Waardvogel 2010, nr. 1
Waardvogel 2010, nr. 1 - De bruine kiekendief Print
dinsdag, 09 maart 2010 18:46
Onderwerp index
Waardvogel 2010, nr. 1
Het haas
Ringslangen in de Krimpenerwaard
Betrapt en gesnapt
Het Christusvogeltje
Zwaluw nieuws
De bruine kiekendief
Vogelfenologie 2009
Excursie Surfplas Reeuwijk
Kramsvogel en Koperwiek
Kraaien en aanverwanten
Last van aambeien?
Alle pagina's

Een jaar in het teken van de bruine kiekendief

Gijsbert Mourik, vogelcoördinator NVWK

Het jaar van…
Sinds 2002 wordt door SOVON Vogelonderzoek Nederland en door Vogelbescherming Nederland jaarlijks een bepaalde vogelsoort uitgeroepen tot soort van het jaar. Door in dat jaar extra tellingen uit te voeren of door een specifiek beschermingsplan op te zetten, wordt beter inzicht verkregen in het wel en wee van de soort. De laatste  jaren stonden onder andere de visdief, scholekster, nachtzwaluw en de veldleeuwerik in de schijnwerpers.


… de bruine kiekendief
Voor 2010 viel de keuze op de bruine kiekendief. Het is een vrij schaarse soort, die in heel Nederland gezien kan worden. Vooral ’s zomers, maar in zeer kleine aantallen ook ’s winters. Daar komt bij dat nog niet eerder een roofvogel als soort van het jaar is aangewezen, terwijl deze soortgroep juist bij veel jeugdige vogelaars tot de favorieten behoort. En tenslotte is het een belangrijke aandachtssoort binnen de Flyways-campagne, een internationale actie ter bescherming van trekvogels, waaraan ook Vogelbescherming Nederland deelneemt.
Over de bruine kiekendief is inmiddels weliswaar vrij veel bekend, maar voor een gerichte bescherming van de soort is toch nog meer informatie nodig. In samenwerking met de Werkgroep Roofvogels Nederland en Werkgroep Grauwe Kiekendief Nederland willen SOVON Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland dit jaar de openstaande vragen beantwoorden. Vooral het voorkomen van de soort in de wintermaanden, de voedselkeuze en het wel of niet broeden van bruine kiekendieven in lang niet onderzochte gebieden, zijn enkele onderwerpen waar relatief weinig over bekend is. Alleen met de hulp van vele vrijwilligers kunnen daar antwoorden op gevonden worden.

 

Waarnemingen invoeren
SOVON en Vogelbescherming roepen elke vogelaar op een bijdrage te leveren aan het project. Ook wij kunnen daar in de Krimpenerwaard aan meehelpen. De meest eenvoudige manier om mee te helpen, is door alle bruine kiekendiefwaarnemingen consequent door te geven. Door de organiserende instanties wordt daarvoor samengewerkt met bestaande waarnemingensites, als www.waarne-ming.nl, www.telmee.nl , www.trektellen.nl en www.-natuurkalender.nl. De voorkeur van de NVWK gaat er naar uit om Krimpenerwaardse waarnemingen in te voeren op www.waarneming.nl. Op waarneming.nl ingevoerde gegevens kunnen door de NVWK relatief eenvoudig omgezet worden naar het eigen verenigingsarchief en dus ook gebruikt worden voor eigen onderzoek. Het is belangrijk dat de waarnemingen zo volledig mogelijk worden ingevoerd. Let vooral op het geslacht, de leeftijd, het gedrag, het biotoop en eventueel de vliegrichting.
Aan waarnemingen uit het gehele jaar is veel behoefte, maar met nadruk wordt gevraagd zowel de eerste als de laatste waarnemingen van het jaar door te geven op de genoemde sites. Zo wordt geprobeerd zo nauwkeurig mogelijk de aankomst- en vertrekdata te bepalen op landelijk en regionaal niveau. Het fenologieonderzoek dat ook dit voorjaar door de NVWK wordt georganiseerd, draagt daaraan bij. Zie hiervoor de oproep elders in de Waardvogel en de website van onze vereniging: www.nvwk.nl.

 

Daarnaast is het belangrijk eventuele (mogelijke) broedgevallen door te geven aan de districtcoördinatoren van SOVON. Voor onze regio wordt die functie bekleed door Rudi Terlouw en Diny Buisman ( Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. ). Broedgevallen van de bruine kiekendief (en ook van andere roofvogels) worden eveneens graag ontvangen door Govert Vroegindeweij, roofvogelcoördinator van de NVWK. De NVWK en SOVON zullen de broedgegevens tussentijds en na afloop overigens met elkaar uitwisselen.

