Het gaat bergafwaarts met de weidevogel − ondanks de miljoenen die in hun bescherming gepompt zijn

Weidevogelbeheer is een halve eeuw geleden bedacht om iconische weidevogels als de grutto en de kievit van de ondergang te redden. Er zijn miljoenen ingepompt. Maar met de weidevogels ging het in 50 jaar alleen maar verder bergafwaarts.

De laatste weken heb ik meer ellende gezien dan me lief is”, zegt Ton Pieters. Doodgemaaide kuikens in het veld. Het broedseizoen loopt op zijn einde. Het was weer niks. Gruttopaartjes staan volgens hem al op het punt om maar weer naar West-Afrika terug te vliegen. Ze hebben opnieuw vrijwel geen kuiken groot kunnen brengen. Zelfs niet in beschermde natuur, in reservaten in Waterland, een van de meeste unieke veengebieden van Nederland. En dat is al jaren zo.

Weidevogelbescherming in Nederland faalt

Weidevogelbescherming in Nederland werkt niet, zeggen wetenschappers. Decennialang zijn er tientallen miljoenen euro’s aan subsidies gepompt in maatregelen. Maar met de weidevogels is het alleen maar bergafwaarts gegaan. Vooral de grutto en de kievit hebben het moeilijk.

Pieters loopt een halve eeuw mee in de natuurbescherming. Hij begon in 1963 bij Staatsbosbeheer, als aankoper. Overlegde met boeren over de verkoop van stukjes grond in kwetsbare gebieden. Nergens in Nederland leefden er een halve eeuw geleden zo veel weidevogels bij elkaar als in de groene vlakte tussen Purmerend en Amsterdam.

Ton Pieters

Ooit ritselde het van de weidevogels op de oude hooilanden, de natte stukken grasland, waarvan de boeren pas eind van de zomer het gras oogstten voor de winter. “Mensen denken vaak dat weidevogels thuishoren op de weilanden tussen het vee. Dat is dus een misvatting. Weidevogels zaten van oudsher in de natte, bloemrijke hooilanden. Toen die ook intensiever werden gebruikt voor beweiding kregen de vogels het moeilijker. Begrazing en weidevogels gaan niet goed samen.”

Daarom wilde Staatsbosbeheer in die vroege jaren al die plukjes grond waar boeren alleen in de zomer wat aan hadden, opkopen. Om de natuur veilig te stellen. Dat is niet helemaal gelukt in Waterland. Maar in de jaren zeventig kwam er weidevogelbeheer. Boeren konden subsidie krijgen als ze later gingen maaien, natte zones aanlegden op hun land (‘plas-dras’), nesten beschermden. Dat zou de negatieve spiraal doorbreken.

Het effect is uiteindelijk minimaal geweest, concludeert Pieters. “Er wordt subsidie betaald voor vogeleieren, want als de kuikens er zijn, mag er veelal worden gemaaid en hebben die vogels nauwelijks nog een kans om groot te worden.” Vandaar die eerdere opmerking: de laatste voorjaarsweken zag hij meer ellende dan hem lief is. Pieters komt bijna dagelijks in het veld. Somber: “Het landschap in Waterland is een eenvormige lappendeken geworden, een Ajax-veld, waar meermalen in een seizoen wordt gemaaid om het vee te voeden voor de zuivelexport”.

Hij is 73 inmiddels, maar sleutelt nog altijd aan het landschap, nu voor projecten van twee vermogende particulieren op stukken voormalige landbouwgrond. Hij richt de gebieden volledig voor weidevogels in, maakt natuur in een cultuurlandschap. Pieters ontwikkelt met zijn ervaring in landbeheer in Waterland twee gebieden waar de waterstand kunstmatig hoog wordt gehouden, waar het hele voorjaar niet wordt gemaaid en waar greppels in grasland vol water staan en vogels ongestoord hun kuikens groot kunnen brengen. Het effect is zichtbaar.

In een van de gebieden, de Waterlandse Weide, zijn vorig broedseizoen 260 paar broedvogels geteld, ruim vijf paar per hectare. Resultaten waar beheerders van natuurreservaten van smullen. Daar in die besloten enclaves, waar het waterpeil hoog is en de maaimachine pas ver na het broedseizoen gaat rijden, gedijen de weidevogels.

Pieters neemt het de boeren niet kwalijk dat het zo is gelopen. “Ik vind het moeilijk individuele grondeigenaren hier op aan te spreken. Het is het overheidsbeleid dat dit mogelijk heeft gemaakt. Die boer in Waterland moet maximale melkopbrengst uit zijn land halen, anders kan hij zijn bedrijf financieel niet overeind houden. Die subsidieregelingen voor weidevogelbeheer zijn uiteindelijk zo ver uitonderhandeld dat elke tolerantie er is uitgeknepen als het om de natuurwaarden gaat. We hebben een subsidiesysteem dat niet deugt.

