Grutto 3 Peter Stam

In het AD van maandag 28 december jl. staat een artikel met de kop 'Weidevogel gedijt in de Krimpenerwaard'. Wie de Waardvogel leest of de Nieuwsberichten op onze site volgt, weet dat het helemaal niet goed gaat met de weidevogels, ook niet in de Krimpenerwaard. Wel is het zo dat we al jaren onze stinkende best doen om het tij te keren, op allerlei fronten. Onze vrijwilligers hebben afgelopen jaar inderdaad meer nesten gevonden, en de inzet om de weidevogels in de Krimpenerwaard te redden, is hoog. Helaas, hoewel geen exacte cijfers bekend zijn, weten we wel dat eind april/begin mei, toen de boeren hun eerste snede gingen maaien, vele honderden weidevogels waaronder grutto’s uitgemaaid zijn, die zich toen al verzamelden voor de terugtocht naar Afrika o.a. in het Doove Gat. Veel mensen interpreteerden dat compleet verkeerd: kijk eens hoeveel grutto’s daar zitten! Die hoorden daar helemaal niet te zitten; die zouden op dat moment ergens een territorium moeten verdedigen op een weideperceel.

Verloren broedseizoen 

2015 was voor de weidevogels op agrarisch beheerd land weer een verloren broedseizoen, het minst succesvolle tot nu toe (bron Sovon). De juiste aantallen in de Krimpenerwaard zijn niet bekend, omdat we tot nu onder het oude bestel niet de jonge vogels volgden, maar we weten dat het vroege maaien, de hoge predatiecijfers dit jaar en andere oorzaken als voedselgebrek vanwege monocultuurgras tot een zeer hoge sterfte onder de jonge weidevogels hebben geleid. Wij zijn dan ook heel bang dat alle inspanning die we al jaren plegen om mensen ervan bewust te maken dat het twee voor twaalf is voor de weidevogels, door zo’n mooi klinkende kop helemaal onderuit wordt gehaald. Mensen zullen nu denken: 'o, het loopt helemaal zo’n vaart niet, ik hoef me niet druk te maken!' Dat is zó jammer, mensen moeten zich wél druk maken, alleen met z’n allen kunnen we deze prachtige vogels voor uitsterven behoeden. Veel grutto’s zijn inmiddels al zo oud (meer dan 15 jaar) dat ze niet meer kunnen reproduceren, en de gemiddelde leeftijd van de Nederlandse grutto is al ruim 14 jaar. Men kan zichvoorstellen dat een neergaande populatie-lijn in een grafiek, misschien dit komend jaar al, ineens helemaal naar beneden duikelt. Twee voor twaalf, ja.

Begint de weidevogel-victorie?

Boven de bijdrage in de Waardvogel staat: 'Begint de weidevogel-victorie in 2016?' Dat is een hoopvolle vraag, geen stelling! Er zijn veel positieve factoren die op dit moment kunnen bijdragen aan een ommekeer: de publieke opinie verschuift, gemeenten en regionale overheden, provincies en het Rijk zijn zich er steeds meer van bewust dat actie noodzakelijk is, dat de tijd dringt. Er zijn goede initiatieven die aan de weidevogels ten goede komen: de Weidetop, het Weidevogelberaad aangestuurd door de Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland, Weidoptie van de NMZH, Van 6 naar 10 procent van het Zuid-Hollands Landschap, Vogelbescherming Nederland met o.a. Red de Rijke Weide, cursussen en workshops van de Groene Motor, Campina is aan het onderzoeken wat ze kunnen doen, er zijn ‘natuurinclusieve’ boeren die goede PR krijgen, er zijn boeren die ‘weidevogelvriendelijke’ kaas maken en verkopen, er is meer dan ooit samenwerking nodig tussen gebiedspartijen en ook die komt op gang. We hopen dat de titel niet al te veel schade berokkent bij (potentieel) betrokken mensen.

