|
Pagina 2 van 5 Nieuwsbrief April 2010 Beste wintervogeltellers en telsters, Hierbij de nieuwsbrief over de telling van maart 2010 en ook natuurlijk meteen een herinnering om komend weekeinde al weer de laatste telling van het seizoen uit te voeren. Tot op heden heb ik de gegevens van 32 (deel)districten ontvangen en hierop is deze nieuwsbrief gebaseerd. Er zijn door ons in het totaal 48259 vogels gezien verdeeld over 86 soorten. Polder Schuwacht had met 54 soorten de meeste, gemiddeld zagen wij per (deel)district 32 soorten. Ik had de indruk dat er per formulier meer soorten op staan dus even gezocht. In januari 2010 gemiddeld 24 soorten per (deel)district, Bonrepas was met 47 soorten het meest soortenrijk. In februari 2010 gemiddeld 23 soorten met polder Hoek west de plek met 43 soorten. Het aantal soorten zegt natuurlijk niets over de aantallen, de telling 8 soorten waarvan er maar 1 is gezien.
Dit was de eerste telling van het jaar waar geen van de tellers sneeuw en/of ijs meldden, tijdens de telling van december is de vorst begonnen en tot vorige telling lag er nog ijs en sneeuw. In het telweekeinde van 12 en 13 maart was het droog, grotendeels bewolkt en met een graad of 6 bijna lenteachtig.
Er zijn 3 dodaarzen gezien, losse exemplaren op de Zaag en in de kooien Bakkerswaal en Nooitgedacht. Buiten de telling om maar wel leuk is de waarneming van een Roerdomp in de Berkenwoudse Driehoek op zaterdag om 18:00. De beste tijd om te tellen is volgens de handleiding tussen 10:00 en 16:00. Op de site van Sovon is onder de projectzaken – handleidingen ook het boekje over de watervogeltellingen te downloaden ( http://www.sovon.nl/default.asp?id=134). Op verzoek stuur ik het u uiteraard toe.
De grote zilverreiger was nog ruimschoots aanwezig in de Krimpenerwaard, 58 stuks in 22 (deel)districten. De beste plek was zowel oost als west van polder Hoek, beiden 7 stuks. Tijdens de telling zijn er nog geen purperreigers gezien maar net wel buiten de telling, zaterdag om 18:10 een overvliegend exemplaar boven polder Schuwacht. Deze extra waarnemingen zijn erg leuk maar ik kan er verder niets mee, de beste plek om deze bijzonderheden te registreren is Waarneming.nl.
De kolgans zien wij veel dit jaar, deze telling 397 stuk met als goede plekken polder Middelblok met 113 stuks en polder Schuwacht met 216 stuks. 397 stuks is geen record voor maart (2888 in maart 1993) maar de laatste 13 jaar zagen wij er niet zo veel in maart. Gemiddeld over 10 jaar zien wij 16 kolganzen in maart. De grauwe gans heeft een record voor maart, 1217 stuks tegen het oude maandrecord van 727 in maart 2008. De grauwe gans is een soort die wegtrekt in februari/maart, wellicht de naweeen van een strenge winter. De grauwe gans is gezien in 29 (van de 32) getelde districten, plekken met als 110 stuks waren de Berkenwoudse Driehoek (134), polder Vlist wetszijde (196) en polder Schuwacht (330). Ook de canadese gans heeft een maandrecord voor maart, 282 stuks tegen 243 in maart 2005. Gezien in 18 teldistricten met als beste plek polder Schuwacht met 121 stuks. De Canadese trekt net als de grauwe gans weg in het voorjaar alleen wat minder sterk, ook hier is wellicht de strengere winter van invloed. Het kan bijna geen toeval zijn maar ook de nijlgans heeft een maandrecord voor maart, 471 stuks tegenover 457 in maart 2009. De nijlgans is gezien in 25 telgebieden met weer Schuwacht als beste plek met 177 stuks.
Voor al deze vogels met een maandrecord geldt dat ze de laatste jaren in alle tellingen een behoorlijke groei tonen. Zoals al eerder gemeld zijn alle telgegevens bij mij op te vragen om bijvoorbeeld een artikel voor de Waardvogel te maken.
“Klaagde” ik in de nieuwsbrief over de telling van november nog over de weinige bergeenden, deze telling een mooi aantal van 87 stuks, goede plekken waren polder Hoek west (16) en oost (28). Gemiddeld over 5 jaar zien wij er 84 in maart. De bergeend is een soort die wij gemiddeld tijdens het telseizoen steeds meer gaan zien maar ook neemt hij toe in de Krimpenerwaard. De smient is met 21762 nog steeds de meest geziene vogel tijdens de maarttelling. Gezien in 29 van de 32 telgebieden met als goede plekken polder Keulevaart (1710), Vlist westzijde (1980) en natuurlijk polder Hoek oost (3610) en west (4758). De enige pijlstaart zat in eendenkooi Bakkerswaal. De enige 2 zomertalingen zijn gezien in polder Middelblok reservaat. De tafeleend was een beetje de bijzonderheid van mijn eigen district de Hollandse Ijssel maar de laatste tijd zie ik hem steeds minder, deze telling 29 stuks wat nog redelijk is maar daarvan 2 op de Hollandse Ijssel en 21 stuks in eendenkooi Bilwijk te Vlist. De enige 2 nonnetjes zaten in polder Schuwacht, de 3 grote zaagbekken zaten in polder Keulevaart.
Een adult mannetje smelleken is gezien in de kattendijksblokpolder. De 2 slechtvalken zaten in polder Schuwacht en Hoek west.