Plas-dras. Boeren zetten met overheidssubsidie greppels in het broedseizoen onder water voor weidevogels. Beeld Herman Engbers

“Eigenlijk is dit een verkapte steun aan boeren en geen regeling om de natuur te verbeteren. Het komt te vaak voor dat ondanks subsidies boeren gaan maaien als nesten net zijn uitgekomen. Er is ook niemand die hen tegenhoudt. De kuikens worden vermalen onder machines van zeven meter breed, die met een vaartje van 25 kilometer over het grasland trekken. En de kadavers zijn snel opgeruimd, hoor; kraaien en meeuwen, hermelijn en vos vreten binnen een uur het land schoon. Er is in al die jaren nog nooit een boer veroordeeld voor het opzettelijk doden van kuikens van beschermde vogels, omdat dit gewoon veel te gevoelig ligt en het bewijs ook moeilijk is te leveren.”

Het beleid is veelal bedacht achter bureaus door ambtenaren die nooit in het veld komen, zegt hij. “In ons land wordt in feite de weidevogelstand lucratief, tegen betaling, opgeruimd. De dieren die overleven zijn vaak kansloos. Want met het maaien en verdrogen van het land verdwijnen alle bloemen en insecten uit het veld. Er is geen eten. Het systeem faalt.”

Beeld Sander Soewargana

Hij rijdt naar Zeevang, een natuurreservaat van 340 hectare net boven Edam, eigendom van zijn vroegere werkgever Staatsbosbeheer. Op de eigen website beschrijft het voormalige staatsbedrijf dit open veenweidegebied als een vogelparadijs. Pieters komt er regelmatig en altijd kijkt hij naar de waterstand in het reservaat, die met kostbare pompen en dammen op vogelvriendelijk niveau kan worden gebracht en gehouden.

‘Als je zo met de natuur omgaat, sla je een boek dicht

“Het peil is in de afgelopen weken weinig of niet veranderd”, zegt hij. “Er is voor kapitalen geïnvesteerd om de waterhuishouding te regelen, maar het gebeurt niet.” Rijdend over de Kiemweg door het gebied wijst hij naar de droge greppels in de weiden. “Daar hoort water in te staan.” En naar het vee in het land. “Als er vee loopt, kunnen weidevogels er niet broeden. Als je zo met de natuur omgaat, dan sla je een boek dicht, dan gaat het niet lukken.” Afgelopen week zag hij hier honderden gruttopaartjes, zonder nest, zonder nakomelingen.

Verderop vliegt een bruine kiekendief laag over het reservaat. Als er broedvogels zouden zitten tussen het hoge gras, zouden die opvliegen om de roofvogel te verjagen. Er gebeurt niets. “En dan zeggen de ambtenaren achter hun bureau: ja, klimaatverandering en droogte, dat is waarom het slecht gaat met die weidevogels. Onzin. Er is onvoldoende gevoel van urgentie om er wat aan te doen. En het hele groene wereldje zit vol met dogma’s, meningen en onwrikbare opvattingen. We ruimen al onze natuur op, we blijven uiteindelijk achter in een groene steppe. Ik sprak ooit een boer over het nut van weidevogelbeheer. Hij zei: ja mooi, maar grutto’s kun je niet melken. Er past geen emmer onder. Zo’n 25 jaar later sprak ik diezelfde boer opnieuw. Hij zei: grutto’s kun je wel melken, als je het maar via een ambtenaar doet.”

Een grutto in het veld. Beeld Thinkstock

Wolf Teunissen was senior onderzoeker bij Sovon Vogelonderzoek Nederland in Nijmegen, een organisatie die de ontwikkeling van Nederlandse vogels bijhoudt. Hij is onlangs met pensioen gegaan. Hij heeft voor Sovon de opkomst van weidevogelbeheer van nabij gevolgd.

Ook Teunissen blikt niet met optimisme terug. “Eind vorig jaar hebben we gekeken naar de effecten van weidevogelbeheer. Dan hebben we het over zwaar beheer, plas-dras, maaien na 15 juni. Slechts ongeveer drie procent van het weidegebied valt onder dat type beheer. Ik ben er zelf van geschrokken, zo weinig. Op die drie procent weiland worden dus maatregelen getroffen die de weidevogels zouden moeten helpen. En die maatregelen zouden de situatie moeten compenseren voor de overige 97 procent waarop het niet goed gaat? Nou, je voelt met je boerenverstand dat dat nooit gaat lukken natuurlijk.

“Mijn idee van agrarisch natuurbeheer was altijd dat er naar werd gestreefd om de achteruitgang te stoppen. Zo is het in het verleden ook verkocht door ministeries en provincies. Nou, als we één ding met zekerheid weten is dat weidevogels nog steeds achteruit gaan. Het beleid werkt dus niet, niet op deze manier. Dat heeft te maken met de omvang van de gebieden en gebrek aan sturing. Het is een vrijwillige regeling, dat heeft voordelen. Maar nadeel is dat er geen groter plan, geen visie achter zit.

