Heempad journaal (HPJ) nummer 44 (7e jaargang) 6 sept.2020

Hans van Dam woont en werkte in Boskoop. Hij is actief voor IVN Boskoop en in de Natuurtuin De Veenmol in Boskoop. Zijn roots liggen in de Krimpenerwaard. In het Heempad Journaal beschrijft Hans zijn waarnemingen in de natuur en weet bijzondere dingen te vinden om over te schrijven. In dit heempadjournaal gaat Hans uitgebreid in op zaden; welke zaden zijn er, hoe kan je zaden. Verder is komt er weer een scala aan onderwerpen aan bod. Veel leesplezier.

Foto header; Canadese guldenroede door Anton van Jaarsveld

Landbouw Krimpenerwaard landschapsinclusief

Het College van Rijksadviseurs heeft in drie regio’s onderzocht hoe landbouw ‘landschapsinclusief’ kan zijn. Eén van die regio’s is de Krimpenerwaard in het Groene Hart.

Gebied

Het veenweidegebied in de Krimpenerwaard behoort tot een van de meest waardevolle en kenmerkende landschappen van ons land. Het open polderlandschap met de smalle strokenverkaveling is typerend voor veenweidegebieden. De landbouw is er minder intensief dan in veel andere gebieden, waardoor de cultuurhistorische elementen en structuren van het gebied goed bewaard zijn gebleven. Al eeuwenlang wordt in de polder melkvee gehouden.

Opgaven

De boeren in de Krimpenerwaard staan voor een ongekend grote opgaven. De opgaven waar de landbouwsector als geheel voor staat, zoals verduurzamen en de reductie van stikstof, komen in de Krimpenerwaard samen met specifieke gebiedsopgaven zoals het tegengaan van CO2 emissies en bodemdaling in het veen en de zorg voor weidevogels en biodiversiteit.

De bodemdalingsopgave laat zien hoe complex het is: het instellen van hogere waterpeilen remt de uitstoot van CO2. De keerzijde is echter een groter risico op de vorming van andere broeikasgassen, zoals lachgas en methaan (waardoor beoogde klimaateffecten voor een deel weer teniet worden gedaan). Ook leidt het verhogen van het waterpeil tot verlies van het gewaardeerde agrarische cultuurlandschap en tot het vertrek van de melkveehouderij uit het gebied.

De zoektocht in de pilot was om een vorm te vinden van landschapsinclusieve melkveehouderij met minimale bodemdaling. Er wordt vandaag de dag al met relatief hoge peilen geboerd in de Krimpenerwaard, op die kennis en kunde kan worden voortgebouwd.

Toekomstperspectief

Het toekomstbeeld voor 2050 gaat uit van een landschap met kwaliteiten van vroeger en de technieken van nu. Op het landschapsinclusieve bedrijf van 2050 staan naast de productie van melk en vlees, het zo ver mogelijk halen van maatschappelijke opgaven voorop. Melkveehouderij blijft de drager in het gebied.  Een slimme landschappelijke zonering van de polder, met huiskavels, veldkavels en natuurkavels, ondersteunt de ontwikkeling van kringloopbedrijven. Het karakteristieke veenweidenlandschap wordt ook in 2050 door de boeren beheerd en de Krimpenerwaard is een parel in Nederland.

Bron: https://www.collegevanrijksadviseurs.nl/ bron; header; rapport “landschapsinclusieve pilot Krimpenerwaard”

Be a boss en teken de petitie van WNF tegen ontbossing

Op dit moment hebben we een unieke kans om wereldwijde ontbossing tegen te gaan. En dat is nodig, want elke 2 seconden verdwijnt er een voetbalveld aan bos! Op de Europese markt kunnen producten afkomstig uit ontboste gebieden gewoon worden verhandeld. Dit moet stoppen: teken daarom nu voor een Europese bossenwet.

Ga naar deze link en vul het formulier tegen ontbossing in.

Bossen, we kunnen niet zonder ze. Ze zijn onze bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering, ze bieden schoon drinkwater, voedsel en energie, ze zijn goed voor onze gezondheid, ze bieden een thuis aan miljoenen mensen, dieren en planten en ze beschermen ons tegen ziektes. 

