Steenuil

Het aantal broedparen van de steenuil is de laatste decennia fors afgenomen, tussen 1960 en 2000 met meer dan 50 procent. Niet alleen in Nederland maar ook in de landen om ons heen. De steenuil is een Rode Lijst soort geworden. Dit is een lijst die door Vogelbescherming Nederland periodiek wordt vastgesteld met daarop kwetsbare en bedreigde vogelsoorten die extra aandacht moeten krijgen.

Er zijn in Nederland momenteel nog maar 6.000 broedpaar steenuilen. De grootste aantallen zijn te vinden in het rivierengebied en op de oostelijke zandgronden. Ammerstol, Bergambacht, Lekkerkerk en Krimpen aan de Lek, alle gelegen aan de rivier, zijn dan ook van oorsprong steenuilgebieden. Er zijn heel wat aanwijzingen voor mogelijke oorzaken van de afname. Voorbeelden zijn de achteruitgang van kleinschalig cultuurlandschap met daarin het verdwijnen van vele hoogstamfruit boomgaarden; het langzaam wegvallen van de agrarische sector in verschillende gebieden; tuinen en erven met daarin oude schuurtjes, rommelhoekjes en takkenrillen verdwijnen en worden steeds vaker een verlengstuk van de moderne woonboerderijkamer, netjes onderhouden.

Maar er speelt misschien meer. Te denken valt aan de toename van de bosuil, al of niet verwilderde huiskatten, en de intensivering van de landbouw. Om doelgericht hulp te kunnen bieden moeten we meer te weten komen over hoe het met ‘onze’ uilen gaat. Uit onderzoek is gebleken dat in de loop van jaren legsels kleiner zijn geworden en dat er veel jonge uilen sterven in de eerste maanden na het uitvliegen (meer dan 50%). Deze twee factoren kunnen er voor zorgen dat de reproductie niet langer voldoende is om het verlies door sterfte te compenseren. Voedselonderzoek bij steenuilen is dan ook belangrijk. Het is gelijktijdig ook lastig. Je zou bij wijze van spreken alle steenuilkasten van een infrarood camera moeten voorzien om helder te krijgen wat voor prooien er aangedragen worden.

In april 2006 zijn we binnen de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard gestart met een Plan van aanpak, specifiek voor de steenuil. Met dit plan willen we:

  • inzicht krijgen in de verspreiding en de aanwezigheid van de steenuil in de Krimpenerwaard. Daarbij hoort ook het inventariseren van grijze gebieden.
  • nestkasten in kaart brengen, onderhouden, vervangen en nieuwe aanbieden op die plaatsten die voldoen aan de biotoopeisen van de soort.
  • aandacht geven aan de directe leefomgeving in samenwerking met het Zuid-Hollands Landschap (ZHL). Dat betekent biotoopaanpassingen maken met oog voor voedselaanbod, rust en nestgelegenheid, en bewoners adviseren die dat zelf willen doen.
  • informatie verstrekken aan bewoners en grondeigenaren, die in het bezit zijn van een door de NVWK geplaatste kast, over het broedresultaat en het wel en wee van de steenuil in de Krimpenerwaard.
  • broedbiologisch onderzoek uitvoeren via het nestkaartenproject van SOVON, in samenwerking met de Stichting STONE (Steenuilen Overleg Nederland). Dit alles om meer inzicht te krijgen in legbegin, legselgrootte, broedsucces en uitvliegsucces.
  • meer te weten te komen over het voedselaanbod, door onderzoek van de braakballen en door het registreren van de prooien die we in de nestkasten vinden.
  • ringonderzoek uitvoeren door gecertificeerde ringers van de Stichting Vogelringstation Nebularia. Dit om meer inzicht te krijgen in overleving, leeftijd, dispersie (verplaatsing van individuele vogels na het uitvliegen), uitwisseling tussen populaties en het trouw zijn aan territorium, nestplaats en partner.

Dankzij subsidie van het ZHL en Landschapsbeheer Zuid-Holland (nu helaas opgeheven), waren we in 2006 in de gelukkige omstandigheid om 42 nieuwe steenuilenkasten te kunnen maken. We hebben daarbij ook hulp gehad van Bert Neeleman, aannemer in Bergambacht die alles voor ons prachtig pasklaar aangeleverd heeft. Eind 2006 waren we klaar met het nalopen van alle oude nestkasten en locaties. Daarna zijn in de loop der jaren minstens 50 nieuwe kasten geplaatst, deels als vervanging van oude kasten. Momenteel hangen er ca. 80 kasten in de Krimpenerwaard.

We hebben de Krimpenerwaard opgedeeld in vier deelgebieden met elk hun eigen nestkastcontroleurs. Zo zien de bewoners telkens zoveel mogelijk dezelfde gezichten. We bellen altijd aan om de bewoner te informeren dat we de kast gaan controleren. In ieder deelgebied werkt een vogelringer actief mee binnen de werkgroep.

Het streven was om een zelfstandige populatie van ongeveer 35 steenuilparen te hebben in 2010. Dat hebben we niet gehaald, waarschijnlijk mede door de strenge winters, de toename van de bosuil en het geleidelijk steeds strakkere inrichten van erven en tuinen.

In het voorjaar van 2014 hebben we daarom besloten te proberen gericht extra maatregelen voor de steenuil te realiseren met bewoners en het Zuid-Hollands Landschap. Zie de Nieuwsbrief van maart 2014.