“In het verleden hebben we geprobeerd grote kerngebieden te maken. Aaneengesloten gebieden, die bijdragen aan de instandhouding van één soort, de grutto bijvoorbeeld. Dan heb je het over arealen van 1000 hectare, met goed beheer. Dat komt niet van de grond. Je hebt dan soms twintig boeren nodig, die dezelfde kant op moeten willen. Maar boeren kiezen liefst hun eigen weg. Op gebiedsniveau kun je geen effectief beleid maken. Dat is de grote makke. Het is postzegelbeleid. Reservaatjes van tien hectare. Op het totaal van het agrarisch gebied is dat niks.

Vogelnestbescherming in Oenkerk, Friesland. Beeld ANP

“We hebben nu voor het derde jaar een moeizaam, droog voorjaar. Dat helpt niet mee. Maar grillen van het weer moet je met beheersmaatregelen kunnen opvangen. Het ontbreekt volledig aan regie, elke provincie heeft zijn eigen beleid. Er gaat heel veel geld in om, dat wel. We weten inmiddels veel over goed weidevogelbeheer. Het is nu vooral een kwestie: wil men er ook naar gaan handelen. Maar je merkt dat de politiek zijn vingers hier niet aan wil branden. Politici hadden best meer kunnen doen. Er spelen zo veel belangen mee.

“Boeren zeggen vaak: wij willen best, maar dan moeten we langjarige zekerheid hebben over een regeling. Dat begrijp ik heel goed. Ze hebben al te vaak gezien dat beloftes door overheden niet werden nagekomen of gaandeweg werden bijgesteld. Boeren kunnen dat bedrijfsrisico niet nemen. Ook in agrarische scholing is nog te weinig aandacht voor natuurontwikkeling binnen het boerenbedrijf, boeren krijgen het ook niet echt mee.”

De provincie: ‘Er zijn ook succesverhalen’

Noord-Holland is ‘blij en tevreden’ met het huidige weidevogelbeheer, reageert Wendy Ates, senior beleidsadviseur van de provincie. “De samenwerking tussen agrarische collectieven, natuurbeheerders en waterschappen neemt toe. De inzet deugt en we doen er nog een schep bovenop, we hebben net een actieplan weidevogels opgesteld.” Noord-Holland steunt agrarische collectieven dit jaar met 8,5 miljoen euro als compensatie voor inkomensderving door verschillende vormen van weidevogelbeheer.

De hoogte van het waterpeil in natuurreservaat Zeevang, dat volgens Ton Pieters veel te laag is, is volgens haar door het waterschap in samenspraak met Staatsbosbeheer bepaald. Staatsbosbeheer laat weten dat dit systeem ‘werkt’. Weidevogeltellingen laten volgens Staatsbosbeheer gunstige aantallen zien, al bevestigt de provincie dat het broedsucces van de grutto in Zeevang ‘inderdaad zorgelijk is’.

Volgens Noord-Holland is de algemene trend rond weidevogels in de provincie gunstiger dan elders, hoewel grutto en kievit ook in deze provincie achteruitgaan. Weidevogelbeheer is ingewikkeld, aldus Ates. Maar: “Er zijn in Noord-Holland nog veel polders en natuurgebieden met perspectief voor weidevogels”. Ze noemt als voorbeeld de Bovenkerkerpolder bij Amstelveen (‘Ronde Hoep’) en het eiland Marken.

Weidevogels in de polder Rondehoep, Noord-Holland.

Mark Kuiper, die als betaalde kracht voor de boeren het weidevogelbeheer coördineert voor agrarisch collectief Noord-Holland Zuid, stelt in een mail dat hij “bijzonder trots is op de grote successen die we de afgelopen jaren behalen op dit vlak. Zonder het mislukken van veel zaken te ontkennen, mogen de successen ook worden genoemd.”

In een nog niet gepubliceerd verslag over 2019 van de monitoring van weidevogels in Noord-Holland Zuid wordt geconcludeerd dat in het gebied de grutto ‘in de meeste polders redelijk stabiel is, of licht toeneemt’. Voor de kievit en de scholeksters was het aantal broedparen stabiel of licht dalend.

Lees ook: 

De bescherming van de weidevogel faalt

Weidevogelbescherming in Nederland werkt niet, zeggen wetenschappers. 

Nederland verliest in hoog tempo zijn weidevogels 

Dat het mis is met de boerenlandvogels was bekend. Maar dat de situatie zo nijpend is, is nieuw. Volgens Vogelbescherming Nederland dreigen patrijs, zomertortel, watersnip en wulp binnen tien jaar in een aantal provincies uit te sterven, als de trend niet wordt gekeerd.

Aanvalsplan Grutto moet het noodlijdende vogeltje er weer bovenop krijgen

Het gaat nog altijd slecht met de grutto. Initiatieven om de leefomgeving van de Vogel des Vaderlands te verbeteren helpen niet genoeg. Tijd voor serieus ingrijpen, met een ‘Aanvalsplan Grutto’.

De weidevogel verdwijnt uit Nederland

Het woord werd gemunt door een bioloog, en het klinkt als een ziekte: landschapspijn, ofwel de achteruitgang van biodiversiteit op agrarisch land. Als een van de ‘symptomen’ van landschapspijn wordt genoemd: de afwezigheid van weidevogels.

