant. Sommige vlinders hebben maar één waardplant. Wanneer deze plant verdwijnt, verdwijnt ook de vlinder. Het oranjetipje is gelukkig minder kieskeurig. De waardplanten van het oranjetipje zijn kruisbloemigen, zoals pinksterbloem, look zonder look, judaspenning, reseda, scheefkelk en damastbloem. De pinksterbloem is absoluut zijn favoriet. Hij eet niet de gehele pinksterbloem, maar alleen het zaad. De eitjes worden afgezet op planten die veel bloemen en bloemknoppen hebben, met het vooruitzicht op veel zaad dus. Een goede planner, dat oranjetipje.
De rups wordt ongeveer drie centimeter lang en is onopvallend. De pop lijkt op een stekel en zo overwintert het oranjetipje. In april en mei komen de poppen uit. De vlinders drinken alleen nectar. Mannetjes komen iets eerder uit en gaan hard op zoek naar een vrouwtje.

Foto: Man oranjetipje door Gert Blom

Vrouw oranjetipje, foto: Harry Verkerk
Man oranjetipje, foto: Harry Verkerk

COVID-19 en de NVWK

In verband met de uitbraak van het Coronavirus is de NVWK genoodzaakt om de Algemene ledenvergadering, de lezingen, de vogelcursus en de excursies uit te stellen tot nader order. Afstand houden tot elkaar is essentieel in het onderdrukken van het Coronavirus. Dat kan niet genoeg benadrukt worden.
Wat we wel nog steeds kunnen doen is genieten en waarderen van wat de natuur ons biedt. Met inachtneming van de maatregelen van de rijksoverheid kunnen broedvogelmonitoringprojecten en wintervogeltellingen doorgang vinden. De vogeltrektelpost ‘De Hoekse Sluis’ mag alleen in kleine groepen bemand worden.
Het bestuur van de NVWK wenst iedereen veel sterkte in deze moeilijke en spannende tijd.

8 tips tegen droogte in je tuin

Het is weer gortdroog in de natuur en in de tuin. De bodem is niet eerder zo droog geweest. Slechts 2 jaar na het vorige droogterecord ziet het er nu alweer somber uit. Terwijl de zomer nog moet beginnen. Hoe loods je je planten door deze droogte? En hoe help je de dieren in je tuin te overleven? Boswachter Mathiska geeft 8 tips om te voorkomen dat je tuin in een woestijn verandert.

Ontvang de gratis actiekrant met de tuintips van Mathiska in je mailbox

1. Vang regenwater op

Het is eigenlijk zonde om drinkwater te gebruiken voor je tuin. Planten doen het prima of zelfs beter op regenwater doordat er minder kalk in zit. En het is nog gratis ook! Als je nu aan de slag gaat, staat alles mooi klaar voor de eerstvolgende stortbui.

Vang het regenwater op in een regenton, wadi of vijvertje. Er zijn zelfs schuttingen waar je water in op kan vangen. In de koelere uurtjes haal je met een gieter het water uit de ton en verdeel je het over je dorstige planten. Een wadi is een lager stukje in je tuin waar het regenwater naartoe kan bij een flinke stortbui. Het water kan hier rustig in de grond wegzakken. Je maakt zelf een wadi door een stukje tuin af te graven. Als je de ruimte hebt kun je het water naar een schaduwrijk plekje leiden. Daar verdampt het water minder snel.

2. Maak een groen dak

Kijk eens goed in je tuin of je ergens een dak kunt vervangen door een groen dak. Bijvoorbeeld het dak van een schuurtje, fietsenhok, houthok of het afdak boven je afvalcontainers. Heel geschikte planten voor een groen dak zijn sedums. Zij slaan regenwater op en kunnen extreem goed tegen de hitte. Zo’n sedumdak ziet er niet alleen mooi uit. Je helpt er ook de vlinders en bijen mee. Je kunt de boel natuurlijk ook laten begroeien met klimop of een ander stel klimmers. Dat levert dan ook weer mooie nestgelegenheid op.

