Koperwiek Otte Zijlstra

Tsjiiiii, klinkt het in de avond en nacht vanuit de donkere hemel. Dan weet je dat er koperwieken overvliegen. Vanaf eind oktober tot half november trekken koperwieken in grote groepen over ons gebied naar Frankrijk, het Iberisch Schiereiland en ItaliŽ. Ze verplaatsen zich zowel overdag als 's nachts. In de avond en nacht valt hun hoge contactroep meer op, omdat het dan relatief stiller is.

Half november is de trek grotendeels voorbij. De voorjaarstrek begint is in maart en april. De trek is dan wat minder massaal als in het najaar.

In de wintermaanden trekken koperwieken in kleine of grotere groepen rond en kan je ze vinden op de weilanden, zoekend naar wormen en in boomgaarden, parken, tuinen en de duinen bessen etend van de hulst, lijsterbas, kardinaalsmuts en duindoorn.

Een koperwiek is zo groot als een lijster, met een opvallende wenkbrauwstreep en roestrode flanken. In Nederland is hij een doortrekker en wintergast. Zijn broedgebied ligt in Scandinavie en daar broedt hij in dicht struikgewas en in bomen. Hij leeft vooral in naaldbossen, maar ook in berkenbossen en op bergvlaktes en zelfs in wilgenbos.

Foto header door Otte Zijlstra

Geplaatst op 8 oktober 2019