Wie helpt de website van Prachtlint in de Krimpenerwaard te bouwen?

Prachtlint Krimpenerwaard bestaat nu twee jaar. We hebben een aparte pagina op de website van Prachtlint Alblasserwaard maar willen eigen pagina’s toevoegen. Die pagina’s gaan informatie bevatten over de activiteiten en bijeenkomsten van Prachtlint Krimpenerwaard én informatie om je eigen tuin of erf te helpen vergroenen. We gaan daarvoor de kennis en informatie die we bij het erfvogelproject hebben verzameld bijwerken en over zetten naar de Prachtlint site zodat we meer mensen kunnen bereiken. Het is een leuke, afgeronde klus die je in een paar maanden kunt realiseren. De inhoud (content), zoals herschreven teksten, fotos en tabellen, komt van NVWK-leden en Prachtlint deelnemers. Jouw bijdrage bestaat er uit dat je de pagina’s bouwt en deze inhoud plaatst, inclusief eventuele links naar andere sites. Mochten er technisch complexe onderdelen zijn, dan is daarvoor budget beschikbaar voor het inhuren van IT-er. Maar uitgangspunt is zoveel mogelijk ‘zelf doen’. Uiteraard helpen we je bij de planning en de contacten.
Wie o wie? Heb je interesse of vragen, neem dan even contact op met Charlotte Diepenhorst, programmacoördinator: charlotte@lots-and-more.nl

Natuurorganisaties geven minister LNV 10 punten mee Landbouwakkoord

De verwachtingen voor het te sluiten Landbouwakkoord zijn hoog. Het akkoord moet op vele uitdagingen een antwoord bieden: een toekomstperspectief voor de sector, het verdienmodel van de boer, uitwerking van het concept kringlooplandbouw en een niet-vrijblijvende bijdrage van ketenpartijen.

Perspectief voor de boer én de natuur

In een gezamenlijke brief van de Natuur en Milieufederaties, Natuurmonumenten, Natuur & Milieu en Vogelbescherming Nederland roepen we minister Adema (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) op de onderstaande tien aandachtspunten en prioriteiten een plek te geven, zodat er perspectief komt voor de boer én de natuur.

  1. Stel 31 maart 2023 als deadline aan de onderhandelingen vast en houd daarbij rekening met de tijdslijn van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG).
  2. Werk tijdens de onderhandelingen door aan het kabinetsplan (‘perspectiefbrief’) met perspectief voor de landbouw. Boeren én de natuur kunnen geen vertraging permitteren.
  3. Er zijn nog geen doelen voor natuurherstel, water en klimaat vastgesteld voor 2040, terwijl deze doelstellingen een essentieel kader zijn waarbinnen het Landbouwakkoord tot perspectief voor de sector moet komen.
  4. Alleen met een visie gaan de onderhandelingen slagen. Uitgangspunten zijn wat ons betreft onder andere het Aanvalsplan Landschapselementen (met 10% groenblauwe dooradering), het Aanvalsplan Grutto, en de door LNV opgestelde Visie Kringlooplandbouw.
  5. Wij hechten er grote waarde aan dat de voorzitter van het Landbouwakkoord regie houdt op de deelnemers aan deze deeltafels. Het is wat ons betreft niet wenselijk dat aan enkel de hoofdtafel besloten wordt wie er aan de deeltafels zitting nemen.
  6. Richt naast sectortafels ook verticale ketentafels en tafels over specifieke aandachtspunten zoals pacht en biologische landbouw in.
  7. Houd vast aan de harde uitgangspunten dat de doelstellingen ten aanzien van natuurherstel en klimaat voor 2030, voor water in 2027, en de uitvoering van de aanbevelingen over piekbelasters, PAS-melders en de Kritische Depositie Waarde (KDW) vast staan.
  8. Maak gebruik van de artikel 210bis uit de GMO-verordening van de Europese Commissie voor het maken van duurzaamheidsafspraken tussen boeren, toeleveranciers, verwerkers en retail. Zo komen zij samen tot meer duurzame agrarische productie, verwerking en afzet met een goed verdienmodel.
  9. Wij adviseren om zo snel mogelijk een bovennorm voor GVE vast te stellen die niet hoger is dan 2,3GVE per hectare en een fors verlaagde norm rondom Natura2000 gebieden.
  10. Tussenresultaten en het eindresultaat van een Landbouwakkoord moeten door onafhankelijke, wetenschappelijke deskundigen getoetst worden op doelbereik. Als het de doelen niet bereikt, dan moet het akkoord aangepast worden.