Merel maakt nest in de klimop

Agnes van Steijn; veilig in de klimop

3. Plant een boom

Een boom geeft schaduw en de grond eronder zal veel minder snel uitdrogen. Dat kan wel 10 graden schelen. Plant het liefst een boom van hier met een goede diepe penwortel. Denk aan een eik of esdoorn. Die halen vocht uit het diepere grondwater en dan blijft er voldoende water over voor het gras dat veel meer aan de oppervlakte wortelt. De mens maakte vroeger zelf zonwering met leilindes. De bomen werden zo gesnoeid dat de zon niet op de boerderij scheen. Overigens zijn ook andere bomen te leiden, zoals een peer of kers. Heb je geen zin in een boom maak dan een pergola, muur of een afdak waar klimmers overheen kunnen groeien.

4. Mag het een steentje minder?

Vervang de stenen van het terras door kiezels of andere halfverharding. Het water kan dan beter wegzakken in de grond. Of maak wat ruimte tussen de stapstenen van je pad. Leg de tegels van je tuinpad zo’n 5 centimeter uit elkaar en zet er plantjes tussen. Kies voor soorten die bijen en vlinders aantrekkelijk vinden: wilde tijm, kruipend zenegroen of sedum. Staat mooi en regenwater kan ook gemakkelijker de grond in. Probeer het oppervlakte stenen in je tuin zo laag mogelijk te houden. Dat scheelt echt een stuk qua warmte.

5. Red je gazon

Gras heeft ondiepe wortels en is dus erg afhankelijk van een regenbui. Met al die warme en droge periodes krijgt het gras het steeds moeilijker. Misschien toch tijd om definitief afscheid te nemen van de uniforme grasmat en er wat meer variatie in aan te brengen. Planten als klaver, tijm, ooievaarsbek of madelief kunnen veel beter tegen de droogte. En ze hebben veel minder water nodig en dat scheelt weer een hoop sproeien. Wat ook helpt om minder water te verbruiken is minder maaien. Als het heel droog is, heeft het gras extra water nodig en dat is er juist niet. Wacht even met een maaibeurt tot je weet dat er een klein buitje valt.

6. Stoere planten redden zich wel

Sommige planten redden het gewoon niet met al die droogte. Zeker niet op plekken waar het heel zonnig is. Kies daarom voor planten die goed tegen de hitte kunnen, zoals duifkruid, rode spoorbloem, klimop en mediterrane tuinkruiden. Dit soort planten hebben een dikke, vettige of viltige huid die hen beschermt tegen warmte en uitdroging. Vlak na de aanplant help je ze op weg door ze regelmatig te besproeien. Als zij met hun penwortel bij de diepere grondwaterlagen zijn, is dat niet meer nodig.

Aardhommel in tuin

Andries de la Lande Cremer; aardhommel zoekt nectar bij een kogeldistel

7. Bedek de bodem

Zorg dat de bodem niet uitdroogt door een laag compost of maaisel op de kale grond te strooien. Spitten is niet nodig, dat droogt de bodem alleen maar uit. Je kunt er ook een bodembedekker laten groeien. Of laat wat tuinafval tussen je planten laten liggen. Knip takjes en bladeren fijn en de wormen, pissebedden en andere opruimers doen de rest. Onkruid krijgt zo ook minder kans. Voor merels, heggenmus en roodborst is zo’n strooisellaag een gedekte tafel vol lekkere insecten en spinnetjes.

8. Help dorstige dieren

Niet alleen de planten hebben dorst. Ook de dieren in je tuin hebben water nodig om te drinken en af te te koelen. Je kunt op beschutte plekken waterschalen neerzetten. Zet ze niet in de volle zon want dan drogen ze snel weer op. Vogels badderen ook graag en dus is het fijn als er een steen is waar ze veilig op kunnen staan om te badderen. Voor egels en andere zoogdieren is het juist belangrijk dat ze goed bij het water kunnen. Zorg dus voor een lage rand waar ze gemakkelijk overheen klimmen. Als je de ruimte hebt kun je een vijvertje aanleggen.

