UItzicht Jaap Graveland

Het steekt ons dat de provincie nog steeds niet krachtiger stuurt op beter weidevogelbeheer. Alles wat er gebeurt op agrarisch gebied is op basis van vrijwilligheid: deelname van boeren aan agrarisch natuurbeheer (in de Krimpenerwaard voor het leeuwendeel weidevogelbescherming) is vrijwillig, terwijl er een internationale verplichting is tot behoud van de populaties weidevogels. Zie hiervoor het rapport van Arie Trouwborst in opdracht van Vogelbescherming, Nieuwsbericht van september 2016. De bescherming die plaatsvindt in het veld gebeurt ook vrijwillig, en wel door onze weidewachters. De collectieven die sinds 2016 zijn gevormd om het weidevogelbeheer beter te coördineren, hebben niet genoeg armslag om hun pakketten voor agrarisch natuurbeheer succesvol te kunnen implementeren. Ze zijn voor medewerking afhankelijk van vrijwilligheid aan de ‘achterdeur’, en ondervinden vervolgens erg veel hinder van starre regelgeving en inflexibiliteit aan de ‘voordeur’ door de overheid. Terwijl voor een goede samenwerking met de agrariërs flexibiliteit en maatwerk essentieel zijn: de collectieven en ook de vrijwilligers willen de bedrijfsvoering van de boer niet in de weg staan als dat niet nodig is voor de weidevogels, maar regels belemmeren een soepele houding. Voor de uitgestelde maaidatum maaien ook als er geen vogel meer op een perceel zit, is niet mogelijk. Vervolgens slaat het gras plat door de lengte en loopt de voedingswaarde terug.

Verder is er ook nauwelijks tot geen handhaving van de natuurwetgeving: agrariërs die het niets interesseert kunnen rustig over nesten hun bewerkingen uitvoeren en vogels doodmaaien – er wordt toch niet beboet. Dit tegen alle regelgeving in! Terwijl agrariërs die wel meedoen met weidevogelbescherming en die per ongeluk een van de vele regeltjes overtreden, een fikse boete wacht van RVO. Dat motiveert vanzelfsprekend ook niet erg!

Bovendien zijn we het zat dat er over deze onderwerpen al jaren door overheden met allerlei natuurorganisaties wordt gepraat (terreinbeherende organisaties als het ZHL, ecologische kenniscentra en –bureau’s die dure rapporten blijven schrijven, organisaties voor agrarisch natuurbeheer zoals de collectieven), waarbij de inbreng van weidewachters maar als vanzelfsprekend wordt aangenomen, maar nooit mét die mensen uit het veld, die juist de gebiedskennis hebben om maatwerk te kunnen leveren bij de verbeteringen waarover staatssecretaris Van Dam nu praat, ook op ons provinciale niveau.

Jaap Graveland maakt zich al langer sterk voor betere kansen voor weidevogels, denk aan zijn acties om de consument bewuster te maken van de invloed die hij/zij kan uitoefenen door weidevogelmelk te kopen waardoor de inzet van de boer rechtstreeks beloond wordt.

Jaap schreef bijgaande brief aan Provinciale Staten, gedeputeerde Han Weber, staatssecretaris Martijn van Dam en de randstedelijke rekenkamer. Hij deed dit in overleg met Danny Eijsackers van de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland, o.a. omdat hij de lakse houding van de provinciale overheid, de financiële consequenties voor alle burgers, en het belang en de jarenlange inzet van de vrijwilligers niet genoeg benadrukt vond in de brief en notitie van de NMZH aan de provincie. Hij schrijft:

“Beste mensen, ik heb bijgaande brieven zojuist per mail naar de contactadressen gestuurd. Ik heb onder in de mails mijn contactgegevens gezet.Vanmiddag vertelde Danny Eijsackers van de NMZH dat de collectieven erg boos zijn op de brief die de NMZH aan de heer Weber heeft gestuurd en dat ze vragen of er twee groepen vrijwilligers zijn: vrijwilligers die het goed vinden gaan en door willen, en vrijwilligers die vinden dat het slecht gaat en niet door willen. NMZH wil die indruk wegnemen, wij natuurlijk ook.

Daarom is onze brief belangrijk. Er is denk ik bijna niemand die het goed vindt gaan, maar er zijn verschillen tussen gebieden en tussen mensen in de mate waarin ze nog mee willen doen. Dat lijkt me logisch, we zijn mensen dus we verschillen, en er zijn een paar gebieden waar best aardige samenwerking is met de collectieven en gebieden waar geen enkele sprake is van samenwerking. De samenwerking tussen vrijwilligers (NVWK) en het collectief ACK in de Krimpenerwaard is ronduit goed te noemen.”

Geplaatst op 1 maart 2017