Maar we zorgen niet goed voor de bossen. Door onze manier van leven, verliezen we bossen en andere kwetsbare natuurgebieden in een alarmerend tempo. Grote stukken natuur verdwijnen om plaats te maken voor landbouw en veeteelt. Op dit moment kunnen producten afkomstig uit recent ontboste gebieden gewoon worden verhandeld op de Europese markt. De oplossing? Een krachtige EU-bossenwet die er voor zorgt dat deze producten niet op de Europese markt komen.

De Europese Commissie werkt hard aan zo’n bossenwet en vraagt jou, als EU-burger, om je mening te geven. Wij hebben alvast de antwoorden ingevuld die onze bossen het beste beschermen.

Teken nu! Bescherm de bossen en zorg voor een veilig thuis voor mensen, dieren en planten. #Together4Forests

U kunt hier tekenen.

Bron: WNF, afbeelding header; ontbossing in de Amazone, bron: www.greenpeace.nl

Nationale Klimaatweken starten op 12 oktober

Bijdragen aan het klimaat kan op veel manieren. Bijna de helft van de Nederlanders komt al in actie, maar 42% vindt dit nog lastig. Om heel Nederland te helpen nog meer klimaatbewuste keuzes te maken, vinden van 12 oktober tot en met 6 november 2020 de eerste Nationale Klimaatweken plaats. 

Organisaties uit heel het land doen mee onder aanvoering van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Van gemeenten tot waterschappen en van multinationals tot energiebedrijven en brancheorganisaties. Kijk voor meer informatie en alle activiteiten op nationaleklimaatweken.nl

In de speciale toolkit vind je informatie en hulpmiddelen voor communicatie. 

Lees hier ook het nieuwsbericht op het Landelijk Communicatie Netwerk Klimaat

De Regionale Energie Strategie is ook voor de Krimpenerwaard niet onbelangrijk. Jaap Graveland, voorzitter van de NVWK is door de gemeente Krimpenerwaard betrokken bij de concept Regionale Energie Strategie Midden-Holland.

Stop bodemdaling in veenweidegebieden

2 september heeft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) zijn advies ‘Stop bodemdaling in veenweidegebieden: het Groene Hart als voorbeeld’ uitgebracht. In dit advies dringt de raad erop aan om te gaan sturen op een sterke afname van bodemdaling en pleit de raad voor een gebiedsgerichte uitvoering in veenweidegebieden. Het advies is aangeboden aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Samenvatting 

Al decennialang daalt in landelijke veenweidegebieden de bodem. Dit komt voornamelijk doordat de grond stelselmatig wordt ontwaterd om landbouwkundig gebruik mogelijk te maken. De ontwatering zorgt ervoor dat het veen verdroogt en onder invloed van zuurstof oxideert oftewel ‘verbrandt’, waardoor de bodem daalt. Vervolgens wordt het waterpeil door de waterbeheerders verder verlaagd, zodat de landbouw kan worden voortgezet.In dit advies stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli; hierna ‘de raad’) dat doorgaan met deze neergaande spiraal geen begaanbaar pad is:

a.  omdat ontwatering leidt tot een verminderde natuur- en waterkwaliteit, tot grotere veiligheidsrisico’s en lokaal ook tot verzilting en het ongecontroleerd naar boven komen van grondwater (opbarsting);

b.  omdat drooggelegd veen relatief veel CO2 uitstoot, terwijl de uitstoot van CO2 volgens het Klimaatakkoord van Parijs en de nationale Klimaatwet de komende dertig jaar juist sterk moet worden beperkt (voor Nederland met 95% ten opzichte van 1990);

c.   omdat bij ongewijzigd beleid de kosten voor het waterbeheer in veen-weidegebieden steeds hoger worden.