Roodborst

Trix Lindeman; roodborst neemt een badje

Meer planten en dieren in je tuin?

Wij kunnen niet zonder natuur. En de natuur kan niet zonder ons. Geef dieren en planten meer ruimte. Ga voor groei, begin in je eigen tuin of op je balkon. Zet je tuin in bloei met de tuintips van Mathiska uit de actiekrant.

Bron: https://www.natuurmonumenten.nl/nieuws/8-tips-tegen-droogte-je-tuin

Provincie wil inzet op verduurzaming landbouw verbreden en versnellen

De provincie Zuid-Holland gaat de komende jaren samen met de landbouwsector aan de slag om verduurzaming van de sector verder vorm te geven. Dat staat in de notitie Vitale landbouw die Gedeputeerde Staten hebben vastgesteld. Gedeputeerde Adri Bom-Lemstra (Land- en tuinbouw): “In de Zuid-Hollandse landbouw worden hiervoor al veel innovaties ingezet, bijvoorbeeld op het gebied van bodemdaling, kringlooplandbouw en biodiversiteit. Die praktijkkennis willen we breder gaan toepassen.”

In de notitie Vitale landbouw geven Gedeputeerde Staten hun perspectief op een vitale landbouwsector in 2050 en de benodigde stappen om daar te komen. Focus ligt daarbij op akkerbouw en melkveehouderij. Zij staan voor grote uitdagingen. Denk aan bodemdaling, of aan klimaatverandering met zowel wateroverlast als toenemende droogte. Daarnaast moet de sector aan de slag met het verminderen van emissies als stikstof en CO2. Tegelijkertijd moeten boeren ook een goede boterham kunnen blijven verdienen.

Sectortafel Landbouw

Kernbegrippen in de notitie zijn kringlooplandbouw, ruimte voor biodiversiteit, water en landschap, een grotere plek voor een regionaal voedselsysteem en economische vitaliteit. De provincie werkt hier al langere tijd aan. Bekende voorbeelden zijn het netwerk Voedselfamilies, Groene Cirkels en de ondersteuning van het Veenweiden Innovatiecentrum. In de notitie doen GS(Gedeputeerde Staten) een voorstel om de verduurzaming van de landbouw te versnellen en op te schalen. Daarvoor wil de provincie onder andere de samenwerking in Rijksprogramma’s intensiveren en aan de slag met een gebiedsgerichte aanpak.

De provincie doet dat niet alleen: er wordt een sectortafel Landbouw opgericht om deze aanpak met de sector verder vorm te geven. Bom-Lemstra: “Dit is dan ook een notitie op hoofdlijnen. We gaan samen met de sector bepalen hoe we diverse vraagstukken oppakken. En vooral: hoe we dat in samenhang gaan doen. Stikstof, bodemdaling, biodiversiteit. Er komt nogal wat op de sector af. Duidelijke en haalbare doelen, afspraken voor de lange termijn en met oog voor de hele keten zijn daarbij van groot belang.”

Bron: https://www.zuid-holland.nl/actueel/nieuws/mei-2020/provincie-inzet-verduurzaming-landbouw-verbreden

Klimaatbestendig bouwen? De site ‘bouw-adaptief’ helpt je op weg

De pioniers van het Zuid-Hollandse convenant(Overeenkomst) ‘klimaatadaptief bouwen’ hebben hun leidraad, kennis en voorbeelden gebundeld op de site ‘Bouw Adaptief’ die op 28 mei wordt gelanceerd.

