HoezoBodemleven. www.netwerkvlv.nl

In de Boerderij staat een artikel over de verwoestende werking van kunstmest en chemische gewasbeschermingsstoffen op de bodem. Het betreft een interview met de directeur van Mulder Agro, (handelsbedrijf in o.a. kunstmest), die duurzaamheid en zorg voor de bodem preekt! Dat juist deze boodschap afkomstig van dit bedrijf in een blad als de Boerderij staat is opmerkelijk. Theo Mulder put uit zijn rijke ervaring als hij tegen de journalist op een heel toegankelijke manier vertelt dat we compleet op de verkeerde weg zijn geraakt en hoe het anders kan en moet.

Directeur Theo Mulder van handelsbedrijf Mulder Agro ziet wereldwijd de bodemgezondheid achteruit gaan door het vele gebruik van kunstmest. “Ik heb niks tegen kunstmest, maar wereldwijd wordt veel te veel gebruikt.”

Theo Mulder verkoopt onder andere kunstmest. Toch is de directeur van het Friese handelsbedrijf Mulder Agro blij als boeren minder kunstmest gebruiken. De chemische stoffen verstoren het bodemleven en dat maakt planten kwetsbaarder. In de kantine van zijn handelsbedrijf is te zien dat Mulder de bodemgezondheid een warm hart toedraagt. Aan de muren hangen grote foto’s van wormen en posters die uitleggen hoe een boer goed voor zijn grond kan zorgen. Mulder heeft de halve wereld rondgereisd. Hij ziet op veel plekken hetzelfde gebeuren. De grond wordt uitgemergeld door het overmatige gebruik van chemische meststoffen. “Mensen zeggen weleens dat ik alternatief ben. Dat klopt niet. De landbouw is al 10.000 jaar oud. Pas sinds een jaar of zeventig wordt volop kunstmest en chemische gewasbescherming gebruikt. De huidige gangbare landbouw wijkt af van wat gebruikelijk was.” Mulder steekt zijn menig niet onder stoelen of banken, ook niet tegenover zijn klanten. “Er zijn wel klanten die hier aan moeten wennen.”

Wat verhandelt Mulder Agro?

“Wij verkopen fourage, meststoffen en mengvoeders. Ja, ik verkoop ook kunstmest. Ik heb niks tegen kunstmest. De landbouw hoeft echt niet volledig biologisch te werken. Maar de huidige gangbare landbouw gebruikt wereldwijd veel te veel kunstmest.”

Wat is het gevolg?

“Het bodemleven raakt uit balans. Dat verstoort de plantgezondheid. En dat kan invloed hebben op de kwaliteit van het voedsel en het voer. Bodemleven maakt de grond kruimelig. Als dat leven ontbreekt, verdicht de grond waardoor water niet wegzakt. En het water dat wegzakt, verdwijnt te snel naar de ondergrond, omdat het niet wordt vastgehouden door humus. Daardoor heb je eerder last van droogte. Boeren hebben steeds zwaardere trekkers en machines nodig om de grond te kunnen bewerken. De bodem is niet meer ziektewerend, maar juist ziekteverwekkend. Dit leidt ook tot erosie, zelfs in een vlak land als het onze. Als boeren greppeltjes graven om waterplassen kwijt te raken, zie je kleine modderstroompjes de sloot in lopen. We moeten zuinig zijn op de bodem. De natuur doet er duizend jaar over om 1 centimeter rots af te schuren en om te zetten in grond.”

Hoe is uw belangstelling voor de bodem ontstaan?

“In 1980 werkte ik bij een schapenhouder in Nieuw-Zeeland met 3.000 hectare land. Die gebruikte geen kunstmest. Dat vond ik toen raar. Maar langs zijn rivierbeddingen groeide enorm veel gras, zonder kunstmest. Dat zette me aan het denken. Ik ben me gaan verdiepen in Justus von Liebig, de uitvinder van de kunstmest. Die kwam op latere leeftijd tot het inzicht dat chemische meststoffen het bodemleven verstoren. Hij wilde af van de laboratoriumlandbouw. Al in 1841 benadrukte Von Liebig het belang van humus in de grond en het toepassen van kringlopen.”

Welke conclusie trekt u daar uit?

“Dat de gangbare landbouw een andere weg moet inslaan met minder kunstmest. De bodem is te vergelijken met de pens van een koe. Veehouders weten dat koeien alleen gezond blijven als het rantsoen veelzijdig is met voldoende structuur. Alleen dan is er een optimale pensflora met veel gezonde bacteriën. De pens is een vat vol bacteriën. Net als de grond. De bodem zit vol leven. Dat geeft lucht in de bodem en maakt de grond kruimelig. De haarwortel van een plant ziet er precies uit als een omgestroopte darm. De darm brengt voedingstoffen van binnen naar buiten in de bloedvaten. De haarwortel haalt de voedingsstoffen van buiten naar binnen in de plant. Dat is niet voor niks zo. De Griekse filosoof Aristoteles zei ruim tweeduizend jaar geleden al: “De bodem is de maag van de plant”. Als je te veel kunstmest gebruikt, verstoor je het bodemleven.”

Speelt dit alleen in westerse landen?

