Thiacloprid

Op 23 maart 2018 werd een interessante publicatie van Centrum Milieukunde Leiden (CML) uitgegeven, afkomstig uit hun living lab. Deze publicatie gaat over het bestrijdingsmiddel thiacloprid (een toegelaten neonicotinoide insecticide). Bestrijdingsmiddelen komen per definitie ook in het oppervlaktewater terecht; direct door verstuiving, indirect door uitspoeling. Thiacloprid blijkt onder veldomstandigheden veel grotere negatieve effecten op het aantal waterafhankelijke insecten (zoals haften) en kleine kreeftachtigen (zoetwaterplankton zoals watervlooien) te hebben dan in laboratoria kan worden aangetoond, zelfs bij concentraties die 2500 keer lager zijn dan in laboratoriumstudies. De oorzaak lijkt te zitten in de hoeveelheid voedsel voor deze organismen: bij weinig voedsel, zoals in de praktijk optreedt bij de gebruikelijke voedselconcurrentie in het veld, heeft de stof veel meer effect dan in laboratoriumstudies (waar altijd voldoende voedsel wordt gegeven).

Recent zijn drie neonicotinoiden verboden voor buitentoepassingen vanwege het risico voor bijen. Thiocloprid is juist een alternatief voor deze drie. De verwachting is dan ook dat het gebruik zal toenemen, en dus ook de blootstelling.

Net zoals de enorme terugval (-80%!) van de insectenpopulatie op het land een drama is voor alle diersoorten die daarvan afhankelijk zijn, is afname van waterafhankelijke insecten een ramp voor alle diersoorten die in water leven. Insecten staan aan de basis van alle voedselketens. Insecten bestuiven (voedsel)planten voor mens en dier en insecten vormen zelf een voedselbron. Afname van insecten heeft daarom direct effect op de aantallen van dieren die ze eten, en weer van de aantallen van soorten die die dieren eten enz., maar ook de voedselvoorziening van de mens wordt bedreigd. Met deze publicatie wordt onderbouwd dat ook de afname van waterfauna een direct verband houdt met het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Het lijkt nooit op te houden

Geplaatst op 19 mei 2018