Oorkonde ‘Bouwt Adaptief’

‘Klimaatbestendig bouwen wordt het nieuwe normaal’, dat is de ambitie van het convenant(Overeenkomst). Met de lancering van de site breekt een nieuwe fase aan. De uitgangspunten zijn ontwikkeld, nu is het tijd voor de praktijk. Op 28 mei komen alle partners van het samenwerkingsverband (online) bij elkaar om dat te vieren, aangemoedigd door Deltacommissaris Peter Glas. BAM Wonen, DuraVermeer, Stebru en de gemeente Alphen aan den Rijn ontvangen als eerste de nieuwe “Bouwt Adaptief” oorkonde voor partijen die klimaatadaptief bouwen al in de praktijk toepassen.

“Het is mooi dat klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland het nieuwe normaal wordt”, stelt gedeputeerde Anne Koning (wonen). De komende jaren worden veel huizen gebouwd. Daarin willen we prettig kunnen wonen als weersextremen zoals hitte en hoosbuien toenemen. Daarom hebben we nu heldere uitgangspunten nodig. Zo kunnen we in Zuid-Holland zowel snel als toekomstbestendig bouwen!”

Welkom nieuwe deelnemers

Tijdens de bijeenkomst sluiten 5 nieuwe partijen zich aan bij het convenant: de gemeenten Hoeksche Waard, Gouda, Westland en Hendrik-Ido-Ambacht. Rioned sluit aan als speciale samenwerkingspartner.

Wilt u zich ook aansluiten bij de koplopers klimaatbestendig bouwen, kijk dan op www.bouwadaptief.nl.

Bron: https://www.zuid-holland.nl/actueel/nieuws/mei-2020/klimaatbestendig-bouwen-site-bouw-adaptief-helpt/

Valuta voor Veen: mogelijk 1515 ton minder CO2-uitstoot in polder de Nesse

Lage grondwaterpeilen, veelal ten behoeve van landbouwactiviteiten, leiden tot uitdroging en oxidatie van veengronden. Hierdoor vindt bodemdaling en CO2-emissie plaats. Dit is effectief tegen te gaan door grondwaterstanden te verhogen. De hierdoor verminderde CO2-emissie kan dan als CO2-compensatie verhandeld worden. In de Zuid-Hollandse polder ‘de Nesse’ gaat hiermee (in samenwerking met het Zuid-Hollands Landschap) een proef worden genomen. Agrarisch gebied heeft hier een natuurfunctie gekregen, waarvoor het grondwaterpeil verhoogd wordt. Er is hier een geschatte potentie om de CO2-emissie met 1515 ton per jaar te verminderen.

‘Veen’ klinkt wel ouderwets en dat is het ook. Typische Nederlandsche weidegebieden bestaan voor een groot deel uit ‘veen’. Dat bestaat uit duizenden jaren oude, metersdikke lagen plantenresten die nog niet verteerd zijn doordat ze nat gebleven zijn. Vroeger werd veen ‘gestoken’ en werd het te drogen gelegd. De droge vorm van ‘veen’ is ‘turf’ dat goed brandt in kachels. Dit gebeurt gelukkig allang niet meer, want het branden van turf is milieuvervuilend. Toch kan het nog beter!

Bodemdaling en veenoxidatie
In de provincie Zuid-Holland bestaat het grondgebied voor ruim 25% uit veengronden die zeer gevoelig zijn voor bodemdaling door veenoxidatie. Door het Planbureau voor de Leefomgeving is uitgerekend is dat de totale CO2-uitstoot uit het Groene Hart door veenoxidatie en bodemdaling gelijk staat aan de totale CO2 uitstoot door energiegebruik van alle woningen in dit gebied. De bodemdaling en veenoxidatie wordt met name veroorzaakt doordat het waterpeil in deze gebieden (steeds verder) wordt verlaagd ten behoeve van de landbouw. Door deze ontwatering droogt het veen steeds verder uit, breekt het uiteindelijk af en daalt de bodem. In Zuid-Hollandse Veengronden is de bodemdaling soms wel 1cm per jaar. Per mm bodemdaling komt per jaar gemiddeld 2.2 ton CO2 per ha vrij. Bij 1cm bodemdaling leidt dit dus tot 22 ton CO2-emissie per ha per jaar.

