Heempad Journaal 40

IVN-gids Hans van Dam is geboren en getogen in Stolwijk. In de Waardvogeluitgaven van 2017 deelde hij zijn ‘Natuurherinneringen’ uit zijn jeugd in de Krimpenerwaard met ons. Later werkte en woonde hij in Boskoop waar hij zijn liefde voor de natuur gedurende vele jaren intensief in praktijk heeft gebracht. Tot op de dag van vandaag is hij zeer actief voor IVN Boskoop en in Natuurtuin De Veenmol.

Ook schrijft hij regelmatig het Heempad Journaal met allerlei leuke en interessante wetenswaardigheden over zijn waarnemingen in de natuur en langs het Heempad Verlaan. Hiernaast staat weer zijn meest recente Journaal.

Oranjetipjes zijn weer te zien

Het oranjetipje is te vinden in het Loetbos, het EZH-bos en het Krimpenerhout. Iets ten noorden van de Krimpenerwaard kun je hem zien in het Goudse Hout.
Het is echt een voorjaarsvlinder. Volgens De Vlinderstichting is het een makkelijk te herkennen vlinder, maar dat geldt voor de mannetjes, met zijn oranje vleugeluiteinden. Het vrouwtje, van bovenaf gezien, lijkt veel op een koolwitje. Vlinders hebben waardplanten; dit zijn planten waar de rups van eet. Meestal zet de vlinder ook zijn eitjes af op deze plant. Sommige vlinders hebben maar één waardplant. Wanneer deze plant verdwijnt, verdwijnt ook de vlinder. Het oranjetipje is gelukkig minder kieskeurig. De waardplanten van het oranjetipje zijn kruisbloemigen, zoals pinksterbloem, look zonder look, judaspenning, reseda, scheefkelk en damastbloem. De pinksterbloem is absoluut zijn favoriet. Hij eet niet de gehele pinksterbloem, maar alleen het zaad. De eitjes worden afgezet op planten die veel bloemen en bloemknoppen hebben, met het vooruitzicht op veel zaad dus. Een goede planner, dat oranjetipje.
De rups wordt ongeveer drie centimeter lang en is onopvallend. De pop lijkt op een stekel en zo overwintert het oranjetipje. In april en mei komen de poppen uit. De vlinders drinken alleen nectar. Mannetjes komen iets eerder uit en gaan hard op zoek naar een vrouwtje.

Foto: Man oranjetipje door Gert Blom

Vrouw oranjetipje, foto: Harry Verkerk
Man oranjetipje, foto: Harry Verkerk

Provincies en natuurorganisaties: investeren in natuur noodzakelijk

De natuur geeft ons alles wat we nodig hebben: grondstoffen, schoon water, een vruchtbare bodem, verkoeling, droge voeten en ontspanning. Maar de biodiversiteit gaat hard achteruit en dat brengt ook risico’s mee voor de samenleving. Er zijn weliswaar goede voorbeelden in Nederland van succesvolle projecten, maar het blijft lastig om met de gezamenlijke inspanningen van provincies en partners onze natuurdoelen te halen. Er is meer inspanning nodig om de natuur goed te beschermen. Dat is de gezamenlijke conclusie van natuurorganisaties en provincies op basis van het vandaag verschenen rapport Decentraal natuurbeleid onder de Wet natuurbescherming van de gezamenlijke natuurorganisaties.

De natuurorganisaties Vogelbescherming Nederland, Natuurmonumenten, de Natuur en Milieufederaties, de Waddenvereniging, SoortenNL en Dierenbescherming hebben Legal Advice for Nature en Bureau Ulucus gevraagd om in kaart te brengen hoe de provincies hun taken en bevoegdheden uitvoeren voor het natuur- en landschapsbeleid sinds de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming op 1 januari 2017.

Het onderzoek geeft een beeld van de natuurambities in provinciale visies en beschrijft de inzet van de provincies op zeven natuurbeleidsthema’s. Het onderzoek is gebaseerd op geldende wetgeving en openbare beleidsstukken tot vóór het afsluiten van de nieuwe coalitie-akkoorden uit 2019. De bevindingen geven een divers beeld en reden tot zorg: met de huidige inzet worden natuurdoelen niet gehaald.

