Webinar ‘natuurinclusief renoveren en vergroening tuin’ terugkijken

26 oktober verzorgden de gemeente Krimpen aan den IJssel en de NVWK een webinar tijdens de Krimpense Klimaatweken. Jaap Graveland vertelde hoe je het huis kunt verduurzamen met behoud van de biodiversiteit. Ook vertelde hij hoe je de tuin groen én aantrekkelijk kan maken voor vogels en insecten.

Wil je het webinar nog eens terugkijken om alle goede tips terug te halen? Dat kan! Via deze link met bijbehorend wachtwoord: kt7*Jvr?

Subsidie groene daken en groene gevels

Het tweede gedeelte van het webinar ging over de subsidie voor groene daken en groene gevels. Je  kunt bij de gemeente Krimpen aan den IJssel subsidie aanvragen voor de aanleg van een groen dak of groene gevel. De gemeente heeft een aantal veel voorkomende vragen van bewoners beantwoord:

Is er schimmel- of vochtvorming onder het groene dak of gevel?

Nee. Groene daken of groene gevels werken als een waterbuffer, maar overtollig vocht wordt op tijd afgevoerd. Daardoor ontstaat er geen vocht of schimmel onder het groene dak of groene gevel.

Hoe lang blijft de dakbedekking in tact onder een groen dak?

Een van de grootste voordelen van een groen dak is dat de onderliggende dakbedekking twee tot drie keer zo lang meegaat. Door het groene dak is de dakbedekking veel minder onderhevig aan temperatuurschommelingen en weersverschijnselen. Daardoor droogt de dakbedekking minder snel uit en gaat de dakbedekking langer mee. Daarnaast werkt een groen dak verkoelend en isolerend.

Is er een vergunning nodig voor een groen dak of gevel?

Groene daken liggen doorgaans niet in het zicht vanaf de straat. Daarom is een vergunning niet nodig. Een groene gevel is doorgaans wel onderdeel van het straatbeeld. Daarom raden wij je aan om voor een groene gevel de commissie ruimtelijke kwaliteit (welstandscommissie) te raadplegen.

Verdere vragen

Voor vragen over de verduurzaming van je huis of groene daken en gevels kun je contact opnemen met Martijn Morsink: martijnmorsink@krimpenaandenijssel.nl

Smient nog steeds niet veilig: NMZH bij de Raad van State

Al enkele jaren werken Vogelbescherming Nederland en de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland aan een betere bescherming van de smient in onze provincie. De smient is een prachtige eendensoort, die vanuit het hoge noorden terugkeert naar Nederland om te overwinteren. Ondanks een verbod van de rechter op afschot en een NMZH-petitie met bijna 4700 handtekeningen, krijgen de vogels nog steeds niet de bescherming die ze verdienen. Omdat smienten gras eten en dit tot schade aan de landbouw zou leiden, wil de provincie Zuid-Holland het afschot van deze soort toestaan.

Zoals wellicht bekend, heeft de rechter de NMZH en Vogelbescherming Nederland in 2019 in het gelijk gesteld (De NVWK is een van de natuurorganisaties is die bezwaar hebben aangetekend. Ook de watervogeltellingen van de NVWK tonen een flinke achteruitgang van de smient) en het afschot van smienten in Zuid-Holland verboden. De Provincie Zuid-Holland en de Faunabeheereenheid zijn echter tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan bij de Raad van State.

De NMZH, Vogelbescherming Nederland en diverse lokale natuurorganisaties hadden al eerder schriftelijk aan de Raad van State uitgelegd, waarom smienten bescherming verdienen en de uitspraak van de rechter dus in stand zou moeten blijven. De smientenpopulatie is niet gezond en afschot kan een bedreiging voor de populatie vormen. Daarnaast is onvoldoende aangetoond dat de aanwezigheid van de eenden tot landbouwschade leidt.