Kortom, voortgaan op het pad van ontwatering, met aanhoudende bodemdaling en CO2-uitstoot tot gevolg, is op de lange termijn economisch, ecologisch en maatschappelijk onverantwoord. Met het oog op de klimaatverplichtingen is terugdringing van de bodemdaling zelfs onvermijdelijk. Al zal bodemdaling niet helemaal tot nul gereduceerd kunnen worden (een klein deel wordt niet door mensen veroorzaakt en is moeilijk te voorkomen), het verminderen van bodemdaling leidt er toe dat de nadelen zich over een periode van eeuwen in plaats van decennia manifesteren, waardoor de schade en overlast door bodemdaling beter opgevangen kunnen worden. Dat is voor de raad aanleiding om te pleiten voor afstappen van het pad van voortgaande peilverlaging in veenweidegebieden.

Omslag nodig: van peilverlaging naar peilverhoging

Om bodemdaling in veenweidegebieden tegen te gaan, moet het grondwaterpeil stijgen. Dat vergt een omslag in het denken. Maar zo’n omslag is niet van de ene op de andere dag gemaakt. Vooral voor agrariërs in veenweidegebieden kan stijging van het grondwaterpeil ingrijpende gevolgen hebben: het leidt tot ‘vernatting’ van hun percelen. In veel gevallen zullen zij hun bedrijfsvoering daarop moeten aanpassen, bijvoorbeeld door extensivering met minder vee per hectare en meer land en/of andere teelten. Dat is geen geringe stap. Uit verschillende proeven blijkt dat boeren op veen bij een hoger waterpeil mogelijk is, in aangepaste vorm. Het is bovendien nodig voor het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle veenweidelandschap. Voor een rendabele bedrijfsvoering moeten wel de randvoorwaarden in orde zijn, zoals de beschikbaarheid van een afzetmarkt (voor bijvoorbeeld regionale producten) en structurele vergoedingen voor bijvoorbeeld diensten van natuurbeheer. Gezien de grote gevolgen die het remmen van bodemdaling heeft voor agrariërs, vindt de raad dat deze groep door de overheid (financieel en anderszins) moet worden geholpen om de transitie te maken.

Er wordt op basis van interbestuurlijke programma’s en regionale afspraken her en der al gewerkt aan een omslag in veenweidegebieden. Toch blijft grootschalige uitvoering van een aanpak van bodemdaling vaak nog achterwege. Ingrijpende beslissingen schuift men liever voor zich uit. Pilots schalen niet verder op. Op lokaal niveau vinden partijen telkens opnieuw het wiel uit. De raad dringt er daarom bij het Rijk op aan om zo snel mogelijk te gaan sturen op een sterke afname van de bodemdaling in veenweidegebieden.

Streefdoel 70% minder bodemdaling in 2050, tussendoel 50% in 2030

Effectieve sturing op het remmen van bodemdaling vereist duidelijke doelstellingen. De raad adviseert het Rijk om een nationaal beleidskader op te stellen met een concreet doel voor het verminderen van bodemdaling in landelijke veenweidegebieden. Die doelstelling leidt de raad af uit de verplichtingen in de Klimaatwet: CO2-reductie in veenweidegebieden van 95% is dus het uitgangspunt. Dit vergt een vermindering van de bodemdaling met 70%, te bereiken in 2050. Omdat de mogelijkheden voor rendabele agrarische activiteit bij hoge waterpeilen (20 cm onder maaiveld) nog niet vaststaan, zou deze 70% als streefdoel moeten worden vastgelegd in de regelgeving op grond van de Omgevingswet. In 2030 kan dan worden beoordeeld of dit doel haalbaar is en kan het wettelijk als hard doel worden vastgelegd. Bovendien moet er bij de toepassing van dit streefdoel ruimte blijven voor lokale verschillen. Op plekken waar de bodemdaling gering is (bijvoorbeeld doordat de veenlaag dun is) zou 70% reductie van de bodemdaling immers een onevenredige inspanning vergen. Daarom geldt de doelstelling tot een bodemdaling van maximaal 3 mm per jaar is bereikt. De raad adviseert verder om voor de kortere termijn een tussendoel van 50% bodemdalingsreductie in 2030 wettelijk vast te leggen als harde norm. Daarmee wordt voor alle betrokken partijen duidelijk dat ze zich nú al moeten voorbereiden. Met het tussendoel zal naar verwachting worden voldaan aan de afspraak uit het nationale Klimaatakkoord van 1 megaton CO2-reductie in veenweidegebieden in 2030.