Bron: Trouw, Joop Bouma22 juni 2020,

Blog Camilla Dreef: Drie grutto’s in Spanje

In de Krimpenerwaard wordt in natuurgebieden van het Zuid-Hollands Landschap en in het agrarisch gebied beheerd door het Agrarisch Collectief hard gewerkt om het landschap voor grutto’s en andere weidevogels te verbeteren. Zijn grutto’s in staat om hier succesvol jongen groot te brengen? In het hoge gras is het lastig om gruttokuikens te volgen. Om meer te weten te komen over de bewegingen van gruttofamilies in deze gebieden worden dit seizoen vijf grutto’s met satellietzenders uitgerust. Wij volgen ze daarmee op de voet.

Jaco in de Alblassenerwaard

Grutto Sietse en Johan zitten niet langer in Frankrijk, maar zijn afgezakt naar Spanje. 17 juni vertrok Johan naar het zuiden. Sindsdien verblijft hij op de hoogvlakte van La Mancha in centraal Spanje. Een belangrijk landbouwgebied in Spanje. Sietse trok verder door en verblijft nu in hetzelfde gebied als grutto Annemieke, namelijk Coto Donana. Hoewel hij iets zuidelijker zit, dus hun wegen zijn nog niet gekruist.

Jaco zit nog in Nederland, maar hij is wederom weer een polder opgeschoven. Sinds een paar dagen zit hij in de Alblasserwaard. Hier maakt hij ook gebruik van plasdras Ottoland. 

Afbeelding header: Grutto Sietse vliegt van Frankrijk naar Spanje

Blog Camilla Dreef: Ook grutto Johan en Sietse verlaten Nederland

Grutto Annemieke zit al een tijdje in  Coto Donana in Zuid-Spanje, maar sinds 14 juni komen er geen nieuwe posities meer binnen. Hopelijk horen we binnenkort weer van hem. Ook de zender van grutto Mariëlle heeft na het ene punt op 7 juni geen signaal meer gegeven. Mariëlle Oudenes (Agrarisch Collectief Krimpenerwaard) heeft nog een poging gedaan om de radiozender op te pikken in de omgeving, maar zonder succes.

Ook grutto Johan en Sietse hebben De Nesse verlaten en zitten nu in Frankrijk. Johan vertrok 9 juni in de avond uit Nederland, maakte de volgende ochtend een korte pitstop bij La Rochelle in Frankrijk om vervolgens nog iets af te zakken net ten oosten van Marennes. Grutto Sietse maakte voor vertrek wel nog even een tussenstop in Nederland. Op 11 juni vertrok hij uit De Nesse om nog even te pauzeren in een ander gebied van het Zuid-Hollands Landschap, namelijk natuureiland Sophiapolder. 13 juni vertrok hij rond half 11 ’s avonds naar het zuiden om in de middag aan te komen net ten noorden van de Loire.

11 juni vertrekt Sietse uit De Nesse om via een pitstop op natuureiland Sophiapolder naar Frankrijk te trekken.

Grutto Jaco zit nog wel in Nederland, maar niet langer in de Krimpenerwaard. Hij zit vooral in de polders ten oosten van de Vlist tussen Haastrecht en Oudewater.

Grutto Jaco is nog in Nederland en zit in de polders ten oosten van de Vlist.

Foto header: Met een ontvanger en antenne kunnen de radiozenders van de grutto’s in het veld worden opgespoord (Foto: Sijmen Hendriks).

Bron: https://www.globalflywaynetwork.org/blog/ook-grutto-johan-en-sietse-verlaten-nederland

Oproep om jonge ransuilen te melden

Om meer inzicht in de aantallen ransuilen in de Krimpenerwaard te krijgen, roept de Natuur en Vogelwerkgroep (NVWK) de inwoners op om hun waarnemingen te melden.  Ransuilen hebben niet echt een uitgesproken roep waardoor deze soort lastig te lokaliseren is. Er is echter een moment waarop dit vrij eenvoudig kan namelijk als er jongen zijn. 
Jonge ransuilen zijn makkelijk te herkennen: zodra het donker wordt piepen de jongen zeer frequent (ca elke 10 sec) en hard. Het geluid, een langgerekt en ietwat klagerig ‘ieee’, wordt wel vergeleken met het piepen van een schommel die niet goed gesmeerd is. Maar niet alleen in het donker, ook overdag zijn de jongen waar te nemen. Ransuilen broeden in bomen of grote struiken. Ze bouwen zelf geen nesten maar gebruiken oude kraaien- of eksternesten. Dit bedelen van de jonge uilen kan doorgaan tot in augustus.

De uilenwerkgroep van de NVWK zoekt zelf ook actief naar de jonge ransuilen. Maar de Krimpenerwaard is  groot, de vrijwilligers kunnen niet overal tegelijk komen. Daarom vragen we de medewerking van de inwoners. Locaties van jonge ransuilen worden niet openbaar gemaakt om verstoring (van zowel de uilen maar ook bewoners) te voorkomen.

Wie een ransuil ziet of hoort kan dit doorgeven via uilenwerkgroep@nvwk.nl of 06-13089120.