Naar aanleiding van het hoger beroep van de Provincie Zuid-Holland en de Faunabeheereenheid heeft op 27 oktober jl. de zitting plaatsgevonden bij de Raad van State. Hier hielden de partijen hun pleidooi; Astrid Doesburg van Vogelbescherming NL deed dit mede namens de NMZH. De zitting verliep hoopvol. De Staatsraden hadden zich goed voorbereid en kwamen met kritische vragen richting de provincie Zuid-Holland en de Faunabeheereenheid. De uitkomsten van een onderzoek naar de conditie van de smientenpopulatie werden verschillend geïnterpreteerd. De NMZH is van mening dat de populatie niet gezond is en dat afschot de ontwikkeling van de vogelsoort verder zou bedreigen. De tegenpartij denkt hier anders over. Daarnaast was er aandacht voor de wijze van toetsing aan de Wet natuurbescherming en de vereisten die aan vrijstellingen worden gesteld.

Naar verwachting zal de Raad van State in januari een uitspraak doen over deze zaak.

Bron: https://milieufederatie.nl/nieuws/smient-nog-steeds-niet-veilig-nmzh-bij-de-raad-van-state/

Webinar “Natuurinclusief renoveren en vergroenen tuin”

Op 26 okt j.l. werd het webinar “Natuurinclusief renoveren en vergroenen tuin” gegeven. Na een inleiding van wethouder Wubbo Tempel gaf Jaap Graveland een presentatie. Er waren twaalf deelnemers. De deelnemers vonden het een zeer informatieve webinar. Het webinar is opgenomen en de opname staat binnenkort op de site van de NVWK en van de gemeente.

Hieronder kunt u alvast de het pdf van de ppp van het webinar downloaden.

Wetsvoorstel stikstof biedt schijnoplossing

Door vast te houden aan de helft van de benodigde stikstofreductie, kiest het kabinet opnieuw voor een papieren oplossing ten koste van onze natuur. Daarmee sorteren we voor op een volgende stikstofcrisis. Dat concluderen natuur- en milieuorganisaties in reactie op het stikstofwetsvoorstel. De organisaties doen een dringend beroep op de Tweede Kamer om toekomstgerichte keuzes te maken en het advies van de Commissie Remkes in het wetsvoorstel over te nemen.

Lees hier het hele bericht van Natuurmonumenten.

Op veldbezoek bij de BovensteBesteBermbeheerder 2020

De gemeenten in de Krimpenerwaard hebben uitgesproken ambities om biodiversiteit te versterken. Een belangrijk onderdeel daarvan is ervoor te zorgen dat er zo’n verscheidenheid is aan planten en bloemen dat insecten, bijen, hommels enz. een goed toeven hebben. Mede daarom heeft de gemeente Krimpenerwaard zich aangesloten bij het project Prachtlint.

Het geluk wil dat we in onze buurgemeente Gouda een prima voorbeeld hebben hoe je goed bermbeheer realiseert.
Op vrijdag 9 oktober gingen we met vijf ambtenaren van de gemeenten Krimpenerwaard en Krimpen aan den IJssel, en met wethouder Jeanette Hofman van de gemeente Krimpenerwaard op veldbezoek in Gouda. Gastheer was André van Kleinwee, de stadsecoloog van Gouda (en Zoetermeer) en om zijn jarenlange inzet voor ecologisch beheer door De Vlinderstichting en Stichting GroenKeur uitgeroepen tot BovensteBesteBermbeheerder 2020. Jarenlange inzet betekent in de situatie van Gouda al meer dan dertig jaar consequent beleid en goed letten op de uitvoering!

Het ecologisch beheer van het openbaar groen – wegbermen, oevers en plantsoenen – stond dus centraal tijdens het bezoek. En wat kun je door het enthousiasme en de tomeloze inzet van mensen veel leren en inspiratie opdoen. Zo kwamen langs: de keuze van zaadmengsels, het gebruik van maaisel van natuurorganisaties, zaaitijd, het beheer na inzaaien, het beheer op langere termijn, communicatie naar en betrekken van bewoners: het zijn allemaal belangrijke onderwerpen waarover wij en de bermbeheerders kunnen leren van anderen, om niet dezelfde fouten te maken als anderen.

De donderdag ervoor en de zaterdag erna waren kletsnat. Maar vrijdagochtend bleef het droog, en scheen zelfs een poos de zon. Kortom, we hadden een mooie ochtend. In het voorjaar maar eens kijken langs het Heempad in Gouda, bijvoorbeeld naar die honderden bloeiende kievitsbloemen, een soort die hoort bij het Groene Hart.

