_LMF0549

Het gaat slecht met de weidevogels. De NVWK probeert met betrokken agrariėrs het tij te keren. Maar de consument kan ook heel veel doen en zal uiteindelijk de doorslag geven. Als hij voldoende extra wil betalen voor “weidevogelmelk” kunnen agrariėrs op een deel van hun land voldoende rekening houden met de weidevogels. Wij hebben uitgerekend wat dat de consument zou kosten. Dat is verrassend weinig.

Subsidieregeling: werkt redelijk, maar…

Rekening houden met weidevogels betekent later en minder maaien, gebruik van stalmest in plaats van kunstmest, een lagere mestgift en bij voorkeur ook een hogere grondwaterstand. Dat betekent dat een agrariër op die percelen minder gras kan oogsten en doorgaans wat hogere bedrijfskosten heeft. Kortom, minder liters melk en minder inkomen. Via een subsidieregeling kan een agrariër zogenaamde beheervergoedingen krijgen om de inkomstenderving op te vangen. Op zich werkt die regeling wel, maar ideaal is het niet. Er is discussie over de hoogte van de huidige vergoedingen, veel agrariërs denken dat het onvoldoende is, en de regeling kost geld, geld dat niet bij de agrariërs terecht komt. Dat komt omdat er nu eenmaal ambtenaren nodig zijn voor het ontwerpen van de regeling, het uitkeren van de subsidies, de administratie en voor het toezien op een goede uitvoering door de agrariërs. Ook voor de agrariërs betekent het extra administratie.

De grote rol van de consument

Er is een veel directere oplossing: de consument betaalt extra voor een liter “weidevogelmelk” en dat extra geld komt terecht bij de agrariër die daardoor zijn lagere opbrengsten voldoende kan compenseren. Dat gebeurt al gedeeltelijk. De consument kan melk kopen die afkomstig is van agrariërs die rekening houden met weidevogels. Maar dat loopt nog niet goed. De melk is niet overal verkrijgbaar en er zijn in de supermarkten zoveel soorten melk dat je makkelijk de weg kwijtraakt. Belangrijker: de agrariër profiteert te weinig van de hogere winkelprijs omdat supermarkten de prijs laag proberen te houden, en een veel te beperkt deel van de hogere literprijs bij de agrariërs terecht komt. Tot slot zijn er gewoon nog te weinig consumenten die melk kiezen die natuurvriendelijk is geproduceerd.

Het zou een enorme steun in de rug zijn voor betrokken agrariërs en natuurorganisaties als consumenten actie ondernemen. Die actie is heel simpel: weidevogelvriendelijk melk kopen en initiatieven ondersteunen om zoveel mogelijk van de hogere literprijs bij de agrariër te krijgen in plaats van bij de tussenhandel. Het bekendste initiatief is Red de Rijke Weide. (www.redderijkeweide.nl)

Ter illustratie: de prijs van weidemelk

De grootste zuivelcoöperatie van Nederland is FrieslandCampina (FC). FC werkt met garantieprijzen. De garantieprijs is de prijs die de bij FC aangesloten agrariërs minimaal krijgen voor hun melk, ongeacht de vaak wisselend wereldmarktprijs. Die garantieprijs wisselt wat maar is momenteel ca. 30 euro per 100 kg melk. Consumenten en de meeste agrariërs zien graag koeien in de wei. Daarom krijgen de agrariërs extra geld voor hun melk als ze de koeien in de wei laten. Supermarkten adverteren er mee: op de pakken staat dat de koeien minstens 120 dagen per jaar minstens 6 uur per dag buiten lopen. Je zou zeggen dat de agrariërs hier goed voor betaald worden.

Dat valt een beetje tegen: een agrariër die zijn koeien in de wei laat krijgt van FC een halve tot 1 euro extra per 100 kg melk. Ofwel een 0,5 tot 1 cent per liter. Zie bijvoorbeeld http://zembla.vara.nl/seizoenen/2015/afleveringen/17-06-2015/frieslandcampina-weidemelk-is-vooral-imago. De agrariërs protesteren hier wel tegen maar de supermarkten zijn machtige marktpartijen en beconcurreren elkaar fel om de prijs. Consumenten kunnen hier verandering in brengen maar laten zich nog veel te weinig horen.