Fred Wouters, directeur Vogelbescherming: “Natuurherstel plaatst ons voor een gigantische uitdaging. Provincies hebben daarin een belangrijke taak. Dit rapport maakt duidelijk dat er meer inzet nodig is om de natuurdoelen te halen. Maar provincies kunnen dit niet alleen. Ook het Rijk moet zijn verantwoordelijkheid nemen en het de provincies beter mogelijk maken de natuur te herstellen.”

De natuurorganisaties roepen de Provincies op om het behoud en herstel van natuur en biodiversiteit daadkrachtiger aan te pakken. Het Rijk heeft een grote bijdrage te leveren door de juiste randvoorwaarden te scheppen, waaronder een natuurinclusievere economie en samenleving.

Download het rapport Decentraal natuurbeleid onder de Wet natuurbescherming 

Nederland Natuurpositief

De provincies reageren op het rapport en wijzen op de forse extra inzet die diverse provincies samen met het Rijk op natuur doen na de provinciale verkiezingen van 2019. Die inzet heeft inmiddels het breed gedragen Nederland Natuurpositief opgeleverd en voorbereidingen voor een breed Programma Natuur zijn ingezet. Ook constateren provincies dat het rapport waardevolle aanbevelingen bevat. De provincies zien bovendien een grote druk op het gebruik van de publieke ruimte.

Gedeputeerde Peter Drenth namens de 12 provincies: “Als we willen vasthouden aan de landelijke natuurdoelen, en dat willen we, dan vraagt dat om inzet van alle betrokken actoren. Gezamenlijk wordt er gewerkt aan een natuurinclusievere samenleving. Nederland staat voor grote opgaven. Natuurbescherming, zoveel mogelijk economisch perspectief voor alle sectoren, opbouw na de coronacrisis en forse reductie in stikstofdepositie. Deze opgaven moeten zoveel mogelijk integraal worden opgepakt. Dat vraag om een nieuwe, natuurinclusieve manier kijken naar ons ruimtegebruik. En daar zijn forse investeringen voor nodig, meer dan we nu al samen doen. Omdat het één niet zonder het ander kan bestaan. En dat vraagt inzet van iedereen.”

Investeren in natuur, juist nu

Juist in tijden waarin economische ontwikkelingen weer keihard nodig zijn is het van het grootste belang, dat we blijven investeren in het veerkrachtiger maken van de natuur. Want de natuur is onmisbaar voor het menselijke bestaan op aarde. De diversiteit aan soorten dieren, planten en ecosystemen op aarde houden ons klimaat en onze leefomgeving in balans. En daarvoor is behalve investeringen in natuurherstel ook een afname van de stikstofdepositie nodig. De provincies en natuurorganisaties merken daarbij op dat investeren in Natura 2000-gebieden alleen niet voldoende is: de milieucondities voor de natuur moeten juist ook verbeteren door maatregelen buiten Natura 2000-gebieden. Hiervoor is een overheidsbrede maar ook een participatieve inzet vanuit de samenleving noodzakelijk.

Samen optrekken

De provincies en de natuurorganisaties willen nauwer gaan samenwerken, met elkaar, met alle betrokken overheden, maar ook met het bedrijfsleven. Op dit moment werken natuurorganisaties en provincies al samen in projecten en bij kennisuitwisseling en communicatie richting de maatschappij. Deze samenwerking gaan we verbreden en verdiepen, conform Nederland Natuurpositief.

Bron: https://milieufederatie.nl/nieuws/rapport-natuur/. Foto header door Leo Groen

Heempad journaal 39

IVN-gids Hans van Dam is geboren en getogen in Stolwijk. In de Waardvogeluitgaven van 2017 deelde hij zijn ‘Natuurherinneringen’ uit zijn jeugd in de Krimpenerwaard met ons. Later werkte en woonde hij in Boskoop waar hij zijn liefde voor de natuur gedurende vele jaren intensief in praktijk heeft gebracht. Tot op de dag van vandaag is hij zeer actief voor IVN Boskoop en in Natuurtuin De Veenmol.

Ook schrijft hij regelmatig het Heempad Journaal met allerlei leuke en interessante wetenswaardigheden over zijn waarnemingen in de natuur en langs het Heempad Verlaan. Hiernaast staat weer zijn meest recente Journaal.