Natuurbeheercollectief Krimpenerwaard opgericht

Op 9 oktober zijn de handtekeningen gezet onder de notariële oprichtingsakte met de statuten van het Natuurbeheercollectief Krimpenerwaard. Daarmee is de oprichting een feit: een unieke organisatie waarin natuur- en landbouworganisaties zijn verenigd, gericht op het beheer van 2250 ha Natuurnetwerk Nederland (NNN). Participanten zijn het Zuid-Hollands Landschap (ZHL), de Vereniging Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Weidehof, de agrarische Natuurcoöperatie Krimpenerwaard (NCK) en onze Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard (NVWK). Het areaal zal bestaan uit natuur en natuur met extensief agrarisch medegebruik.
Namens de NVWK heeft Jaap Graveland getekend.


Regionale Energiestrategieën: basis ligt er, nog veel huiswerk

De eerste stappen om tot 30 regionale energiestrategieën (RES) te komen zijn gezet. Het goede nieuws is dat het doel van 35 TWh uit het Klimaatakkoord behaald kan worden. Daar staat tegenover dat er belangrijke verbeterpunten zijn om de energieplannen ook ten goede te laten komen aan bewoners, lokale maatschappelijke initiatieven en aan de natuur en het landschap. De energieplannen – bedoeld om de energietransitie per regio te realiseren – dreigen de aansluiting met de samenleving te missen. Dit blijkt uit de analyse van de Participatiecoalitie (gevormd door Natuur en Milieufederaties, Energie Samen, HIER, Buurkracht, LSA) samen met Jong RES, de Jonge Klimaatbeweging en de Klimaat en Energie Koepel.

In 2030 moet er op land 35 TWh schone energie opgewekt worden, zo is in het Klimaatakkoord bepaald. Het afgelopen anderhalf jaar is in 30 regio’s gestart met de vraag hoe en waar het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) kan worden opgewekt. In de zogeheten regionale energiestrategieën beschrijven de regio’s hun keuzes. Ondanks de coronamaatregelen is er veel werk verzet en liggen er goede aanknopingspunten. Tegelijkertijd laat de analyse nog flinke verbeterpunten zien voor de RES 1.0, die op 1 juli 2021 afgerond moet zijn.

Annie van de Pas (netwerkdirecteur Natuur en Milieufederaties): “De regio’s hebben hard gewerkt en de basis ligt er. Er is de komende maanden wel flink wat huiswerk te doen. De uitvoering van de RES 1.0 moet echt mét de brede samenleving. Dat is belangrijk om de doelen uit het Klimaatakkoord te halen. De Participatiecoalitie, Jong RES, de Jonge Klimaatbeweging en de Klimaat en Energie Koepel blijven hier aandacht voor vragen en met de RES-regio’s samen hard aan werken.”

Belangrijkste adviezen
1. Zet de deuren van de RES veel meer open voor bewoners, jongeren en omgeving, die nu onvoldoende betrokken worden. Dit kan ook digitaal. Zorg ervoor dat gemeenten hier ook de capaciteit en middelen voor hebben.
2. Financiële participatie van omwonenden en het streefpercentage van 50% lokaal eigendom komen voor in bijna alle plannen. Het moet alleen concreter wil het niet bij goede bedoelingen blijven. Het is belangrijk dat gemeenten dit opnemen in hun beleidskaders en door de RES aangemoedigd worden om te kijken hoe het wél kan.
3. Afwegingen hoe ecologische en landschappelijke waarden worden meegenomen, ontbreken of zijn niet transparant. Kom per regio tot een afwegingskader voor natuur en landschap bij de energietransitie, kijk meer integraal naar de kansen tussen energieopwekking en natuur en landschap.
4. Zorg voor meer afstemming tussen de RES-regio’s wanneer er belangrijke potentiële zoeklocaties aan verschillende RES-regio’s grenzen, of als er meer koppelkansen kunnen worden gevonden door samen op te trekken. Anders komen we in de uitvoering in de problemen.