De prijs van een grutto

We gaan uit van een redelijk standaard boerenbedrijf van 100 ha met 120 koeien (1). Stel dat op een vijfde hiervan zo goed mogelijk wordt rekening gehouden met weidevogels, dus op 20 ha. De cruciale factor in het veenweidegebied is de overleving van de legsels en de kuikens. Er moet daarvoor voldoende areaal zijn dat laat wordt gemaaid en een aangepaste bemesting heeft. Een boer krijgt 245-520 euro subsidie per ha per jaar voor ‘zeer soortenrijk weidevogelgrasland’, in de praktijk meestal 250 tot 300 euro (2). Rudi Terlouw heeft in opdracht van Rijksoverheid en provincies berekend wat een dekkende vergoeding is voor kruiden- en faunarijkgras dat als kuikenland kan worden ingezet. Dat komt neer op ca. 500 euro per ha. Een modale koe geeft ca. 300 dagen per jaar melk en produceert in de Krimpenerwaard 7500 kg melk per jaar. In dit soort berekeningen rekent men in kg. De norm is 8000 kg (1), maar in Krimpenerwaard ligt het iets lager. Op de 20 ha. weidevogelgrasland is de opbrengst geringer: hier wordt minder bemest en later gemaaid, of het wordt later gebruikt als extensieve standweide met jongvee. De melkgift ligt hier op ongeveer 6.000 kg per koe. Dus die 20 ha. leveren: 120 koeien x 1/5 x 6.000 = 144.000 kg weidevogelvriendelijke melk. Een dekkende subsidie daarvoor van 500 euro per ha. geeft 10.000 euro subsidie. Dat is dus 10.000/144.000 = 6,9 cent per kg. Een kg melk is ongeveer een liter. Stel de consument bekostigt die subsidie helemaal zelf door extra te betalen voor zijn melk. Dan kost hem dat dus 6,9 cent per liter.

Die weidevogelmelk is nauwelijks duurder om te produceren voor een zuivelbedrijf dan gewone melk. Ook de supermarkt heeft maar weinig hogere kosten, bijvoorbeeld voor het drukken van een andere buitenzijde van de verpakking. Maar mogelijk wil de tussenhandel toch een hogere marge rekenen dan op gewone melk. We stellen die extra marge op 5 cent. Dat is eigenlijk extreem: de agrariër doet bijna al het werk en 40 procent van het extra geld dat de consument hiervoor betaalt gaat naar de tussenhandel. Maar zelfs dan kost die weidevogelmelk redelijkerwijs niet meer dan 7+5=12 cent per liter meer dan gewone melk.  

Een gemiddeld gezin consumeert ongeveer 4 liter melk of yoghurt per week. Dan kost het in stand houden van een goede weidevogelstand een gemiddeld gezin dus 4 maal 12 = 48, zeg 50 cent in de week. De consument kan dus heel veel betekenen voor het behoud van een goede weidevogelstand, voor heel weinig geld. Lezer: waar wacht u op?  

De peildatum voor de in de berekening gebruikte bedragen is 13 dec 2015. Rudi Terlouw (Bureau BUI-TeGewoon) heeft de berekening nagelopen. Rudi heeft als voormalig medewerker van het Zuid-Hollands Landschap ruim 25 jaar ervaring met de financiële aspecten van een bedrijfsvoering die rekening houdt met weidevogels en andere natuur in het veenweidegebied.

Agrariers moeten zelf ook een bijdrage leveren

We hebben hier de rol van de consument en de tussenhandel genoemd. Ook de agrarische sector – de individuele agrariër en organisaties en kennisinstituten - kan meer doen dan nu het geval is. Een voorbeeld is de betekenis van kruidenrijk grasland. De gemiddelde agrariër ziet alleen de lagere opbrengst in kg per ha ten opzichte van de hoogproductieve standaard Engels raaigras weide. Door zijn speciale samenstelling heeft het gras van kruidenrijk grasland binnen het bedrijf echter een hoge toegevoegde waarde, waardoor een agrariër onder andere minder ruwvoer hoeft in te kopen. Deze ‘oude’ kennis is nauwelijks bekend in de moderne bedrijfsvoering. Binnenkort geven we hierover meer informatie op onze site.

1) Bron: boerenvoorgrutto.pdf, 2) Bronnen: groenloket.nl en informatie van Rudi Terlouw

Foto: grutto door Leo Markensteijn

Geplaatst op 24 december 2015