Het beleidskader moet naast de landelijke doelen volgens de raad concrete transitiepaden bevatten tot 2030 en 2050, zodat agrariërs en waterschappen tijd hebben om zich voor te bereiden en aanpassingen door te voeren. Ook moet het perspectief op bodemdaling voor de langere termijn, ná 2050, worden geschetst. Verder moet de rijksoverheid in het beleidskader de legenda opnemen voor (door de provincies op te stellen) zoneringskaarten, die een prioritering in de aanpak van de gebieden aangeeft. Om toe te zien op het behalen van het landelijke doel voor bodemdalingsreductie moet volgens de raad ten slotte een verantwoordelijk bewindspersoon voor bodemdaling worden aangewezen, die knopen kan doorhakken als dit op regionaal niveau niet gebeurt.

Regionale, gebiedsgerichte aanpak bij de uitvoering

De raad adviseert om voor de uitvoering van de bodemdalingsaanpak te werken met regionale ‘uitvoeringstafels’. Deze zouden zich moeten richten op voor lokale partijen overzienbare gebieden (in het Groene Hart bijvoorbeeld de Krimpenerwaard of Alblasserwaard). Bij de samenstelling van de uitvoerings-tafels zou waar mogelijk aansluiting moeten worden gezocht bij bestaande samenwerkingsinitiatieven. Uiteraard zullen ook provincies en waterschappen nauw betrokken zijn bij de uitvoering.

Meer duidelijkheid over kosten en baten, financiering van de omslag

De raad beveelt aan om de kosten en baten van bodemdaling duidelijker in beeld te brengen. Daar is nu nog onvoldoende inzicht in, in het bijzonder kwantitatief. Daarnaast adviseert de raad het Rijk om een financieringssysteem op te zetten waarin agrariërs, bijvoorbeeld door bedrijven, kunnen worden betaald voor de CO2-reductie die zij realiseren bovenop de huidige klimaatafspraken voor veenweidegebieden. Verder adviseert de raad om een omschakelingspremie voor boeren beschikbaar te stellen en te zorgen voor uitvoeringsbudget voor de herinrichting van veenweidegebieden. In 2030 kan nader worden bezien of het streefdoel voor 2050 bijstelling behoeft en welke instrumenten nodig zijn om dat doel te bereiken.

Investeren in een kennisbasis, monitoring en voorlichting

Tot slot mag een solide kennisbasis bodemdaling niet ontbreken. De raad adviseert de rijksoverheid daarom te blijven investeren in onderzoek naar bodemdaling en een nationale informatievoorziening op te zetten. Voor het monitoren van de landelijke doelstelling voor bodemdalingsreductie is daarnaast een landelijk meetnetwerk nodig. Verder vindt de raad het van belang dat het Rijk een informatiepunt instelt waar agrariërs voorlichting en advies kunnen krijgen over omschakeling naar een andere bedrijfsvoering.

Snel aan de slag om schade en kosten te beperken

De raad realiseert zich dat de hier bepleite aanpak van bodemdaling in veen-weidegebieden een grote impact kan hebben. Temeer daar er nog diverse andere grote opgaven in de veenweidegebieden zijn die aandacht vragen, zoals verbetering van natuur- en waterkwaliteit en vermindering van stikstofuitstoot. De aanpak van bodemdaling biedt de kans om oplossingsrichtingen voor diverse opgaven te combineren. Als snel met de aanpak wordt begonnen, zal de economische schade voor ondernemers in het gebied kleiner zijn en zullen de maatschappelijke kosten lager uitvallen. Zo kunnen de negatieve gevolgen van bodemdaling worden beperkt.

Aanbeveling 1 – aan het Rijk:

Stuur gericht op afname van bodemdaling, stel hiertoe een streefdoel van 70% bodemdalingsreductie in landelijke veengebieden in 2050, en een tussendoel van 50% in 2030, als onderdeel van een nationaal beleidskader bodemdaling.