“Nee, je ziet het ook elders in de wereld. Ik ben op alle continenten geweest. Op heel veel plekken zie je dat de bodemkwaliteit achteruitgaat door het gebruik van chemische meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen.”

Gaat het ergens wel goed?

“Ik ben in Noord-Korea geweest. Door hun isolement zijn ze genoodzaakt kringlooplandbouw toe te passen. De toiletten worden gereinigd met bacterieculturen in plaats van chloor. Daardoor kan het rioolwater worden gebruikt als meststof.”

Ligt het aan de boeren dat de bodemgezondheid achteruitgaat?

“De boer doet zijn best. Maar de denkwijze in de landbouw is te veel gericht op kunstmest. Ik zie wel een omslag bij boeren. Een loonwerker hier in de buurt vertelde dat hij zijn bietenrooier gaat inruilen voor een lichtere machine. Boeren vragen dat aan hem om de bodem te sparen tijdens de oogst. Ook zie je dat boeren rijpaden toepassen. Het is nog geen gemeengoed. Maar steeds meer boeren zien dat de bodem meer aandacht nodig heeft.”

U verkoopt ook kunstmest. Het komt wat vreemd over dat u zo kritisch bent op kunstmest en het zelf in de handel brengt.

“Ik ben niet tegen kunstmest, maar wel tegen het overmatige gebruik. Ik ben blij als een boer minder kunstmest koopt.”

Dan loopt u omzet mis.

“Ik verkoop ook bodemverbeteraars, zoals steenmeel, lavameel en bacteriepreparaten. Met dat laatste kun je bokashi maken. Dat is gefermenteerde organische stof. Ik ben in 1995 begonnen met de verkoop van bodemverbeteraars. Die maken nu ongeveer 10 procent van de omzet uit. De afzet hiervan stijgt met 15 tot 20 procent per jaar. De belangstelling groeit voor meststoffen die de bodem ondersteunen. Dat trekt ook weer nieuwe klanten voor mijn bedrijf.”

Ik constateer dat de gangbare landbouw in staat is om steeds hogere producties per hectare te realiseren. Blijkbaar kan de bodem dat aan.

“Ja, logisch. Met kunstmest en het chemisch onderdrukken van ziekten haal je op de korte termijn hogere opbrengsten. Maar op de lange termijn gaat dat ten koste van de bodemgezondheid. Dat ga je een keer terugzien in de gewasproductie. Ik zie de hectareopbrengsten bij mais hier in de regio al teruglopen, zeker op percelen waar ieder jaar mais staat. De grond kan het water na felle regenbuien niet meer kwijt. Percelen krijgen eerder last van droogte. In Argentinië zag ik in 2008 al dit verschijnsel. Door het eenzijdige gebruik van de onkruidverdelger Roundup in combinatie met kunstmest, gaat de bodem dood. En het hoge gebruik van kunstmest heeft negatieve neveneffecten. Het kost 3.000 kuub gas om 10 ton kunstmest te maken. De input aan mineralen en energie is zeven keer groter dan vroeger, terwijl de hectareopbrengsten maar een factor twee zijn gestegen. De gangbare landbouw is niet efficiënt, ook al zijn de hectareopbrengsten hoger.”

Moet de landbouw dan volledig biologisch worden?

“Nee, dat hoeft helemaal niet. Je kunt best de mineralen in de grond aanvullen met kunstmest en dierlijke mest. Maar het kunstmestgebruik is doorgeschoten. Ook moet je de juiste meststoffen gebruiken. Veel kunstmest is te zout voor het bodemleven. Dat verstoort de symbiose met de planten. En je moet het kunstmestgebruik aanvullen met groenbemesters en goede dierlijke mest. Planten bevatten suikers. Als je die terugbrengt in de grond, voedt je het microleven in de bodem. We moeten toe naar een agro-ecologische landbouw.”

Dan moet ook rioolslib uit de zuiveringsinstallaties terug naar de akkers. Ik zou dat niet willen als boer, met al die medicijnresten of andere chemicaliën die er in zitten.

“Dat is inderdaad een punt. Er is geen gemakkelijke oplossing. Maar de fosfaatmijnen raken een keer uitgeput. We halen voergrondstoffen uit landen aan de andere kant van de oceaan en verbranden hier kippenmest. Dat is echt niet duurzaam. Het is ook politiek gezien niet stabiel, als je voor de voedselproductie afhankelijk bent van kunstmestgrondstoffen uit andere landen. Marokko bezit de helft van de wereldvoorraad aan fosfaat. Die wint dat in mijnen in Westelijk Sahara. Dat is een instabiele regio. De EU wint alleen fosfaat in Finland. Zuid-Amerika heeft geen enkele fosfaatmijn, maar heeft wel veel nodig. Het hergebruik van nutriënten maakt landen zelfredzaam in hun behoefte aan meststoffen. Al het organisch materiaal moet uiteindelijk terug naar de akker. Dan sluit je kringlopen en het is goed voor de bodem. We gaan het in de toekomst handiger en slimmer doen.”

Jan Engwerdaredacteur akkerbouw

Bron foto: www.netwerkvlv.nl

Geplaatst op 5 december 2015