De landbouwsector staat voor de grootste transitie sinds Mansholt. Boeren hebben behoefte aan perspectief en de natuur heeft behoefte aan herstel. Beiden kunnen niet langer wachten.

Foto header: Jasper Tiemens

Ruim 2,8 miljoen tegels gewipt: 40 voetbalvelden vergroend

In de afgelopen zeven maanden hebben meer dan 2,8 miljoen tegels ruimte gemaakt voor groen: een nieuw record voor het NK Tegelwippen. Onder het motto ‘tegels eruit, groen erin’ zetten bewoners zich gezamenlijk in voor een fijnere leefomgeving en een meer klimaatbestendige toekomst. Maar liefst 135 gemeenten streden mee. Vandaag maakt de organisatie de winnende gemeenten bekend. In drie klassementen winnen Breda, Almelo en Hollands Kroon: zij wipten de meeste tegels per inwoner. Gemeente Den Haag verwijderde in totaal de meeste tegels (306.178). Nederlands bekendste TV tuinman Lodewijk Hoekstra overhandigde hen de Gouden Tegel.

Het NK Tegelwippen werd voor het derde jaar op rij georganiseerd. De competitie bewijst wederom dat het niet alleen een ludieke strijd is, maar ook daadwerkelijk vergroening oplevert. Van mini-tuintjes tot vergroende schoolpleinen en van private tuintransformaties tot grote buurtprojecten: heel veel mensen staken de handen uit de mouwen. In totaal zijn 2.818.011 tegels gewipt en is er ruim 250.000 m² vergroend. Dat zijn maar liefst 40 voetbalvelden! Op nk-tegelwippen.nl/tegelstand is de eindstand van alle 135 gemeenten te vinden.

Wil je meer lezen over het tegelwippen, klik dan hier.

Bron: persberichten.nl

Gematigd positief over rapport Remkes

Vandaag presenteerde Johan Remkes na zijn gesprekken met de vele verschillende betrokkenen zijn advies over de stikstofcrisis in het rapport ‘Wat kan wel’. Vogelbescherming is er gematigd positief over, net als de andere natuur- en milieuorganisaties.

Noodzaak natuurherstel

De gezamenlijke natuur- en milieuorganisaties Natuur & Milieu, Natuurmonumenten, Milieudefensie, LandschappenNL, de Natuur en Milieufederaties, Vogelbescherming Nederland, SoortenNL en het Wereld Natuur Fonds zijn gematigd positief over het advies van Remkes.

De organisaties zijn blij dat Remkes consistent is met zijn eerdere bevindingen over de noodzaak van een onontkoombare aanpak om de natuur te herstellen. Ze zien echter wel zorgpunten in onder meer het tijdspad richting 2030, omdat er door tussentijdse meetmomenten ruimte kan ontstaan om de doelen uit te stellen. Ook de eventuele uitwerking in een landbouwakkoord brengt het risico op vertraging met zich mee.

Impasse desastreus

De crisis voor de natuur is vanwege het stikstofprobleem zo groot, dat verdere impasse en vertraging nog vele malen desastreuzer zijn. Daarom is snelle wettelijke verankering van het reductiedoel cruciaal. Het is terecht dat Remkes alle sectoren oproept een bijdrage te leveren om het probleem samen op te lossen. Als met deze aanpassingen de stikstofcrisis nu echt aangepakt wordt, is er nog hoop op het redden van de natuur in Nederland.

Landbouwtransitie in ieders belang

De neerslag van stikstof is al decennia lang veel te hoog en we zien de effecten ervan in de natuurgebieden. De vegetatie verandert, insecten nemen af, vogels kunnen minder voedsel vinden en brengen minder jongen groot. Het verdwijnen van tapuit en korhoen is voor een groot deel terug te voeren op stikstof.