Leg het streefdoel van 70% bodemdalingsreductie in 2050 en het tussendoel van 50% bodemdalingsreductie in 2030 wettelijk vast.

Stel een nationaal beleidskader bodemdaling op met:

  • transitiepaden naar 2030 en 2050;
  • perspectief voor de lange termijn;
  • legenda voor zoneringskaarten.

Wijs een verantwoordelijke bewindspersoon aan voor de landelijke doelstelling bodemdaling.

Aanbeveling 2 – aan regionale partijen:

Werk bij de uitvoering van de bodemdalingsaanpak gebiedsgericht samen, maar doe dit binnen het nationaal beleidskader.

Werk met regionale uitvoeringstafels.

Provincies: stel uitvoeringstafels in en pas bestaand grondinstrumentarium toe.

Waterschappen: benut expertise en anticipeer op een veranderende rol.

Aanbeveling 3 – aan het Rijk:

Breng kosten en baten in beeld, zet CO2-beprijzing in, stel een omschakelingspremie beschikbaar en financier herinrichting van veenweidegebieden.

Zorg voor zoveel mogelijk transparantie over de kosten en baten.

Zet CO2-beprijzing in zodat boeren betaald worden voor CO2-reductie bovenop klimaatafspraken.

Stel een omschakelingspremie beschikbaar voor agrariërs.

Stel uitvoeringsbudget beschikbaar voor herinrichting, met cofinanciering.

Aanbeveling 4 – aan het Rijk:

Zorg voor een solide kennisbasis bodemdaling; monitor bodemdaling met een meetnetwerk en faciliteer voorlichting aan boeren.

Blijf investeren in onderzoek naar bodemdaling en zet een nationale informatievoorziening op.

Zet in op een landelijk meetnetwerk bodemdaling voor monitoring van de doelrealisatie.

Faciliteer kennis en voorlichting aan boeren.

Onze plantencoördinator Stef van Walsum in het AD

In mei 2019 is de plantenwerkgroep onder leiding van Stef van Walsum gestart met het inventariseren van kilometerhokken in excursieverband. De spelregels zijn simpel;er worden zoveel mogelijk plantensoorten genoteerd in een kilometerhok op één avond. Dit heeft de aandacht getrokken van het AD.

Zie voor het artikel deze link.

Foto header; karpatenklokje door Stef van Walsum

Teken voor een zee zonder plastic!

Plastic. Schildpadden stikken erin, walvissen hebben het in hun maag en albatrossen voeren het aan hun jongen. Teken nu de petitie van WNF!   

How to Beat Plastic

Wij mensen hebben het probleem veroorzaakt, en wij kunnen er ook echt iets aan doen. Er is wereldwijd actie nodig, want alleen samen zorgen we voor de oplossing. In februari 2021 is de Environment Assembly van de Verenigde Naties. Daar wil WNF 2 miljoen handtekeningen aanbieden, waarmee wordt gevraagd om een VN-verdrag tegen plasticvervuiling. In Nederland gaan we voor 200.000 handtekeningen. We zijn al over de helft!

Het verdrag moet:

  • strenge doelen stellen om plastic afval te verminderen voor elke lidstaat van de VN;
  • iedere staat verplichten om een nationaal actieplan te maken om die doelen te bereiken.

Lees meer en teken via deze link.

Na-isolatie en vleermuizen: een tragedie in de spouw

In het kader van energiebesparing en CO2-reductie laten veel mensen de spouwmuur en het dak van hun huis opvullen met isolatiematerialen. Sommige soorten vleermuizen wonen graag in spouwmuren, of onder de dakpannen. De Zoogdiervereniging krijgt steeds vaker signalen dat deze vleermuizen door na-isolatie in de spouw levend begraven worden. Hoe kunnen we deze tragedies voorkomen, en kan na-isolatie naast milieuvriendelijk ook echt natuurvriendelijk worden?

Lees hier verder.