Foto header: Ransuil door Stefan van der heijden

Blog Camilla Dreef: Ook grutto Jaco verliest zijn kuikens

In de Krimpenerwaard wordt in natuurgebieden van het Zuid-Hollands Landschap en in het agrarisch gebied beheerd door het Agrarisch Collectief hard gewerkt om het landschap voor grutto’s en andere weidevogels te verbeteren. Zijn grutto’s in staat om hier succesvol jongen groot te brengen? In het hoge gras is het lastig om gruttokuikens te volgen. Om meer te weten te komen over de bewegingen van gruttofamilies in deze gebieden worden dit seizoen vijf grutto’s met satellietzenders uitgerust. Wij volgen ze daarmee op de voet.

Grutto Jaco deed het zo goed in polder Bergambacht Oost. Op het perceel van zijn nest waakte hij met zijn partner over de kuikens, totdat Mariëlle (Agrarisch Collectief Krimpenerwaard) vorige week een grutto met kleurringen en antenne bij de plasdras in de polder zag staan. Het bleek om grutto Jaco te gaan, rustend bij de plasdras zonder kuikens. Dat betekent dat geen van de 5 vogels met satellietzender dit broedseizoen jongen groot zal brengen.

In polder Bergambacht Oost hebben we ook een grutto alleen een radiozender meegegeven. Deze grutto zag Mariëlle vorige week met 1 vliegvlug jong!

Ook grutto Mariëlle, waarvan de zender sinds 27 mei geen signaal meer gaf, heeft van haar laten horen. Op 7 juni kwam er plotseling weer een punt binnen. Het blijft onduidelijk wat er aan de hand. Leeft ze nog, maar werkt de zender minder goed bijvoorbeeld doordat de zender meer is weggestopt onder de veren? Of leeft ze niet meer, en heeft de zender toch genoeg weten op te laden in de zon om een punt te sturen? We wachten af of er nog meer punten binnen komen.

Grutto Sietse, Johan en Jaco foerageren nog in de omgeving van hun broedplek.

De grutto’s uit De Nesse die zijn volop aan het foerageren en rusten binnen de Nesse. In de vochtige bodems kunnen ze blijkbaar voldoende voedsel vinden, waardoor ze niet naar andere voedselrijke gebieden gaan om op te vetten voor hun reis naar het zuiden. Annemieke zit nog in Zuid-Spanje.

Foto header; plasdras in polder Bergambacht Oost nog vroeg in het voorjaar, foto: Camilla Dreef

Bron: https://www.globalflywaynetwork.org/blog/ook-grutto-jaco-verliest-zijn-kuikens

Eindrapportage aanbevelingen voor structurele aanpak stikstofproblematiek: ‘Niet alles kan overal’

Dhr Remkes heeft namens het Adviescollege Stikstofproblematiek minister Schouten de eindrapportage gestuurd met aanbevelingen voor de structurele aanpak van de stikstofproblematiek in Nederland.

Het advies is tamelijk vernietigend voor het stikstofplan van het kabinet, ze noemt dit een herhaling van de PAS. De belangrijkste punten uit het advies: 1) harde doelstellingen voor natuurherstel en stikstofreductie, geen streefwaarden, 2) meer natuurareaal, niet minder, 3) minstens 50% stikstofreductie door landbouw en andere sectoren (was 26% voor landbouw, en veel minder voor de rest), 4) geen drijfmest meer in 2030. Alleen deze maatregelen voorkomen nieuwe juridische procedures en stagnatie in bouw en industrie.
Zie hieronder de pdf van de rapportage ‘Niet alles kan overal’.

Zie verder: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brieven/2020/06/08/brief-bij-rapport-niet-alles-kan-overal

Burgeronderzoek waterkwaliteit: doe jij ook mee?

Vanaf vandaag kan iedereen meehelpen met het nationale wateronderzoek ‘Vang de watermonsters’, naar de waterkwaliteit van slootjes, vennen, beekjes en kleine plassen. Het onderzoek wordt groter dan de succesvolle pilot van vorig jaar, met bijna vier keer zoveel meetkits voor burgeronderzoekers. In totaal zijn er 15.000 kits beschikbaar. Dit om nog een veel beter beeld van de waterkwaliteit in Nederland te krijgen. De eerste editie van het citizen science onderzoek wees uit dat het op een groot aantal plekken nog niet goed gaat met de kwaliteit van kleine oppervlaktewateren in Nederland. Het onderzoek is een initiatief van Natuur & Milieu en ASN Bank. Dit jaar doen ook de Nederlandse Waterschapsbank en zeven waterschappen mee. Schoon water is goed voor mens, dier en natuur. Schoon water is water met zuurstof. En zonder stoffen die er niet in horen, zoals mest, bestrijdingsmiddelen, rioolafval en medicijnresten. Wil jij schoon water in Nederland? Doe dan mee met ons onderzoek en vang zelf een watermonster!