Valuta voor Veen
Samen met andere partners is de Green Deal Nationale Koolstofbank (GDNK) opgericht. Dit is een organisatie die officiële CO2-certificaten uitgeeft aan partijen die vrijwillig hun CO2-emissies verminderen. De certificaten worden voor de proeftuin De Nesse pas uitgegeven nadat de deskundige commissie binnen de GDNK goedkeuring heeft gegeven aan de te gebruiken methodiek en het projectplan voor de proeftuin, waarin onder andere de onafhankelijke monitoring van CO2-emissies wordt gewaarborgd. Als in de praktijk blijkt dat de verwachte CO2-besparing daadwerkelijk plaatsvindt, kunnen de CO2-certificaten via een CO2-bank worden verhandeld aan geïnteresseerde partijen en bedrijven. Eén van de inmiddels door beoordelingscommissie goedgekeurde methodieken is ‘Valuta voor Veen’ met peilverhoging op ‘puur’ veengronden. Dit betekent dat beperking van de CO2-emissie door waterpeilverhoging in ‘puur’ veengebieden in aanmerking kan komen voor de CO2-certificaten. De afgelopen twee jaar is deze methodiek in Friesland succesvol door onze collega’s toegepast.

Weidevogels in de Nesse
De NMZH en Zuid-Hollands landschap willen dit nu ook in Zuid-Holland in de praktijk brengen in polder ‘de Nesse’ in de Krimpenerwaard. Het Zuid-Hollands landschap is eigenaar van ‘de Nesse’. Dit gebied van 259ha had vroeger een agrarische bestemming, maar het Zuid-Hollands landschap heeft stappen ondernomen om het gebied een natuurdoelstelling te geven. Hier moeten de biodiversiteit toenemen en weidevogelkolonies kunnen broeden en leven. De NMZH heeft als initiatiefnemer van ‘Valuta voor Veen’ in de Nesse berekend dat deze polder een geschatte potentie heeft om de CO2-emissie met 1515 ton per jaar te verminderen door het waterpeil met 15 cm te verhogen. Als de verwachte CO2-besparing daadwerkelijk in de praktijk aangetoond wordt, dan zullen de CO2-certificaten die met het project verdiend kunnen worden, via de CO2-bank Zuid-Holland verhandeld kunnen worden. De opbrengsten zullen dan ten goede komen aan onderhoud en beheer van het natuurgebied ‘de Nesse’. Daarnaast kan de opbrengst gebruikt worden om de natuurfunctie in ‘de Nesse’ nog robuuster te maken. Zo kan 15 cm waterpeilverhoging leiden tot een enorme ‘impuls’ voor de natuur. Het project is nog in de verkennende fase, maar wij verwachten nog dit jaar daadwerkelijk ‘Valuta voor Veen’ toe te kunnen passen in ‘de Nesse’. We verwachten dat daarna nog veel projecten in Zuid-Holland zullen volgen. Daarnaast zijn wij bezig om de methodiek voor ‘Valuta voor Veen’ met peilverhoging op ‘puur’ veengronden door te ontwikkelen voor klei-op-veengronden in combinatie met drukdrainage.

Bron: https://milieufederatie.nl/nieuws/polder-de-nesse-valuta-voor-veen/

Nieuwe datum inwerkingtreding Omgevingswet: 1 januari 2022

De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is opnieuw uitgesteld. De Omgevingswet treedt nu (naar verwachting) op 1 januari 2022 in werking. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen dan o.a. de Wet ruimtelijke ordening en de Wet natuurbescherming (voorheen Flora- en faunawet) te vervallen. Regels over de leefomgeving (o.a. ruimtelijke ordening en natuurbescherming) komen dan in de Omgevingswet. Informatie over de Omgevingswet is te vinden op: www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl of www.omgevingswetportaal.nl”. Ter informatie hieronder het nieuwsbericht van 20 mei 2020 over de datum van inwerkingtreding de Omgevingswet. De documenten waarnaar in het nieuwsbericht wordt verwezen zijn ter informatie bijgevoegd.