Krimpenerwaard Important Bird en Biodiverstity Area

Sovon en Vogelbescherming Nederland hebben een update uitgegeven van het rapport over Important Bird and Biodiversity Areas. Het vorige onderzoek was van twintig jaar geleden. Anders dan 20 jaar geleden staat de Krimpenerwaard daar nu bij. Het gaat om het totaal aantal watervogels, maar ook om de aantallen van specifieke soorten. Voor de Krimpenerwaard zijn dat zwarte stern, smient, knobbelzwaan, kleine zwaan, slobeend en niet te vergeten de meerkoet. De belangrijkste bron voor het beslissen over al of niet toekennen van deze status is de wintervogeltelling, waaraan veel NVWK-leden deelnemen.

IBA’s zijn gebieden die van internationaal belang zijn voor het behoud van vogels. De gebieden worden geïdentificeerd aan de hand van wetenschappelijk criteria die zijn opgesteld door Birdlife International. Om vogels goed te kunnen beschermen, is het van belang om te weten waar deze gebieden liggen, voor welke vogelsoorten ze van belang zijn en de gebieden goed te beheren en te beschermen zodat ze hun belangrijke functie voor vogels blijven behouden.

important-bird-areas-in-the-netherlands-2019

Zie hier het nieuwsbericht van Sovon; https://www.sovon.nl/nl/actueel/nieuws/belangrijke-vogelgebieden-nederland-opnieuw-kaart-gebracht

Zie ook het nieuwsbericht van de NMZH; https://milieufederatie.nl/nieuws/acht-nieuwe-belangrijke-vogelgebieden/

Foto van Peter Stam: Smienten in mist

Grutto’s ja, vliegveld NEE!

Grutto’s ja, vliegveld NEE! Een nieuw vliegveld bij Lissabon bedreigt de grutto’s en tienduizenden andere vogels. De Portugese regering heeft de plannen voor de bouw begin deze maand goedgekeurd. Een onzalig plan: het vliegveld komt midden in een Europees beschermd natuurgebied, in de monding van de rivier de Taag. Het Taag Estuarium is beschermd Natura 2000 gebied. Het is een zeer belangrijk gebied voor vogels, waaronder grutto’s, lepelaars en flamingo’s.

Gruttotrek

Teken de petitie om dit heilloze plan tegen te houden.

De NVWK op streekmarkten en braderieën

BraderieGarderen Gardenen.nl

Tot voor enkele jaren hadden wij regelmatig een standje op jaarmarkten e.d. waarop aan belangstellenden uitleg werd gegeven over onze doelstellingen en onze acties. Hier werden ook nieuwe leden geworven. Er komt helaas niets meer van en dat is een gemiste kans om ons te profileren. Vind je het leuk om een paar maal per jaar bij zo’n standje te staan en de doelstellingen van de NVWK uit te dragen? De spullen om je stand ‘groen’ aan te kleden zijn uiteraard beschikbaar. De frequentie bepaal je zelf. Inmiddels heeft zich al iemand gemeld maar omdat het niet zo leuk is om in je eentje een kraampje te bemensen, zoeken we nog iemand!

Informatie bij Joke Colijn, Joke Colijn, j.j.colijn@gmail.com, 06 44744408 of 0182 359778.

Bron foto header; garderen.nl

Wees de ogen en oren in je buurt

Bij verbouwingen, renovaties, groot ­tuinonderhoud of bij nieuwbouw gebeuren door onnadenkendheid soms ­kleine ­natuurrampjes die voorkomen hadden kunnen worden. Een boom met een duivennest die wordt omgehaald in het broedseizoen, een schuur die gesloopt wordt waarin vleermuizen overwinteren, renovatie van een huizenblok waar onder de dakpannen altijd gebroed wordt. Het is bij wet verplicht om rekening te houden met de fauna, onze werkgroep Ruimtelijke Ordening kent de regels. Er zijn bijna altijd eenvoudige ­oplossingen, daarbij helpt RO ook. Wandel je regelmatig een stukje (met de hond?) door je eigen kern of buurt, wees dan daar de oren en ogen van onze onderbezette werkgroep RO. Ook kun je de plannen van omgevingsvergunningen checken – het gaat immers om het groen, de vogels en de natuur in je eigen wijk! Bij acute problemen of toekomstige plannen: neem contact op met de werkgroep RO. Iedereen kent zijn of haar directe leefomgeving het best, het kost nauwelijks extra moeite en je helpt de natuur, jezelf en iedereen in je wijk.