Veel viezer dan gedacht

Vorig jaar publiceerde Natuur & Milieu met steun van ASN Bank een rapport over de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland. De conclusie: onze rivieren, vijvers, sloten, plassen en kanalen zijn veel viezer dan gedacht. Op veel plekken in Nederland wordt de waterkwaliteit niet standaard gemeten. Vooral de zogenaamde ‘overige wateren’, zoals beekjes, sloten, grachten, vijvers en andere kleine wateren worden niet regelmatig gemeten. Dat is heel jammer, want het is belangrijk om te weten wat de waterkwaliteit is. Als het water sterk vervuild is, kunnen dan maatregelen genomen worden.

Watermonsters citizen science project

Om het water schoner te kunnen maken, moeten we eerst op nog meer plekken in Nederland weten hoe de waterkwaliteit is. Ook in de wateren die niet standaard door de overheid gemeten worden. In 2019 hebben 850 burgers daarom de waterkwaliteit gemeten in vele kleinere wateren via het Watermonsters onderzoek. Dit burger- of citizen science onderzoek is een soort ‘early warning’ systeem om de waterkwaliteit in Nederland op hoofdlijnen in kaart te brengen, op veel plekken en in grote hoeveelheden. Ecoloog Sven Teurlincx (NIOO-KNAW): ‘Burgeronderzoek kan een belangrijke signaalfunctie vervullen. Het geeft een goed eerste beeld van de toestand van het water en levert bruikbare data op voor waterbeheerders om verontreiniging verder te onderzoeken en aan te pakken.’ Nu in 2020 gaan we samen met de ASN Bank, zeven waterschappen, de Unie van waterschappen, de Waterschapsbank en Natuur & Milieu weer een groot burgeronderzoek organiseren om op duizenden plekken in Nederland de waterkwaliteit in kaart te brengen.

Wat levert het op?

Natuur & Milieu en de waterschappen verwerken de resultaten van alle metingen door burgers. Uit alle gemeten locaties kiezen we samen met de onderzoekers van NIOO-KNAW 100 wateren die nog nauwkeuriger worden onderzocht. Verspreid over Nederland en alle verschillende typen wateren. Zo help je dus daadwerkelijk het onderzoek naar onze waterkwaliteit verder. Een mooi voorbeeld van burgerwetenschap!

Water is leven

Roel Nozeman, biodiversiteitsexpert bij ASN Bank: ‘Schoon water is voor veel zaken belangrijk. Je denkt natuurlijk meteen aan ons drinkwater. Maar we gebruiken water ook om gewassen te besproeien en als zwemwater.’ In schoon water groeien waterplanten en zwemmen vissen. Er leven watervogels, kikkers, salamanders, schelpen, slakken, wormen en grotere waterdieren, zoals bevers. En insecten. Roel: ‘Vliegende insecten zoals bijen en libellen zijn deels afhankelijk van een goede waterkwaliteit. Zij zijn onmisbaar omdat ze ons voedsel bestuiven en belangrijk zijn voor het ecosysteem.’
Kortom, schoon water is goed voor de natuur. Goede waterkwaliteit is van levensbelang. Een goede waterkwaliteit is heel belangrijk voor het in stand houden van de biodiversiteit. Schone wateren huisvesten en bieden voedsel aan planten en dieren die een belangrijke rol spelen in ecosystemen, zoals insecten en vogels. Maar ook voor mensen is schoon water essentieel. Voor een gezonde voedselproductie, betaalbaar drinkwater en veilig zwemwater. En de natuur is goed voor ons, want zij zuivert ons drinkwater. Als het water in Nederland verder vervuilt, wordt het steeds duurder om drinkwater te zuiveren.

Vraag de WatermonsterMeetkit aan

Bron: https://watermonsters.natuurenmilieu.nl/waterkwaliteit-biodiversiteit

Foto header: spinnende watertor door Dirk-Jan Saaltink

Lustrumfeest – Bioblitz 2020

Jaarrond Tuintelling bestaat vijf jaar! Op 20 juni 2020 vieren we dit lustrum met een bioblitz. Tijdens de Bioblitz ontdek je zoveel mogelijk dieren en planten in je tuin op één dag. Het verbindt tuin- en natuurliefhebbers en is weer eens wat anders. De kers op de taart: het levert ook nog informatie op over de verspreiding van allerhande tuinvlinders, -vogels, -zoogdieren enzovoort. Dat helpt bij het beschermen.

Om iedereen op 20 juni gelijke kansen te geven op zoveel mogelijk soorten dieren en planten, geven de zeven partners van Tuintelling herkenningstips, dus bijentips, vogeltips, egeltips enzovoort. Wil je niets missen? Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief en ontvang alle herkenningstips!

Wat is een bioblitz?

De term bioblitz wordt gebruikt voor een bepaald soort natuuronderzoek. Het is een relatief onbekend woord in Nederland, daarom een korte definitie. Een bioblitz is een periode van vaak 24 uur, waarin continu natuuronderzoek wordt gedaan. De bedoeling is om alle levende soorten binnen een bepaald gebied te ontdekken. Dit onderzoek kan worden gedaan door wetenschappers óf vrijwilligers.

De bioblitz van de Jaarrond Tuintelling richt zich op de tuin en iedereen kan meedoen, jij dus ook!