“Het Rijk en de koepels van gemeenten, provincies en waterschappen hebben overeenstemming bereikt over een nieuwe datum voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met de datum van 1 januari 2022 willen zij extra tijd en ruimte bieden voor een goede invoering van de wet. Dat meldt minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een brief aan beide Kamers.

In een gezamenlijke verklaring bij de Kamerbrief onderschrijven het Rijk en de koepels dat de nieuwe datum voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet wenselijk en realistisch is.

Het Rijk en de koepels hebben zorgvuldig gekeken naar de voortgang van de wet- en regelgeving, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en de implementatie van de Omgevingswet. Hierbij zijn zij niet over één nacht ijs gegaan. Er kan immers maar één keer goed gestart worden met de Omgevingswet.

Alle partijen zien de voordelen van de Omgevingswet en zetten zich in voor een spoedige en zorgvuldige inwerkingtreding. Overheden hebben de Omgevingswet namelijk nodig om complexe en urgente maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie, beter het hoofd te kunnen bieden. Daarnaast is een eenvoudiger en gebruiksvriendelijker stelsel voor het omgevingsrecht ook in het belang van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Minister Ollongren: “De afgelopen jaren is hard gewerkt aan de ontwikkeling en implementatie van de Omgevingswet. Het is belangrijk dat we deze energie vasthouden en ook de komende tijd voortvarend blijven doorwerken aan de wet waarmee iedereen vanaf 1 januari 2022 eenvoudiger aan de fysieke leefomgeving kan werken.”

Voorbereidingen in volle gang

Ondertussen werken overheden en ICT-aanbieders samen hard door aan de implementatie van de Omgevingswet. Ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven het Rijk en de koepels samenwerken aan een soepele uitvoering van de Omgevingswet en worden de bevoegd gezagen op diverse manieren ondersteund bij het in de praktijk brengen van de wet.

Definitieve afweging

Het ontwerp van het Koninklijk Besluit met de nieuwe inwerkingtredingsdatum wordt na de zomer voorgehangen bij de Eerste en Tweede Kamer. Als het parlement akkoord is, wordt de datum van 1 januari 2022 definitief vastgesteld.”

Bron: Rijksoverheid

Een blauwdruk om de planeet te redden

20 mei heeft de Europese Commissie haar langverwachte biodiversiteitsstrategie en de Farm to Fork (‘van boer tot bord’)-strategie bekendgemaakt. Beide plannen hebben een looptijd van tien jaar en zijn belangrijke onderdelen van de zogenoemde Europese Green Deal waarmee Europa wordt verduurzaamd en het EU-herstelplan voor de Corona-crisis. Vogelbescherming Nederland en BirdLife International zijn positief over de voorstellen van de EU. Vogelbescherming dringt er bij de Nederlandse regering op aan de voorstellen voluit te steunen en te zorgen voor volledige uitvoering.

Het gelijktijdig presenteren van beide plannen door de Commissie is opmerkelijk. Hiermee wordt erkend dat destructieve voedselsystemen niet langer de norm mogen zijn in Europa. De Commissie heeft bovendien belangrijke lessen getrokken uit de COVID-19-pandemie. Namelijk dat een gezonde planeet met een rijke biodiversiteit een noodzakelijke voorwaarde is voor een gezonde menselijke samenleving, dat de politieke keuzes moet maken op basis van wetenschap en dat er moet worden gehandeld vóórdat een crisis uit de hand loopt.

