1 DSC00173

Op 6 juli werden vier kerkuilen op een boerderij tussen Haastrecht en Oudewater geringd. Dankzij ringen van de kerkuilen worden gegevens over de migratie verzameld. Waar gaan ze naar toe of blijven ze plaats trouw? Ook kan er iets worden gezegd over leeftijdsopbouw, overleving en populatiegroottes. Daarnaast kunnen doodsoorzaken dankzij ringgegevens worden vastgelegd en wellicht kunnen er op knelpunten maatregelen worden genomen (bekend voorbeeld daarvan is het ongeschikt maken van hectometerpaaltjes om op te gaan zitten).

De uilen krijgen een metalen ring met een diameter van 9 mm om hun poot met een uniek nummer. Alle ringgevens worden in een database ingevoerd en zo kan de herkomst, leeftijd, enz van elke geringde gevonden vogel worden herleid.

En dan maar wachten op leuke terugmeldingen. Vorige week kregen we een interessante terugmelding. Er was in de buurt van Amstelveen een jonge kerkuil gevonden (slachtoffer van een roofvogel) die drie maanden daarvoor in Ouderkerk was geringd; afgelegde afstand hemelsbreed ca 57 km. Helaas is dit jong omgekomen, maar dat is niet verwonderlijk. Het merendeel van de jongen overleeft het eerste levensjaar niet door gebrek aan ervaring.

Tijdens het ringen worden er vier gegevens van de uilen bepaald: vleugellengte, gewicht, kop-snavel lengte en of de krop gevuld is. Sommige ringers kijken naar het vetgehalte bij de stuit van de vogels. De vleugellengte is vooral bedoeld om de leeftijd van een jong te bepalen. Er is een tabel met standaardwaarden zodat snel bepaald kan worden hoe oud een jong is. De overige gegevens zeggen iets over de conditie van de vogel. Zeker als een nest niet volledig uitvliegt en er jongen sneuvelen, kan dit te koppelen zijn aan de conditie. Over het algemeen kan gezegd worden dat de vogels in 2016 een goede conditie hadden. Het merendeel van de nesten is volledig uitgevlogen.

Overigens gebruiken wij vanuit de uilenwerkgroep deze gegevens nauwelijks; m.u.v. de vleugellengte om iets over leeftijd te zeggen. Om ontheffing te krijgen (via Sovon) om nestkasten te openen (wat in principe een verstoring is; Flora en Fauna wet!) is het noodzakelijk nestkaarten in te vullen. Op de nestkaarten worden alle verzamelde gegevens vastgelegd en verstrekt aan Sovon. Daarvandaan kan dan onderzoek verricht worden. Het is dus vooral een verplichting om nestkasten te mogen openen en jongen te  kunnen ringen.

Om te mogen ringen moet je ook in bezit zijn van een ringvergunning; wat feitelijk een ontheffing is op de FF-wet. De vergunning wordt verstrekt door het Vogeltrekstation in Heteren. Het is een onderdeel van het NIOO (nederlands instuut voor ecologie). Je bent niet zo maar ringer; dit wordt door de jaren heen steeds moeilijker. Er gaat een gedegen opleiding aan vooraf, die wordt gevolgd bij iemand die nu ringer is. Als de ringer het idee heeft dat de kandidaat het ringen beheerst, draagt de ringer hem voor het examen voor.

Op de eerste twee foto's houdt Jannie Monhemius het uitvlieggat van de kerkuilkast dicht, om te proberen ook de volwassen uil te pakken krijgen en te ringen. (Wat hier helaas niet lukte, de oudervogel was de kast al uit. Stefan van der Heijden klimt dapper de ladder op.) Cor Oskam is de ringer.

Tekst van Stefan van der Heijden, foto's door Maria Spruit

 

DSC00159 1
DSC00162 1
DSC00164
DSC00165
DSC00167
DSC00168
DSC00170
DSC00171
DSC00174
DSC00180
DSC00183
DSC00184
DSC00186
DSC00187
DSC00188
DSC00189
DSC00190
DSC00191
DSC00193
DSC00196
DSC00197
DSC00198
DSC00199
DSC00200
DSC00201

Geplaatst op 26 oktober 2016