Doe mee en win!

Tel mee en maak kans op één van de drie gratis Vogelatlassen t.w.v. €60! De winnaars worden in de week van 22 juni  2020 bekend gemaakt.

Op 20 juni staat er bij ‘telling invoeren’ naast weektelling en tijdstiptelling een aparte knop ‘Bioblitz’ vermeld. Klik hierop.

Ben je niet zeker van de soort? Plaats een foto bij je telling en vink ‘hulp nodig bij determineren?’ aan. Een expert helpt je dan met determinatie via de ‘onbekende soorten‘. Hoe werkt dat?

Via het plusje naast de soort kun je extra informatie doorgeven. BIjvoorbeeld wanneer het om een dood exemplaar ging. Eventueel kun je nog opmerkingen plaatsen bij het invoeren.

Klik op ‘Voer mijn telling in’. Invoeren is mogelijk tot 21 juni 2020 12.00 uur.

Volg de resultaten live via de resultatenpagina. Sta je al in de top-10? 

Je kunt soorten gemakkelijk toevoegen door je telling te wijzigen of een nieuwe telling toe te voegen. De soorten kunnen  worden samengevoegd op de resultatenpagina en in de top-10.

Goed voorbereid met het Tuintelschrift

Wat leeft er in je tuin? Van vogels tot vlinders en van spinnen tot zoogdieren: dit notitieschrift helpt je om alle soorten eenvoudig bij te houden. Met overzichtelijke afvinklijstjes, ruimte voor eigen notities en zoekkaarten die herkenning makkelijker maken. Ideaal voor de Bioblitz!

Bestel het Tuintelschrift nu met 25% korting! Nu € 7,50 i.p.v. € 9,95 (geldig van 1 juni t/m 31 augustus 2020)

Met gratis verzending voor deelnemers Jaarrond Tuintelling!

Heb je de smaak te pakken en lijkt het je leuk om vaker te tellen? Kijk hier of het doen van een week- of tijdstiptelling iets voor je is. 

dit project wordt mogelijk gemaakt door:

sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor
sponsor

aangesloten partners zijn:

partner
partner
partner
partner
partner
partner
partner

Marco Tanis vindt nieuwe bijensoort

Op 23 april vond Marco Tanis de eerste tweecellige zandbij voor Nederland in de Herbertusbossen in Noord-Brabant. Ook vonden op 17 mei Luc Knijnsberg en Lucette Robertson-Proot in Zuid-Limburg meerdere exemplaren van de zwartbuikbehangersbij. Wat betekenen deze vondsten?

Beide soorten komen voor in ons omringende landen, maar hebben elk een ander verspreidingsgebied. De zwartbuikbehangersbij (Megachile nigriventris) heeft een groot verspreidingsgebied, dat loopt van Portugal, Frankrijk en Noorwegen in het westen tot in Siberië. In de ons omringende landen komt deze soort voor in Duitsland en Frankrijk, maar werd daar tot voor kort vrijwel uitsluitend in heuvel- en berggebieden boven de vijfhonderd meter hoogte aangetroffen. De laatste jaren wordt de soort ook meer in lagere gebieden aangetroffen en is ze ook in de Eifel op de grens met België aangetroffen. Uit België is de soort echter nog niet gemeld. Het areaal van de tweecellige zandbij (Andrena lagopus) omvat Noord-Afrika, Zuid-Europa (Portugal tot Hongarije) en West- en Midden-Europa (Midden-Frankrijk tot Tsjechie). In Duitsland is het een zuidelijke soort, die zich recent noordwaarts uitbreidt. Kort na de Nederlandse waarneming vond men deze soort ook voor het eerst in België.

Zwartbuikbehangersbij

Behangersbijen knippen met hun kaken stukjes uit blad van planten en behangen daarmee hun nest, waarvoor ze holletjes gebruiken. Bijvoorbeeld in dood hout, plantenstengels of in de grond. De nesten van de zwartbuikbehangersbij werden in Zuid-Limburg aangetroffen in dood hout, zoals gebruikelijk is voor deze soort. De vrouwtjes van behangersbijen verzamelen stuifmeel op verzamelharen op hun buik, de zogenaamde buikschuier. De buikschuier van het vrouwtje zwartbuikbehangersbij is zwart, wat één van de kenmerken is van de soort. De gelijkende ruige behangersbij (Megachile circumcincta) heeft een geelbruine buikschuier met een zwarte punt.

Zwartbuikbehangersbij in Zuid-Limburg

Zwartbuikbehangersbij in Zuid-Limburg (Bron: Luc Knijnsberg)

Tweecellige zandbij

De tweecellige zandbij nestelt in zelfgegraven holen in zand- en lössbodems en verzamelt stuifmeel op kruisbloemen, zoals pinksterbloem en raapzaad. De mannetjes lijken wel wat op het algemene roodgatje en het vrouwtje zou met de eveneens algemene wimperflankzandbij verward kunnen worden. Van alle zandbijen verschilt de tweecellige zandbij echter doordat er in de voorvleugel twee cellen zitten op de plek waar andere zandbijen er drie hebben. Vandaar de Nederlandse naam. De Nederlandse vondst werd gedaan op een perceel vochtig grasland met veel pinksterbloemen, in het kader van een onderzoek naar de effecten van sinusbeheer op biodiversiteit in Noord-Brabantse beekdalen. Dit onderzoek wordt gefinancierd door de Provincie Noord-Brabant en het Prins Bernhard Cultuurfonds en wordt uitgevoerd door De Vlinderstichting, EIS Kenniscentrum Insecten, Brouwers Groenaannemers, Brabants Landschap en Staatsbosbeheer.

