Knobbelzwanen Peter Stam

Tot nu toe de zijn resultaten van 17 gebieden ontvangen. We zagen 25787 vogels verdeeld over 78 soorten. De meest getelde vogel is de smient met 6012 stuks.

Na een heerlijke lenteachtige week was zaterdag 18 maart 2017 wat minder. Vrijdag op zaterdag behoorlijk wat buien, zaterdagochtend was droog maar bewolkt, zaterdagmiddag ging het regenen. Zondag was redelijk met half bewolkt maar droog weer. Zondag en ook maandag waaide het wel behoorlijk hard. Zaterdag en zondag werd het een graad of 13, het langjarig gemiddelde voor deze periode is 10 graden.

Grote zilverreigers beginnen al heel gewoon te worden in Nederland, een kleine zilverreiger zien we hier toch niet vaak. De laatste tijdens de wintervogeltellingen zat december 2009 in eendenkooi Bilwijk, nu een exemplaar in polder Middelblok is dus bijzonder. Kijkend op heatmap van waarneming.nl is de kleine vooral een soort van Zeeland en de kop van Noord Holland. De grote zilverreiger werd 32 maal gezien, relatief weinig voor maart want het 5-jaars gemiddelde is 77. Nu viel deze telling natuurlijk wel laat in maart. We zagen ze in 11 gebieden met als beste plek polder Geer en Zijde met 11 stuks. De eerste 2 purperreigers zagen we in polder Berkenwoude, dit waren de 3e en 4e voor maart. Purperreiger is echt een zomergast die we tijdens onze telling vooral zien in september en april.

Die andere grote witte vogel de knobbelzwaan was goed aanwezig, 1145 stuks tegen normaal 1000 stuks over 5 en 10 jaar gemiddeld. In maart 2005 zagen we overig wel 1538 stuks. Beste plek voor knobbels was weer polder Geer en Zijde met 283 stuks, ook goed was de grote polder Beijersche (144) en Hoek west (133).

We hadden een mooi seizoen met kolganzen maar dat is nu wel over, we zagen “maar” 727 stuks. In maart zien we er soms geen (2000/2001/2002) tot wel 3132 (2011) en 3592 (2015). Nu zaten er 588 in polder Kromme Geer, 105 in Kattendijk en 34 in Hoek oost. Voor de grauwe gans hebben we bijna een maandrecord voor maart, we zagen er 1448 tegen het record van 1496 in 2015. Hadden we vorig jaar maart nog 338 brandganzen (waarvan 320 in Hoek oost), nu 62 stuks waarvan 45 in Hoek oost.

Voor de nijlgans hebben we een maandrecord van 689 stuks, het oude record stond op 591 in 2014. Gemiddeld over 5 en 10 jaar zagen we er ronde de 490 in maart. Beste plekken waren polder Krimpen a/d Lek (152) en Berkenwoudse Driehoek (121).

De bergeend is een soort die we vooral zien de de tweede helft van de telling met de laatste 10 jaar in maart zo'n 100 stuks. 178 bergeenden in maart is dan ook een record, het oude was 121 in maart 2014. Beste plek was polder Hoek met in oost 51 stuks en 45 in west. De 6012 smienten zijn een absoluut dieptepunt voor maart, het oude laagterecord voor maart was 8590 in 2014. Wellicht komt het door de late telling en een mooi voorjaar. In april zien we er, met minder getelde gebieden, vaak minder als 100. Goede plek voor smient waren polder Beijersche (1108) en Hoek west (1052). De enige 2 pijlstaarten zaten Vlist oost.

De laatste 10 jaar zagen we geen bruine kiekendieven in maart en nu 2 stuks in polder Kromme Geer en Middelblok. De enige slechtvalk werd gezien in polder Geer en Zijde.

De 273 scholeksters zijn een normaal aantal voor maart, goede plekken waren polder Schuwacht (41) en de Hollandse IJssel (39). Heel leuk waren de 2 bonte strandlopers in Vlist oost, de laatste vorige zagen we januari 2011 in polder Keulevaart. Grutto's is de weidevogel die vooral in maart arriveert, deze maand zien we er 211 (2016) tot 1315 (2006). Gemiddeld over de laatste 5 en 10 jaar zijn het er ronde de 500. De 427 stuks nu vallen dus wel in de trend, beste plek was polder Vlist oost met 156 stuks.

Heel bijzonder waren de 4 zwartkopmeeuwen in polder Hoek west. De tellers zagen ze tussen de 2283 kokmeeuwen die daar ook zaten. De enige andere zwartkopmeeuw zagen we in maart 2015in polder Kattendijk. De enige bosuil zat in polder Vlist oost.

Bij de zangvogels is het lastiger om trends te ontdekken. Ook telt niet iedereen ze wat ook binnen deze telling kan. De “verplichte soorten” zijn tot en met de meeuwen, daarna zijn ze facultatief.

In polder Hoek west zaten 12 koperwieken. In maart zien we er geen (2011/2014) tot wel 205 in 2006, gemiddeld over 10 jaar zijn het er 25. 731 spreeuwen is weinig voor maart, 5 en 10 jarig gemiddelde ligt rond de 2800. De meeste zaten in Geer en Zijde, 220 stuks.

Tot zover de telling van maart 2017. Komend weekeinde staat de laatste telling van het seizoen op de planning, het liefst zaterdag 15 of zondag16 april. Anders zo dicht mogelijk op het weekeinde. Het is het paasweekeinde en toch tellen kuikens in onze telling niet mee, wij tellen alleen vogels die vliegvlug zijn.

Al kort gememoreerd tijdens de laatste ALV. Dinsdag 10 oktober komt Albert de Jong van Sovon een lezing geven over ganzen. Onderwerpen zijn herkenning, aantallen, populatiegroei en factoren die daar effect op hebben. De data voor deze lezing komen deels uit uw tellingen en deels uit kleurring-onderzoek. U bent van harte welkom in CCB de Zwaan om te horen wat er met uw uurtjes in de polder wordt gedaan. Uiteraard zijn alle leden van de NVWK welkom bij deze lezing.

Ik zie de resultaten van de laatste telling van het seizoen graag tegemoet en wens u goede paasdagen met hopelijk veel en bijzondere vogels.

Tekst door Hans Kouwenberg, foto knobbelzwanen door Peter Stam

Geplaatst op 9 april 2017