Meer natuur, minder pesticiden, natuurvriendelijke landbouw

De Commissie heeft met beide strategieën een aantal radicale stappen gezet en doelstellingen geformuleerd die de toestand van de natuur in Europa kunnen verbeteren:

·       De uitbreiding van het aantal beschermde natuurgebieden op land en op zee met 30 procent. Eén derde van deze gebieden wordt strikt beschermd – wat betekent dat er geen menselijke activiteiten mogen plaatsvinden.

·       Vermindering van het pesticidengebruik met 50%, zowel wat betreft de hoeveelheid als de toxiciteit.

·       Herstel van 10% van het landbouwareaal met natuurlijke elementen, zoals sloten, heggen en bloemstroken, om de duurzaamheid van de landbouw te verbeteren.

·       Invoering van bindende EU-doelstellingen voor natuurherstel, om cruciale, grootschalige ecosystemen zoals veenweidegebieden, moerassen, bossen en zee- en kustgebieden te herstellen. Ecosystemen die van vitaal belang zijn voor behoud van biodiversiteit en de aanpassingen aan en beperking van de klimaatverandering.

·       Reductie van gebruik van biomassa zoals bomen om energie te produceren.

Europa zet een flinke stap, nu Nederland

Met deze plannen kan de EU vooroplopen in de strijd tegen de klimaat- en biodiversiteitscrisis. Dat is hard nodig, want als we niets doen, sterven tot één miljoen soorten waarschijnlijk uit. Als de opwarming van de aarde meer dan 1,5 °C bedraagt, bedreigt dat het voortbestaan van de mensheid.

De nieuwe Europese strategieën kunnen een uitweg bieden in onze grote, mondiale crises. Maar zonder de steun en uitvoering van de 27 lidstaten wordt er weinig bereikt. Vogelbescherming Nederland – partner van de wereldwijde organisatie BirdLife International – vindt daarom dat de Nederlandse overheid beide hoopvolle strategieën moet omarmen en uitvoeren.

Want nergens in Europa is de biodiversiteit zo afgetakeld als in Nederland en nergens heeft de intensieve landbouw zo’n groot aandeel in de achteruitgang van de natuur. Tientallen vogelsoorten die zo kenmerkend zijn voor ons boerenland zijn sterk achteruitgegaan, vogels zoals grutto – onze nationale vogel –,  veldleeuwerik en zelfs de ooit zo talrijke spreeuw.

Vogelbescherming vindt dan ook dat er perspectief geboden moet worden aan boeren die een omslag willen maken naar een duurzame en natuurinclusieve landbouw, zodat zij met deze vorm van boeren een goede boterham kunnen verdienen.

Burgers verlangen naar gezonde leefomgeving

Met dit nieuwe beleid voor de EU gloort er een zonnige toekomst voor de natuur in ons land. Maar óók voor onze bewoners. Want zeer veel Nederlanders beseffen juist tijdens de huidige Corona-crisis, dat onze samenleving anders ingericht moet worden. Dat geldt zeker voor onze voedselproductie en andere takken van de economie. Burgers verlangen meer dan ooit naar een gezonde, natuurlijke leefomgeving.

Vogelbescherming doet een beroep op de Nederlandse regering om de voorstellen van de Europese Commissie te steunen en te voorkomen dat de plannen worden afgezwakt. Deze voorstellen dragen substantieel bij aan het oplossen van de klimaat- en biodiversiteitscrises die ons bestaan bedreigen. Wat de Europese Commissie vandaag presenteert, moet de nieuwe norm worden voor onze planeet!

Meer weten?

