Kaartje bodemdaling, www.pbl.nl

Het Groene Hart is een gewaardeerd woon-, recreatie- en leefgebied in de Randstad met internationaal belangrijke cultuurhistorie en natuur. Het veengebied kampt echter met een aantal problemen. Bij ongewijzigd beleid nemen de beheerskosten toe omdat de veenbodem blijft dalen. Daarnaast veroorzaakt veenoxidatie ruim 1% van de landelijke CO2 uitstoot. Bovendien is het unieke Hollandse veenlandschap kwetsbaar door verstedelijking en intensieve landbouw.

Het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) heeft de opgaven en kansen voor het Groene Hart in beeld gebracht en komt nu met aanbevelingen in een rapport (hier te downloaden). Het rapport laat ook zien wat de gevolgen zijn als we het huidige beleid voortzetten: in de Krimpenerwaard zal de bodem dan 50-70 cm dalen tot 2050. Dit betekent dat de jongere generaties zullen meemaken dat de Krimpenerwaard verandert in moerasgebied. Veeteelt zoals die nu plaatsvindt is niet meer mogelijk en weidevogels kunnen er niet meer broeden.

Onze voorzitter Max Ossevoort was namens de NVWK aanwezig op de zogenaamde Collegetour in Boskoop, ‘In het Veen’. De bijeenkomst werd ingeleid door hoogleraar Eric Luiten, Rijksadviseur voor Landschap en Water. De genodigden waren belanghebbende partijen die te maken hebben met en invloed hebben op de veenweidegebieden (Noord-Holland, ZH, Utrecht en Friesland). Denk hierbij aan Hoogheemraadschappen, wethouders van gemeenten, Rijkswaterstaat, natuurverenigingen, STOWA etc. Het rapport van het Planbureau werd als hardcopy aan de ongeveer 160 genodigden uitgedeeld.

Het onderwerp ‘Bodemdaling in het veen’ hield de gemoederen in de greep. Er werden twee hoorcolleges gegeven door vertegenwoordigers uit de aanwezige disciplines en twee tafeldiscussie rondes. De uitkomsten staan in het verslag wat u hier kunt downloaden. In het verslag staan twee heel interessante overzichten met aspecten van bodemdaling. Die zijn wat groter formaat hier te downloaden. Bij deze overzichten horen cijfers. De extra kosten (ten opzichte van kosten op ‘normale' bodem) gerelateerd aan de bodemdaling in de veenweiden uitgedrukt in euro's per hectare zijn tot 2050:

  • Pompen (verwijderen van water): € 50 
  • Stuwen: € 250 
  • Nutskabels: € 50
  • Keringen (dijken e.d): € 1.100 
  • Wegen: € 8.200 
  • Huizen (funderingen etc.): € 5.800 
  • Rioleringen: € 2.200 
  • CO2 (door veenoxidatie: 1,4 miljoen ton per jaar = uitstoot van 2 miljoen auto’s): € 20.000 

De manier zoals we nu met de bodemdaling omgaan door de waterpeilen te blijven verlagen, heeft op afzienbare termijn desastreuze gevolgen. De urgente uitdaging en opgave is hoe we er anders mee kunnen omgaan om die gevolgen tenminste te vertragen. Volgens het PBL is de meeste winst te bereiken met combinaties van ruimtelijke en technische oplossingen, waarbij de unieke kwaliteiten van het Groene Hart worden versterkt. Denk hierbij aan bijvoorbeeld waterberging in combinatie met landschappelijke initiatieven, of onderwaterdrains in combinatie met innovatieve landbouw. Welke combinatie de juiste is, verschilt per deelgebied binnen het Groene Hart. Het maken van keuzes is hierbij echter onvermijdelijk. Dat er snel en intensief zal moeten worden samengewerkt door alle betrokken partijen om tot verantwoorde keuzes te komen is eveneens onvermijdelijk. Omdat de opgaven verschillend zijn per deelgebied, zal de keuze voor maatregelen per gebied anders zijn. Het is noodzakelijk dat alle betrokkenen samen een integrale gebiedsvisie opstellen voor het Groene Hart en dat deze visie uitgangspunt vormt voor de regionale bestuurlijke agenda’s. Ook concludeert het PBL dat regie wenselijk is op de agenda’s van de regionale beleidstafels; de provincies kunnen het mandaat hiervoor verlenen aan één partij. Tot slot concludeert het PBL dat de Rijksoverheid een rol heeft vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de reductie van CO2-emissie en het behoud van (wereld)erfgoed.

 

Bron: www.pbl.nl

Geplaatst op 11 augustus 2015