Dat de lente in maart al langzaam was begonnen zien wij aan onze weidevogels. Zagen wij in januari en februari geen kieviten deze telling een mooi aantal van 2105 stuks. De laatste 3 jaar zagen wij gemiddeld maar 884 kieviten maar gemiddeld over 10 jaar zijn het er 2111 stuks. Er kieviten zijn gezien in 26 (deel)districten met als beste plek Vlist oostzijde. Dit hoge aantal kieviten in Vlist oost is deels verklaarbaar door deze mededeling van de teller: “Een kleine toelichting voor de hogere aantallen kieviten en grutto's deze keer, een boer heeft door overschot aan land een kontrakt met Weidehof getekent en dit land vanaf 1 maart onder water gezet wat een pracht stuk plas/dras is geworden. Dit is door de vogels niet onopgemerkt gebleven en zuigt aan als een magneet.” Ik hoor soms wat negatieve berichten over de nieuwe manier van weidevogelbescherming maar dit is natuurlijk positief gegeven.
Het aantal wulpen blijft wel iets achter bij het gemiddelde, deze telling 88 stuks terwijl wij de laatste 10 jaar er in maart altijd meer als 100 zagen en tot wel 310 in maart 2007. De beste plekken om de wulp te zien waren polder Hoek oost (20), Achterbroek (23) en de Kattendijksblokpolder (25). De tureluur was blijkbaar ook nog onderweg, wij zagen er maar 39 tegenover 72 gemiddeld over 5 jaar. De beste plek om tureluurs te zien was de Hollandse Ijssel met 14 stuks. Heel bijzonder was een oeverloper in polder Hoek oost, het derde exemplaar in maart. Ooit in oktober 1996 zijn er 12 gezien in polder Laag Bilwijk. Het aantal uilen valt de laatste jaren tegen, ook deze telling alleen maar 3 bosuilen in de kooien Bakkerswaal en Nooitgedacht en in polder de Hem. Ondanks de tweede winter op rij met veel ijs toch nog 2 ijsvogels in eendenkooi Bakkerswaal.
De spechten lijken weinig last te hebben van de koude winters. Deze telling 8 groene spechten met als vijfjarig gemiddelde 9 stuks. Onderstaande grafiek toont het aantal over de laatste 10 jaar. Met deze lage aantallen hangt natuurlijk wel veel af van “toevallig” de groene specht wel of niet zien of horen.
Groene specht. De grote bonte specht liet zich 20 maal zien wat ook precies het vijfjarig gemiddelde is. De beste plek was eendenkooi Bakkerswaal met 6 stuks maar ook de 4 op de Zaag zijn natuurlijk mooi. Heel bijzonder was de kleine bonte specht in polder Schuwacht, het achtste exemplaar in 20 jaar wintervogelen. De laatste 3 jaar hebben wij geen grote gele kwikstaart gezien (of gehoord) in maart maar deze telling 1 exemplaar in polder Keulevaart. 76 witte kwikstaarten is een mooi aantal voor maart (met nog een aantal formulieren onderweg!), gemiddeld over 5 jaar zijn het er 96. De witte kwikstaarten zijn gezien in 15 telgebieden met als uitschieters polder Hoek oost (15) en west (23). Ondanks de strengere winter hebben wij niet erg veel kramsvogels gezien, deze telling 65 stuks tegen 263 over 10 jaar gemiddeld. In 2 teldistricten zaten er 25, polderr Kromme Geer en polder Krimpen a/d Lek. Ook de 35 koperwieken is aan de lage kant, gemiddeld 55 over 10 jaar. Het grootste gedeelte van de koperwieken zat in het EZH-bos (26). De tjiftjaf is ook zo'n vogel die in maart trekt, wij zien er in maart van geen tot wel 153 in maart 1997 met gemiddeld 45 over 19 jaar. Deze maarttelling maar 3 in het Beijersche (2) en een losse in Achterbroek. De ekster doet het ondanks of wellicht dankzij (meer aas?) de strengere winters goed, deze telling 227 stuks terwijl de gemiddelde over 3,5,10 en 19 jaar niet boven de 219 uitkomen. De eksters zijn gezien in 24 (deel)districten met 42 in polder Schuwacht en 28 op de Zaag. Maximaal zagen wij 333 eksters in februari 2006.
Ook de vink is beter gezien dan de diverse gemiddelden, deze telling 274 stuks tegen bijvoorbeeld 233 over 10 jaar gemiddeld. Er worden in maart 146 (2009) tot 463 (1996) vinken gezien. De beste plek was de Loet (55) en Vlist westzijde (38). De putter brengt ook deze telling het gemiddelde weer omhoog, gemiddeld over 10 jaar 69 stuks maar deze telling 79. Absoluut de beste plek was polderr Krimpen a/d Lek met wel 50 stuks. Tot zover de telling van maart 2010, komend weekeinde van 17 en 18 april is de laatste telling van het seizoen 2009/2010. Zien wij dan nog effecten terug van de strenge sneeuwrijke winter of is de lente dan zo sterk dat de vogels de winter helemaal zijn vergeten? Ik heb ze nog niet gezien maar mocht u wel jonge vogels gezien maar bij de wintervogeltellingen tellen juveniele vogels pas mee als ze vliegvlug zijn.
Mogelijk had u het al ergens gelezen maar SOVON is verhuisd, voor u maakt dat niets uit want ik ontvang de telformulieren graag thuis. Ik stuur de papieren uiteraard door naar het nieuwe adres.
U kunt uw gegevens kwijt bij:
Hans Kouwenberg Dr. A. Kuyperstraat 17 2841 CG Moordrecht
Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Ook ontvang ik graag telformulieren van oudere tellingen, het is natuurlijk zonde dat u wel geteld heeft maar dat er niets met de gegevens gebeurd.
Namens Peter Berger en mijzelf wens ik u een hele goede telling en zie de telformulieren met belangstelling tegemoet.
|