Biodiversiteitsstrategie Europese Commissie

Farm to Fork Strategy Europese Commissie

Bron: https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/een-blauwdruk-om-de-planeet-te-redden Foto header: steenuil door Peter Stam

Grote zorgen om natuur in Zuid-Holland

We hebben extra investeringen nodig in de Zuid-Hollandse natuur, juist nu. Dat is de kern van de brief die zeven natuurorganisaties deze week stuurden naar de Zuid-Hollandse statenleden. De provincie is verantwoordelijk voor het natuurbeleid en heeft afgelopen jaren samen met natuurorganisaties mooie plannen gemaakt. Het nieuwe provinciebestuur lijkt deze plannen echter niet door te willen zetten maar komt ook niet met alternatieven. Het lijkt er zelfs op dat er wordt bezuinigd op natuur. En dat terwijl de druk op de natuur in Zuid-Holland het grootst is van heel Nederland en de urgentie nog nooit zo hoog was. De natuurorganisaties uiten hun zorgen in de commissievergadering Klimaat, Natuur en Milieu van de Provinciale Staten die op 15 april heeft plaatsgevonden. Daarom roepen de gezamenlijke natuurorganisaties de provincie op om juist nu te investeren in natuur.

Meeste inwoners, minste natuur
De druk op de groene ruimte is nergens in Nederland zo hoog als in Zuid-Holland. Zuid-Holland heeft van alle provincies de meeste inwoners maar de minste natuur (6% tegen gemiddeld 15%). Samen met de provincie waren we op weg om te investeren in natuur. Door werk met werk te maken, zou dit ook positieve effecten hebben op de lokale economie, de kwaliteit van de leefomgeving, het oplossen van de stikstofcrisis, de mogelijkheden om te recreëren, het tegengaan van en aanpassen aan klimaatverandering of de verduurzaming van de landbouw. Door nu fors te bezuinigen op natuur lijkt de provincie een andere koers in te slaan. Groene programma’s en projecten zijn zonder overleg verdwenen. Alex Ouwehand, directeur van de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland, geeft aan: “Er wordt nu meer bezuinigd op de natuur dan in geïnvesteerd. Terwijl er nog maar 16% (!!) van de oorspronkelijke biodiversiteit van onze provincie over is. Zuid-Holland verdient beter dan dat!”

Investeren in natuur voor iedereen
Natuurbeheer en -ontwikkeling behoort namelijk tot de kerntaken van de provincie en er liggen wettelijke verplichtingen aan ten grondslag; de provincie moet haar natuur beschermen. Ouwehand: “Iedereen is het er toch over eens dat een groen en duurzaam landschap een voorwaarde is voor een gezonde toekomst van onze kinderen? Laten we verstandig zijn en de voorgestelde bezuinigingen op natuur terugdraaien.” Want de ambitie van de provincie is groot. De coalitie spreekt uit dat ze versneld natuurgebieden aan elkaar willen verbinden en dat de biodiversiteit in Zuid-Holland vergroot moet worden. Het geld is er. De plannen zijn er ook. Wat op dit moment mist, is de daadkracht om gewenste resultaten te behalen. Al 10 jaar lang blijft er bij de provincie aan het einde van het jaar in de pot natuur geld ‘over’ en dit wordt naar de reservepot verschoven. Met als resultaat; er wordt niet voldoende geïnvesteerd, de natuur in deze provincie gaat achteruit én er worden nu ook nog eens bezuinigingen doorgevoerd. Dat is een dubbele bezuiniging op het leefklimaat van de Zuid-Hollander.

Toekomst
Iedereen is het erover eens: een robuuste natuur en een rijk landschap zijn onmisbaar én de voorwaarde voor een gezonde toekomst van onze kinderen. Daarom hebben zeven natuurorganisaties – Natuurmonumenten, Het Zuid-Hollands Landschap, Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland, IVN Natuureducatie, De Groene Motor, Wereldnatuurfonds en Vogelbescherming Nederland – samen plannen gemaakt; voor meer weidevogels, voor meer biodiversiteit, voor een groenblauwe leefomgeving, voor vrijwilligers en voor kinderen die de natuur keihard nodig hebben.

De gezamenlijke natuurorganisaties maakten voor de provincie een korte film van hun pleidooi.

Bron: https://milieufederatie.nl/nieuws/zorgen-om-natuur/. Foto header door Leo Markensteijn