Pestvogel4437

Het is niet veel mensen met een beetje interesse voor vogels ontgaan: er zijn weer pestvogels! Meer dan normaal, moet er dan worden toegevoegd, want pestvogels worden elk jaar wel gezien. Toch kunnen we nu al spreken van een goed pestvogeljaar.

Als al in oktober meer pestvogels worden gezien dan normaal, gaan de harten van vogelaars sneller kloppen. Wordt het een invasiejaar? Al op 8 oktober 2016 werd de eerste pestvogel gezien in ons land, op de noordpunt van Texel. Op de Waddeneilanden worden meestal de eerste opgemerkt. Op de regulier bezette trektelposten werden op 20 oktober de eerste pestvogels gezien, 2 exemplaren bij De Vulkaan bij Den Haag. In de weken erna nam het aantal duidelijk toe en konden steeds meer telposten langstrekkende pestvogels noteren. Tegelijkertijd doken de eerste groepen pleisterende pestvogels op. De grootste groep tot nu toe betrof 56 exemplaren op 7 november, in Zuid-Kennemerland. Op veel plaatsen zijn inmiddels pestvogels gezien, vooral in de noordwestelijke helft van ons land. Afgelopen weekend ringde onze oud-vogelcoördinator Erik Kleyheeg een pestvogel op Vlieland.

Geringde pestvogel, foto door Erik Kleyheeg

In de Krimpenerwaard werden op 7 novemer vijf pestvogels gezien in Stolwijk en op 8 november werden er eveneens vijf pestvogels waargenomen nabij Berkenwoude.

Pestvogels worden meestal opgemerkt in bebouwd gebied, vaak in groenstroken met veel bessen, zoals bij scholen en winkelcentra. Cotoneaster, meidoorn, liguster, maar ook (sier-)appels, daar duiken pestvogels in deze tijd vaak op. Later in de winter worden ze ook op bessen van Gelderse roos en vuurdoorn gevonden.

Pestvogels zijn niet erg schuw en laten zich meestal prachtig bekijken. Aan het verenkleed kunnen vogelaars zien of een pestvogel jong of volwassen is en of het een mannetje of vrouwtje betreft. Een volwassen pestvogel heeft witte randen die óm de toppen van de slagpennen gaan, een jonge niet. Een mannetje heeft een scherpe afscheiding van de keelvlek, een vrouwtje niet. Ook heeft een mannetje meestal opvallender rode “lakplaatjes” op de vleugel en een vollere kuif.

Als je naar een pestvogel kijkt, zie je niet alleen een heel mooie vogel, maar pik je ook een vleugje taiga mee. Want dat is het leefgebied van de pestvogel in de broedtijd. Daar zijn het insecteneters ten voeten uit; de insecten bemachtigen ze in een snelle vlucht. Bij zacht weer in de herfst en in het voorjaar, zie je ze ook in Nederland vliegen vangen vanuit de toppen van bomen. Dan snap je ook waarom pestvogels zulke spitse vleugels hebben, net als bijeneters: ze kunnen er snel en behendig mee vliegen.

Ook op trek zijn pestvogels opvallend snel. In spreeuwachtige vlucht schieten ze voorbij, waarbij ze zich verraden door hun hoge, bellende trillers (“sriirrr…”). Pestvogels trekken overdag, maar ook ’s nachts. Pestvogels die ’s morgens vroeg in de late herfst op de Waddeneilanden worden aangetroffen, zijn vermoedelijk vanuit Noorwegen ’s nachts de Noordzee overgestoken.

In de winter eten pestvogels uitsluitend bessen en appels. Daar waar veel bessen zijn moet je ze dus zoeken. Hou die plekken daarom goed in de gaten. Dus wellicht binnenkort bij uw plaatselijke supermarkt: pestvogels!

Op waarneming.nl ziet u waar recent pestvogels zijn gezien. Op trektellen.nl is te vinden hoe de trek van pestvogels over Nederland verloopt.

Bron: https://www.naturetoday.com, foto header: bron pjayphotos.wordpress.com

Geplaatst op 15 november 2016