Foto header; de laatvliegers die nog gered konden worden zitten onder een plakkerige lijmstof en na-isolatiekorrels. Foto door Rinaldo Korst

Heempad journaal 43

Hans van Dam woont en werkte in Boskoop. Hij is actief voor IVN Boskoop en in de Natuurtuin De Veenmol in Boskoop. Zijn roots liggen in de Krimpenerwaard. In het Heempad Journaal beschrijft Hans zijn waarnemingen in de natuur en weet bijzondere dingen te vinden om over te schrijven. In dit heempadjournaal heeft Hans o.a tips over mooie gebieden in de buurt, nu we door de COVID-crisis belemmerd zijn om vrijuit te reizen en vertelt hij over de helende werking van planten Op 29 augustus is een excursie over ‘De Natuurapotheek’ in het Zwarte Padgebied Boskoop.

Adviesraad pleit voor verbetering van vitale bodems

Het gaat niet goed gaat met de landbouw-, bos- en natuurbodems in Nederland. In het advies ‘De bodem bereikt’ pleit de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur voor een steviger aanpak in het bodembeleid. De zorg voor vitale bodems is een verantwoordelijkheid van de gehele samenleving, maar de overheid heeft hierin een belangrijke taak.

De zogeheten rurale bodems zijn belangrijk. Voor de landbouw, maar ook voor bosbouw, natuur, kwaliteit en opslag van (drink)water en koolstof. Daarom is een vitale bodem noodzakelijk. Die vitaliteit loopt gevaar door intensief gebruik en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Dit wordt verergerd door klimaatverandering: organische stof breekt hierdoor sneller af. Dit heeft consequenties voor het water-vasthoudend vermogen, de bodemvruchtbaarheid en de uitstoot van broeikasgassen. De met klimaatverandering gepaard gaande extremere weersomstandigheden vragen echter juist om een vitalere bodem die meer water en koolstof opslaat.

ZORG VOOR VITALE BODEMS

De zorg voor vitale bodems is een verantwoordelijkheid van de samenleving als geheel, maar de overheid heeft hierin ook een belangrijke taak. Zij moet er als eerste op toezien dat alle relevante actoren zich veel meer bewust worden van de urgentie van de zorg voor vitale rurale bodems met hun verschillende functies. Weliswaar zijn er tal van goede initiatieven, maar bij ketenpartijen en in beleid verdient de bodemvitaliteit meer aandacht.

MEERDERE FUNCTIES

Omdat de ruimte in Nederland beperkt is moeten de bodems voor meerdere functies kunnen worden gebruikt. Bijvoorbeeld voor landbouw en voor koolstofopslag in het kader van klimaatverandering of voor bos en water-opslag. Maar ook functies als landbouw en natuur kunnen samengaan. Dat kan echter alleen als de bodems vitaal zijn en als het bodemgebruik geen afbreuk doet aan die vitaliteit maar deze versterkt. Het houdt ook in dat bodems niet geschikt moeten worden gemaakt voor alle denkbare activiteiten en functies: functies volgen bodem. Het Rijk moet, uitgaande van dat laatste principe, bevorderen dat zo veel mogelijk wordt gestuurd op meervoudig bodemgebruik. Dit uitgangspunt moet worden vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie. Uitwerking daarvan moet primair plaatsvinden door de provincies, door het maken van ruimtelijke keuzes en met behulp van gebiedsgerichte processen.

ADVIESCOLLEGE

De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur is het strategische adviescollege voor regering en parlement op het brede domein van de fysieke leefomgeving. De raad is onafhankelijk en adviseert gevraagd en ongevraagd over hoofdlijnen van beleid inzake de duurzame ontwikkeling van de leefomgeving en infrastructuur.

Natuur en Milieu Gelderland heeft via een expertsessie bijgedragen aan de totstandkoming van het rapport ‘De bodem bereikt’.

Rapport de bodem bereikt : https://www.rli.nl/sites/default/files/advies_de_bodem_bereikt_-_def.pdf

Bron: https://www.natuurenmilieugelderland.nl/nieuws/adviesraad-verbetering-bodems