Maar het gaat niet alleen om een zeldzame soorten. Bosvogels op de Veluwe zoals de koolmees krijgen door kalkgebrek dunne eischalen en de kuikens hebben groeiproblemen. Het hele samenhangende en kleurrijke tapijt van onze natuurlijke systemen is aan het rafelen.

Daarbij is stikstof maar één probleem van de veel te intensieve landbouw. Boerenlandvogels als veldleeuwerik en grutto lijden al lange tijd onder de steeds eentoniger graslanden, het vele maaien, de lage waterstanden en bestrijdingsmiddelen.

De urgentie is zo groot, dat we nu de omslag moeten maken naar een echt duurzame, natuurinclusieve landbouw waarmee we vele problemen in één keer oplossen en waarmee boeren een goede boterham kunnen verdienen. Er zijn genoeg voorbeelden die laten zien dat het kan, boeren mét natuur.

Dus laten we nu vooral doorpakken. We zijn dan ook blij dat Remkes deze denklijn deelt en aangeeft dat een landbouwtransitie in ons aller belang is. Als natuur- en milieuorganisaties kunnen we niet genoeg benadrukken hoe cruciaal de rol van de grote veevoerbedrijven, chemieconcerns en banken hierbij is, juist ook om boeren perspectief te bieden.

Bron; https://www.vogelbescherming.nl

Rapport Remkes: ‘Wat wel kan – Uit de impasse en een aanzet voor perspectief’.

Vandaag, 5 oktober 2022, is uitgebracht het Rapport Remkes ‘Wat wel kan – Uit de impasse en een aanzet voor perspectief’.

Het kabinet is voornemens om op 14 oktober 2022 op hoofdlijnen een eerste reactie op dat rapport te geven.

In november 2022 zal dan de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de hoofdlijnen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) met een verdere concretisering van de doelen en nadere uitwerking van de structurerende keuzes, en de toekomst van de landbouw.

Doormiddel van deze link kan nadere informatie worden gedownload.

Het gaat dan om:

– de Kamerbrief over het Rapport Remkes van de ministers voor Stikstof en Natuur en voor LNV aan de voorzitter van de Tweede Kamer (de tekst van de Kamerbrief van 5-10-2022 is hieronder weergegeven);

– de beslisnota bij Kamerbrief over het Rapport Remkes;

– het Rapport Remkes: “Wat wel kan – Uit de impasse en een aanzet voor perspectief”.

Heggen, bosstroken en natuurlijke oevers moeten over 8 jaar verdubbeld zijn

De herfst is begonnen, en daarmee hét seizoen om heggen, houtwallen en bosstroken te planten. Die hebben grote waarde voor het landschap en de natuur. Maar er is ook haast bij, om onze eigen klimaatdoelen te halen en aan Europese afspraken voor natuurbescherming te voldoen.

In 2030 moet ten minste 5 procent van het landelijk gebied bestaan uit “blauw-groene dooradering” – en in 2050 tien procent. Nu is dat 2 à 3 procent.

Met een woensdag gepresenteerd aanvalsplan moeten krachten worden gebundeld. Afzender is de Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel, een samenwerking van wetenschappers, bedrijven, boeren en andere burgers die de natuurlijke soortenrijkdom van Nederland willen herstellen. Die gaat bij insecten, planten en vogels in rap tempo achteruit.

Een relatief eenvoudige manier om biodiversiteitsverlies te stoppen en zelfs om te draaien, is het terugbrengen van zogeheten landschapselementen. Dat is een verzamelterm voor allerlei vaak levende objecten en afscheidingen, zoals knotwilgen, losse bomen, smalle bosstroken, natuurlijke oevers, hoogstamboomgaarden en heggen.

Lees hier het artikel verder.

Door: Rolf Schuttenhelm

Foto header: Valentijn te Plate, Vereniging Nederlands Cultuurlandschap

Onderzoek: welke bomen helpen ons het best?