Nieuwkomers uit zuidelijke streken

De dichtstbijzijnde vindplaatsen van beide nieuwkomers lagen in de Duitse Eifel (zwartbuikbehangersbij) en de Duitse Rijnvlakte (tweecellige zandbij). Van beide soorten was bekend dat ze zich aan het uitbreiden waren, dus we hadden al op de uitkijk kunnen staan. Het opduiken van de zwartbuikbehangersbij is nog het meest verrassend, omdat deze soort zich in Midden-Europa tot middelgebergten beperkte, terwijl het hoofdareaal zelfs in Noord-Europa ligt. Waarom lager gelegen gebieden tegenwoordig ook in de smaak vallen, is onduidelijk. Des te verheugender is het, dat meteen minstens zeven exemplaren tegelijkertijd zijn waargenomen, waaronder nestelende vrouwtjes. Dit betekent bovendien dat de soort zich ook al vorig jaar succesvol moet hebben voortgeplant, wat extra hoop geeft voor de toekomst. De vondst van de tweecellige zandbij is beter in een trend te plaatsen. Ze past in een steeds langer wordend rijtje van zuidelijke bijensoorten die in de afgelopen jaren voor het eerst in Nederland zijn aangetroffen. Recent gingen zwartpootwolbijroestige zandbij en glimmende metselbij hem voor. Het ligt voor de hand dat de steeds hogere temperaturen hier iets mee te maken hebben. Waarschijnlijk zijn het voorboden van een hele reeks zuidelijke soorten die nog naar ons kikkerlandje gaan oprukken, want in Midden- en Zuid-Europa leven nog vele bijensoorten die we hier niet hebben. Nóg niet…

Grasland met pinksterbloemen in de Herbertusbossen, vindplaats van de tweecellige zandbij

Grasland met pinksterbloemen in de Herbertusbossen, vindplaats van de tweecellige zandbij (Bron: Menno Reemer)

Tekst: Johan van ’t Bosch, EIS Kenniscentrum Insecten en Ivo Raemakers, Ecologica
Foto header: tweecellige zandbij (Andrena lagopus) (Bron: Bernhard Jacobi)

Bron: https://www.naturetoday.com/nl/nl/nature-reports/message/?msg=26285

Friesland doet beroep op Portugal: bescherm de grutto, bouw geen vliegveld

De provincie Friesland wil dat Portugal nog eens kritisch kijkt naar de plannen om een vliegveld te bouwen bij de hoofdstad Lissabon, vlak bij een natuurgebied aan de rivier de Taag. In een brief aan premier Costa en president Rebelo de Sousa wijst de provincie erop dat het vliegveld negatieve gevolgen zal hebben voor de grutto’s die er broeden.

De grutto is de nationale vogel van Nederland, die al jaren met uitsterven wordt bedreigd. Friesland steekt jaarlijks zo’n 15 miljoen euro in het redden van de vogels.

Een van de belangrijkste argumenten tegen het vliegveld is volgens gedeputeerde Douwe Hoogland dat de grutto’s in het gebied overwinteren. “Wanneer de grutto’s uit Afrika komen, is dat een van de plekken waar ze kunnen aansterken voor de reis naar Nederland”, zegt hij tegen Omrop Fryslân. “Ze komen dan in conditie om hier bij ons ook te broeden.”

40.000 handtekeningen

Wetenschappers in Portugal en Nederland hebben duidelijk gemaakt dat grutto’s honkvast zijn. De vogels zullen niet snel een andere plek zoeken als het vliegveld er ligt. Dit betekent dat de grutto’s last zullen hebben van het vliegverkeer. Dat kost ze waarschijnlijk zo veel energie, dat het moeilijker voor de vogels wordt om sterk genoeg te worden voor de reis naar Nederland en vervolgens hier eieren te leggen.

De gedeputeerde wil ook aangeven dat het beschermen van de grutto een Europese aangelegenheid is. “We doen hier in Friesland veel om de grutto te redden. Dan moet het gebied ook zo worden ingericht dat die niet zo wordt verstoord. Want zo kunnen we onze doelstellingen niet halen.”

De Portugese vogelbescherming en actiegroep ClientEarth hebben een rechtszaak aangespannen tegen de plannen voor het vliegveld. In Nederland hebben 40.000 mensen een petitie van de Vogelbescherming ondertekend tegen de geplande luchthaven. Die wordt volgende week samen met de brief van de provincie overhandigd aan de Portugese regering.

Bron: https://nos.nl/