grasland_zonder_bloemen_pldr_stein_zuid_27apr2012_091_20_tekst

Hieronder volgt een treffend artikel van Pouwel Slurink, verschenen in de Volkskrant van 3 juni jl. Slurink is filosoof en verwoordt het probleem van de agrarische industrie met betrekking tot de natuur op heel krachtige manier.

Als we niet uitkijken gaat het karakteristieke weidelandschap met kieviten, grutto's en leeuweriken naar de vaantjes.

 

Het schijnt weer iets beter te gaan met 'Nederland'- althans met de economie. Met het landschap gaat het beroerd. De kleinere boeren hebben hun land verkocht aan grotere boeren. Die maaien en spuiten er op los. Weiden wordt geëgaliseerd, gefreesd, gerold, met mest geïnjecteerd, en gemaaid midden in het broedseizoen. Landerijen worden het liefst ontdaan van bermen en heggen. Het gevolg is dat het voor Nederland zo karakteristieke weidelandschap met kieviten, grutto's, leeuweriken, tureluurs tussen pinksterbloemen, paardenbloemen en boterbloemen en vele andere kruiden en hier en daar elzen en knotwilgen langs sloten, bijna overal plaats maakt voor volstrekt platte, egaal groene cultuurwoestijnen, waar zelfs het Engels raaigras zich niet meer geslachtelijk mag voorplanten. 

Allerlei vlinders en bijen zijn schaars geworden en dus ook de prachtige vogels die ze eten, zoals klauwieren, wielewalen en koekoeken. Zelfs zwaluwen, spreeuwen, graspiepers, kwikstaarten, grasmussen en 'gewone' mussen worden steeds schaarser. Het gaat het wel goed met de grauwe gans, die erg verzot is op vet gras, maar ja, dat gras moet geld worden en geen gans en dus mogen de ganzen vergast worden of dood 'geschroefd' in een machine.

 

De agrarische productie is voor tweederde bestemd voor de export

 

Maar is het met Nederland zo slecht gesteld dat we ook ons landschap moeten plunderen om te overleven? Slechts 2 procent van de Nederlanders leeft in de agrarische sector en die sector vormt ook slechts enkele procenten van het bruto nationaal product. Boeren worden wel met allerlei subsidies geholpen en tweederde van de agrarische producten wordt uitgevoerd. 'Wij' moeten zo nodig Chinese baby's voorzien van melkpoeder, Amerika voorzien van goedkope melk, voldoen aan de 'groeiende vraag van Oost-Europa en Azië'. 

Maar moeten we echt onze ziel verkopen? Bijna de helft van Nederland bestaat uit weiland: dat is dus de ziel van Nederland. De ziel van ons land bestond uit weilanden met bloemen, grutto's, leeuweriken, koeien, knotwilgen, sloten... Maar omdat we ook daaraan geld willen verdienen, verkopen 'we' onze ziel. We? De gemiddelde Nederlander heeft daarover weinig te zeggen. Het is natuurlijk weer de agrarische sector die de doorslag geeft. Zelfs het kopen van biologische producten helpt maar weinig, omdat onze agrarische productie immers voor tweederde bestemd is voor de export.

 

De VVV realiseerde zich dat Limburg qua bloemenweelde niet meer was wat het geweest is

 

Het is tijd dat natuurbeschermingsorganisaties de handen ineenslaan en dat ook de politiek wakker wordt. Is het echt nodig dat zo'n klein percentage Nederlanders ons landschap verbouwt en dat we jaarlijks meer agrarische producten exporteren? Het Nederlandse landschap is van alle Nederlanders, niet alleen van die paar procent die er hun geld verdienen.
Belangrijk is ook het besef dat er in Nederland meer mensen in het toerisme werken dan in de agrarische sector. Veel streken in ons land hebben een belangrijke toeristische waarde, maar de landbouw houdt daar bijna geen rekening mee. Illustratief was voor mij een actie van de VVV in Zuid-Limburg die een paar jaar geleden bloemen ging uitzaaien in de bermen. Men scheen zich te realiseren dat Limburg qua bloemenweelde niet meer was wat het geweest is. Inderdaad, vroeger vond je er nog korenvelden met klaprozen en korenbloemen en niet te vergeten leeuweriken en hamsters. En nu moeten we de toeristen voor de gek houden.

Wat kunnen we doen? De huidige regering is niet erg slagvaardig als het gaat om de natuur. Het is te hopen dat in 2017 een brede coalitie inziet dat er belangrijke accentverschuivingen nodig zijn. Wat mij betreft stuurt de overheid met belastingen en subsidies naar een meer landschapsvriendelijk boerenbedrijf. Toeristische belangen, natuur- en milieubelangen zouden veel zwaarder moeten wegen. Uiteindelijk bepaalt het uiterlijk van Nederland ook hoe we ons voelen. Daarbij moeten ons realiseren dat het Nederlandse landschap van alle Nederlanders is en dat het niet alleen de ruimte is waar en waarvan we eten, maar dat het ook best een ruimte mag zijn waar we verrukt kunnen zijn van bloemen en vogels en waar we kunnen bewegen, genieten en ontspannen.

Foto: Polder Stein, grasland zonder bloemen, door Freek Mayenburg, www.groenehartvertellingen.nl

Geplaatst op 10 juni 2015