Lees het rapport Analyse en aanbevelingen concept-RES

Bron: nieuwsbrief van september 2020 van de Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland

Landbouw Krimpenerwaard landschapsinclusief

Het College van Rijksadviseurs heeft in drie regio’s onderzocht hoe landbouw ‘landschapsinclusief’ kan zijn. Eén van die regio’s is de Krimpenerwaard in het Groene Hart.

Gebied

Het veenweidegebied in de Krimpenerwaard behoort tot een van de meest waardevolle en kenmerkende landschappen van ons land. Het open polderlandschap met de smalle strokenverkaveling is typerend voor veenweidegebieden. De landbouw is er minder intensief dan in veel andere gebieden, waardoor de cultuurhistorische elementen en structuren van het gebied goed bewaard zijn gebleven. Al eeuwenlang wordt in de polder melkvee gehouden.

Opgaven

De boeren in de Krimpenerwaard staan voor een ongekend grote opgaven. De opgaven waar de landbouwsector als geheel voor staat, zoals verduurzamen en de reductie van stikstof, komen in de Krimpenerwaard samen met specifieke gebiedsopgaven zoals het tegengaan van CO2 emissies en bodemdaling in het veen en de zorg voor weidevogels en biodiversiteit.

De bodemdalingsopgave laat zien hoe complex het is: het instellen van hogere waterpeilen remt de uitstoot van CO2. De keerzijde is echter een groter risico op de vorming van andere broeikasgassen, zoals lachgas en methaan (waardoor beoogde klimaateffecten voor een deel weer teniet worden gedaan). Ook leidt het verhogen van het waterpeil tot verlies van het gewaardeerde agrarische cultuurlandschap en tot het vertrek van de melkveehouderij uit het gebied.

De zoektocht in de pilot was om een vorm te vinden van landschapsinclusieve melkveehouderij met minimale bodemdaling. Er wordt vandaag de dag al met relatief hoge peilen geboerd in de Krimpenerwaard, op die kennis en kunde kan worden voortgebouwd.

Toekomstperspectief

Het toekomstbeeld voor 2050 gaat uit van een landschap met kwaliteiten van vroeger en de technieken van nu. Op het landschapsinclusieve bedrijf van 2050 staan naast de productie van melk en vlees, het zo ver mogelijk halen van maatschappelijke opgaven voorop. Melkveehouderij blijft de drager in het gebied.  Een slimme landschappelijke zonering van de polder, met huiskavels, veldkavels en natuurkavels, ondersteunt de ontwikkeling van kringloopbedrijven. Het karakteristieke veenweidenlandschap wordt ook in 2050 door de boeren beheerd en de Krimpenerwaard is een parel in Nederland.

Bron: https://www.collegevanrijksadviseurs.nl/ bron;
Header: rapport “landschapsinclusieve pilot Krimpenerwaard
Zie ook het bericht over Stop bodemdaling in veenweidegebieden

Stop bodemdaling in veenweidegebieden

In landelijke veenweidegebied daalt de bodem. Dit komt voornamelijk doordat het waterpeil wordt verlaagd om landbouwkundig gebruik mogelijk te maken. Verlaging van het waterpeil veroorzaakt veenoxidatie, waardoor de bodem daalt. Bodemdaling leidt tot steeds meer problemen, zoals CO2-uitstoot en teruggang in natuur- en waterkwaliteit. Bovendien leidt het tot oplopende kosten voor waterbeheer. Voortgaan op het pad van ontwatering, met aanhoudende bodemdaling en CO2-uitstoot tot gevolg, is op de lange termijn economisch, ecologisch en maatschappelijk onverantwoord. Met het oog op het tegengaan van de klimaatverandering en vermindering van CO2-uitstoot (ook uit veen) is terugdringing van bodemdaling zelfs onvermijdelijk. De adviesvraag luidt: welke keuzes moeten worden gemaakt om de negatieve effecten van bodemdaling in het landelijke veenweidegebied tegen te gaan en door wie?

De bodemdaling in veenweidegebieden wordt in dit advies besproken met het Groene Hart als voorbeeld. Veel van de bevindingen en conclusies uit het advies zijn echter ook van toepassing op veenweidegebieden buiten het Groene Hart.

Zie ook ons bericht Landbouw Krimpenerwaard landschapsinclusief