Aanpassing van beheer

Inhoudelijk is het artikel veel reëler, maar er staat ook wat raars in. Boeren hoeven hun land niet af te staan voor weidevogels (dat zou een bijzonder onwerkelijke verwachting zijn), maar kunnen het beheer op bijvoorbeeld één perceel aanpassen op de weidevogels. Dat kan variëren van uitgesteld maaien op plaatsen waar weidevogels nestelen, tot een tijdelijke greppel-plasdras zodat ze kunnen opvetten na de reis uit Afrika, tot het veel ingrijpender kruidenrijke grasland inzaaien. Dat laatste houdt o.a. in dat er voor tenminste een aantal jaren minder mest op uitgereden kan worden, waardoor er een andere vegetatie groeit die minder eitwitrijk is en daarom wat minder melk oplevert. Die kruidenrijke vegetatie mist de eerste maaisnede en zorgt voor de bloemen die insecten aantrekken, waar de jonge weidevogels op foerageren. Het nadeel van het missen van de eerste snede en een iets minder hoog eiwitgehalte wordt echter geheel of gedeeltelijk gecompenseerd doordat de tweede snede het ruwvoer oplevert wat de koeien de vezels geeft die noodzakelijk zijn voor de spijsvertering, terwijl het mineralen gehalte wat noodzakelijk is voor een goede gezondheid van de koe, daarin van nature in veel hogere mate aanwezig is dan in Engels raaigras. M.a.w.: koeien die dit kruidenrijke gras bijgemengd krijgen in het voer, zijn op een natuurlijke manier gezonder, de boer hoeft geen ruwvoer en mineralen bij te kopen. Dus niet met afstaan van het land voor weidevogels, maar met aanpassing van het beheer op weidevogels, kan het mes aan twee kanten snijden: voordeel voor de boer en voordeel voor de weidevogels. Daarbovenop komt dan nog een vergoeding van het Agrarisch Collectief voor inspanning en eventuele inkomstenderving.

Boeren en weidevogels kunnen goed samengaan

'Onderzoeksbureau Alterra is verzocht om in kaart te brengen wat haalbaar is voor een gezonde omvang van de populatie weidevogels' – dat klopt. In 2014 heeft Alterra n.a.v. eenzelfde verzoek van o.a. de provincie Zuid-Holland het begrip ‘weidevogelkerngebieden’ gelanceerd. Helaas kon Alterra niet werken met de meest recente gegevens en waren veel relevante gegevens voor hen niet toegankelijk. Daardoor kwamen er toen gebieden op de kaart te staan waarin geen vogel meer broedde, en werden veel nog goede gebieden gemist. Dat heeft reacties en inzet uit de gebieden opgeleverd (o.a. via het Weidevogelberaad waaraan Joke Colijn deelneemt namens de NVWK) die zijn gebruikt bij het vaststellen van de zg. kansenkaart van 2016 in het nieuwe stelsel Agrarisch Natuurbeheer, naast inspraak van de maatschappelijke organisaties als NVWK, en terrein beherende organisaties als het Zuid-Hollands Landschap, in elk gebied om de Gebiedsaanvragen voor het nieuwe stelsel zo effectief en efficiënt mogelijk te laten zijn. Recent werd bekend (begin december 2015) dat Alterra opnieuw door staatssecretaris Van Dam om een dergelijk onderzoek is verzocht, maar eigenlijk zijn alle gegevens die nodig zijn voor succesvol weidevogelbeheer al bekend. Het zou op dit moment meer helpen als dat geld niet aan Alterra besteed zou worden, maar aan promotie om de voordelen van goed weidevogelbeheer ook bij de boeren binnen te laten komen. Boeren en weidevogels kunnen ook anno 2016 nog goed samengaan. Dat wordt op verschillende plaatsen elders in het land al bewezen. De NVWK gaat er in 2016 weer met veel inzet tegenaan – samen met zoveel mogelijk andere betrokken organisaties en hopelijk ook met veel ondersteuning vanuit de mensen in en om zo’n prachtig veenweidegebied als de Krimpenerwaard. Mét weidevogels natuurlijk.

Foto: grutto door Peter Stam

Geplaatst op 30 december 2015