Omgekeerd is het voor de werkgroepleden van RO ook handig om te weten wie ze kunnen benaderen in een kern als hen iets ter ore komt, dus laat weten dat je meehelpt: Mariëlla van Gemeren, 06 18365815, en Leen Verschoor, 06 30575522 0180 682860, werkgroepro@nvwk.nl.
Of meld je aan via de knop onder aan deze pagina, of mail naar info@nvwk.nl.
Zo bouwen we een netwerk van natuurbewuste bewoners op in de Krimpenerwaard.

Heempad Journaal 36

IVN-gids Hans van Dam is geboren en getogen in Stolwijk. In de Waardvogeluitgaven van 2017 deelde hij zijn ‘Natuurherinneringen’ uit zijn jeugd in de Krimpenerwaard met ons. Later werkte en woonde hij in Boskoop waar hij zijn liefde voor de natuur gedurende vele jaren intensief in praktijk heeft gebracht. Tot op de dag van vandaag is hij zeer actief voor IVN Boskoop en in Natuurtuin De Veenmol.

Ook schrijft hij regelmatig het Heempad Journaal met allerlei leuke en interessante wetenswaardigheden over zijn waarnemingen in de natuur en langs het Heempad Verlaan. Hiernaast staat weer zijn meest recente Journaal.

Schimmels onmisbaar voor het leven

Met de toenemende kennis van landbouw en ecologie wordt het steeds duidelijker hoe belangrijk het bodemleven is voor het leven op aarde. Schimmels hebben daar een groot aandeel in, en in de herfst laten ze zich een beetje zien.

Een beetje, want slechts een deel van de 8000 (!) soorten schimmels in ons land vormt paddenstoelen, en een paddenstoel vormt maar een klein stukje van de hele schimmel.

De eigenaar van een kastuinbouwbedrijf vertelde me laatste dat hij “probiota” toevoegt aan zijn potgrond. Yakult voor planten! Die probiota koopt hij als een poedertje en bestaat uit schimmels en bacteriën. Ik had niet verbaasd hoeven zijn. Natuurherstel gaat vaak beter als grond wordt opgebracht uit bestaande natuurgebieden. En steeds meer boeren beperken het gebruik van kunstmest en ploeg omdat met een intacte bodem ook een hoge productie mogelijk blijkt, met minder kosten.

Er zijn drie typen schimmels. Saprovoren zoals de stinkzwam leven van de afbraak van planten- en soms dierlijk materiaal. Parasitaire schimmels zoals de honingzwam groeien juist op levend materiaal. Tot slot zijn er de symbionten, zoals de bekende vliegenzwam: zij leven samen met planten en vergroeien met de wortels tot een mycorrhiza. De plant levert suikers, de schimmel vocht en de voedingsstoffen. Schimmeldraden zijn veel fijner dan plantenwortels en kunnen dus nog vocht en voeding opnemen waar planten het moeten opgeven. Daarom vind je mycorrhizae vooral op droge, voedselarme plekken.

Schimmels zijn bijzonder. In een boek van een paddenstoelenkweker zag ik een foto met als onderschrift “Hier groeit een paddenstoel op de vorige editie van mijn boek”. Schimmels kunnen heel groot worden. Recordhouder is een honingzwam in Noordwest-Amerika, 2400 jaar oud en 890 ha groot. Paddenstoelen groeien razendsnel. Een stinkzwam haalt wel 1.5 cm per uur. Misschien groeien ze zo snel omdat ze hun sporen moeten verspreiden voordat ze opgegeten worden. Bacteriën, slakken en…andere schimmels zijn immers verzot op paddenstoel. Misschien dat schimmels daarom zo veel penicilline en andere antibiotica produceren. Schimmels maken ons leven mogelijk.

Foto: De vliegenzwam leeft samen met de berk, en soms met eik of beuk. De schimmel levert water en nutriënten aan de boom, en krijgt er suikers voor terug. Zo’n samenwerking heet symbiose. Door Jaap Graveland