cranberry-struik

Op 30 september jl vond het eerste veldcongres natte teelten plaats bij het VIC (Veenweiden Innovatie Centrum) in Zegveld, georganiseerd door het VIC, STOWA (Stichting toegepast onderzoek waterbeheer, Radboud Universiteit en het programmabureau Utrecht-West. Doelstelling was het delen van de nationale en internationale kennis over natte teelten oftewel paludicultuur.

Deze teelten zoals lisdodde, cranberry, veenmos, olifantsgras, wilg, wilde rijst en azolla(kroosvaren) kunnen helpen om o.a. bodemdaling in het veenweidegebied te reduceren. Maar wat weten we er eigenlijk van? Hoe ziet de teelt eruit? Hoe ziet de markt eruit? Hoe gieten we dat in een verdienmodel en wat betekent het voor de toekomst van het veenweidegebied? Deze vragen stonden centraal tijdens tijdens dit eerste veldcongres uit een reeks van drie.

Olifantsgras

Na een inleiding van emeritus hoogleraar Jos Verhoeven bekeken we een aantal proefaanplanten van natte teelten en werden we door deskundigen geïnformeerd over de laatste stand van zaken in binnen- en buitenland. Ter ondersteuning werden factsheets over het gewas verstrekt (zie bijlagen) m.b.t. teelt en oogst, economie (wat kun je met het product, kosten) en ecosysteemdiensten (CO2, waterkwaliteit en waterberging, biodiversiteit.) Afsluitend was er een forumdiscussiemet bestuurders om de stappen te bespreken die nodig zijn om natte teelten tot een succes te maken.

Een ding is op deze dag wel duidelijk geworden: al de genoemde gewassen zijn in staat om te groeien bij natte of zure omstandigheden. Of dat deze gewassen daadwerkelijk geschikt zijn voor de veenweiden wordt nu getest op proefboerderij KTC Zegveld, waar in 2016 gestart is met een proef met cranberry, lisdodde, kroosvaren, olifantsgras, wilg en veenmos. Deze proef moet o.a. inzicht geven of de producten van dergelijke gewassen bruikbaar zijn op een melkveebedrijf, als strooisel of voer voor melkvee of jongvee. Ook worden de landschappelijke en milieukundige aspecten die de teelt van deze producten met zich meebrengt meegenomen in het onderzoek, evenals de afzetmogelijkheden.
In Nederland worden op dit moment al, meestal op andere grondsoorten, een aantal gewassen verbouwd en worden op economische basis producten geproduceerd (zie ook factsheets). Zo worden er in de duinen cranberries commercieel verbouwd.

Proefomgeving, foto Max Ossevoort

Het verbouwen van meerdere gewassen kan de ondernemer voordelen bieden. Veenmos bijvoorbeeld blijkt een plant te zijn die erg gevoelig is voor de kwaliteit van het gebruikte water. Toevoer van oppervlaktewater kan rampzalig zijn voor deze plant. Lisdodde heeft de eigenschap dat het water zuivert (en zachter maakt), waardoor bij combinatieteelt de lisdodde er voor zorgt dat, bij behoefte, voor het spagnum geschikt water voorradig is om aan te vullen. Zo zijn er meerdere voordelen te noemen bij combinatie van gewassen, los van de economische aspecten.

Bij de forumdiscussie bleek dat er een grote behoefte is om regelgeving af te stemmen, voordat het mogelijk is om de natte teeltgewassen in de veenweiden te kunnen gaan verbouwen. Een voorbeeld: wanneer er (langlopende!) pakketten in het kader van agrarisch natuurbeheer zijn afgesloten is het volgens de huidige regelgeving niet mogelijk om op dezelfde percelen deze gewassen te gaan verbouwen.

Het was een dag waar waardevolle informatie is uitgewisseld over de verbouw van gewassen in de veenweidegebieden die niet alleen economische voordelen kunnen bieden voor de agrarier, maar ook mee kunnen helpen aan het bestrijden van de doorzettende bodemdaling, het verminderen van de CO2-uitstoot, verbetering van de waterkwaliteit en niet te vergeten het vergroten van de biodiversiteit. In mijn ogen zijn dit grote kansen voor onze Krimpenerwaard!

Tekst: Max Ossevoort, foto cranberrys, bron: www.cranberries.nl

Geplaatst op 2 oktober 2016