Dat bomen nuttig zijn om hitte-eilanden te voorkomen is al langer bekend. Nu wordt voor het eerst onderzocht welke bomen het meest helpen. Klimaatverandering stelt onze bomen op de proef. Tegelijkertijd hebben we juist die bomen steeds harder nodig in een veranderend klimaat. Wageningen University Research bekijkt welke stadsbomen we het beste kunnen planten.

Hier kan je het bericht van Binnenlands Bestuur verder lezen.

Illustratie header: https://oost-online.nl/

PBL: leefomgevingskwaliteit Nederland blijft structureel onder druk staan

De leefomgevingskwaliteit van Nederland schiet nog steeds structureel en op meerdere indicatoren tekort. Het gaat onder meer om fijnstof, opwekking van hernieuwbare energie, waterkwaliteit en natuurkwaliteit. Er is onvoldoende samenhang in de aanpak van deze problemen. Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving in de Monitor van de Nationale Omgevingsvisie 2022, een tweejaarlijkse uitgave. 

De kwaliteit van onze leefomgeving moet verbeteren, stellen de onderzoekers. Sterker nog: er moet meer reserve komen in de doelen van de leefomgevingskwaliteit van Nederland. Dat vergt een zekere overmaat aan kwaliteit. Alleen dan kunnen wonen, werken, landbouw en natuur zich sneller en met meer flexibiliteit ontwikkelen. 

Hier kunt u het bericht verlezen van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Onderzoek toont aan: minibossen zijn goed voor de stad

Tiny forests zijn een goede oplossing in de strijd tegen droogte en hittestress in de stad. In ze zomer kan de temperatuur in een minibos meer dan 20 graden lager zijn dan de temperatuur op straat, blijkt uit onderzoek door Wageningen Environmental Research.

Een tiny forest is een dichtbegroeid bosje van ongeveer 250 vierkante meter, met maximaal 600 inheemse bomen. Vier jaar lang deed de Wageningse universiteit samen met zo’n honderd vrijwilligers en studenten onderzoek naar het Tiny Forest-project. Dit project is opgezet door IVN Natuureducatie om kinderen met de natuur te verbinden en het verlies van biodiversiteit in het stedelijk gebied een halt toe te roepen. In 2020 en 2021 werd op elf locaties bij elf minibossen binnen en buiten het bos de bodemtemperatuur gemeten. Het verschil bleek vooral in de zomerperiode groot te zijn, op extreem hete dagen tot meer dan 20 graden.

In de versteende stad zorgt naast hitte ook de steeds extremere neerslag voor problemen. Het water kan tijdens hevige buien niet worden afgevoerd en door alle verharding ook niet worden opgeslagen in de bodem. De elf onderzochte minibossen waren tussen het moment van aanleg en eind december 2021 samen goed voor de opvang van ruim acht miljoen liter water. Daarnaast zijn de minibossen belangrijk voor de biodiversiteit: in totaal werden in de onderzochte tiny forests 1167 soorten planten en dieren waargenomen, exclusief de aangeplante bomen en struiken.

Nederland telt tot nu toe zo’n 170 tiny forests in de openbare ruimte en negentig op privéterrein.

Bron: Marten Muskee, https://www.vngnieuws.nl/

Foto header; IVN natuureducatie

Bericht van de overheid over Mooi Nederland en NOVEX

De programma’s Mooi Nederland en NOVEX regelen de aanscherping en versnelling van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het streven is de aangescherpte NOVI in 2024 vast te stellen als nationaal ruimtelijk beleid.  

Minister De Jonge legt in oktober 2022 in een startpakket aan elke provincie de ruimtelijke opgaven voor. De 12 provincies wordt gevraagd de nationale opgaven en doelen ruimtelijk te vertalen, in te passen en te combineren met decentrale opgaven. Dan is duidelijk welke ruimtelijke keuzes nodig zijn en waar ruimtelijke opgaven realiseerbaar zijn. In oktober 2023 komen Rijk en provincie in samenspraak tot een ruimtelijk arrangement per provincie.
Naast ruimtelijke regie per provincie wordt in de 16 zogeheten NOVEX-gebieden – waaronder Schiphol en Het Groene Hart- ook ingezet op gebiedsgerichte regie.