 

Herkenning
De bruine kiekendief is voor de meeste vogelaars geen onbekende. Met het formaat als van een forse buizerd is het één van de grotere roofvogels van ons land. Van de beduidend algemenere buizerd onderscheidt hij zich door een sierlijkere uitstraling tijdens de vlucht. Vanwege de langere en smallere staart en vleugels oogt de bruine kiekendief slank en met zijn vleugels in een lichte V omhoog gehouden, jaagt deze rover behendig boven slootkanten en rietvelden.


Volwassen mannetjes en vrouwtjes zijn goed van elkaar te onderscheiden. De mannetjes zijn vooral bruin-grijs-zwart getekend. De bovenzijde kenmerkt zich door een bruine rug en vleugelbases, een grijze staart en grijze middenvlakken op de vleugels en contrasterende zwarte vleugelpunten. Aan de onderzijde heeft het mannetje een kastanjebruine buik, grijze staart en vleugels, met ook daar contrasterende vleugelpunten. De kop is wat lichter bruin. Het vrouwtje is vrijwel geheel donkerbruin, maar met een crème-gele kruin en keel. Ook de vleugelboeg kan gelig van kleur zijn, maar de mate daarvan is variabel en in sommige gevallen is die zelfs bruin. De staart is veelal roodbruinig.

 

 

Volwassen mannetje bruine kiekendief, foto: G. Gregori


Juveniel. Zo verschillend als de volwassen vogels zijn, zo sterk lijken juveniele vogels op de vrouwtjes. Gelukkig zijn er toch een paar verschillen, zodat we alsnog de juiste leeftijd en het juiste geslacht bij de waarnemingen kunnen vermelden. Juvenielen verschillen onder andere van de vrouwtjes door de aanwezigheid van een smalle lichte rand tussen de grote dekveren en de slagpennen, op de 
bovenzijde van de vleugels. Deze rand wordt gevormd door de lichtere toppen van de grote dekveren. Verder zijn juvenielen donkerder bruin, met een zeer donkere staart en donkerdere ondervleugeldekveren. De bases van de handpennen zijn daarentegen juist lichter. Een wat beter zichtbaar, maar minder ‘hard’ kenmerk, is dat bij het grootste deel van de jonge vogels de gele vleugelboeg ontbreekt. Slechts bij een zeer klein deel ontbreekt eveneens de gele kruin en keel. Gedurende de eerste levensjaren kleuren de vogels langzaam naar het volwassenkleed toe. In die periode worden veel jonge mannetjes nog voor vrouwtjes uitgemaakt. In de meeste gevallen is deze fout te voorkomen door goed op te letten of de grijze vlakken op de boven- en ondervleugel, in contrast met de zwarte vleugelpunten, al voorzichtig door het bruin heen schemeren. Wanneer we de donkere vleugelpunten af zien steken tegen de rest van de vleugels, dan hebben we een mannetje in het vizier.

 

Onvolwassen mannetje bruine kiekendief, foto: G. Catley 

 

Voorkomen in Nederland en de Krimpenerwaard
De bruine kiekendief is in Nederland vooral een doortrekker in kleine aantallen en een schaarse broedvogel. Hoewel een enkeling ’s winters in Nederland blijft, verblijft het overgrote deel van onze bruine kiekendieven in de winter in Zuid-Europa en Afrika.
In het najaar trekken de meeste bruine kiekendieven in september weg. In oktober en november verdwijnt de rest. In het voorjaar komt de trek in maart weer op gang en in april wordt het hoogtepunt van de voorjaarstrek bereikt. De landelijke trend komt vrij goed overeen met de Krimpenerwaardse trend. De grafiek geeft voor 2006 tot en met 2009 aan hoe groot het percentage waarnemingen van elke maand was, ten opzichte van het totaal aantal waarnemingen van dat jaar. De gegevens voor de grafiek zijn door de jaren heen verzameld door de roofvogelwerkgroep van de NVWK.
In Nederland broedt naar schatting circa 1300 tot 1450 paar. Daarvan broedt het grootste deel in de wat lagere gebieden van Nederland, waaronder de Krimpenerwaard. Rietvelden en natte ruigtevegetaties met enkele struiken hebben de voorkeur. Ook jagen doen ze graag boven rietlanden, veengebieden, moerassen en oevers. Vooral in de natte delen van Nederland neemt het aantal broedgevallen van de bruine kiekendief de laatste jaren toe, maar in de drogere gebieden neemt het juist af. Gemiddeld blijft het aantal broedende bruine kiekendieven daardoor ongeveer gelijk. In de Krimpenerwaard schommelde het aantal broedparen de afgelopen jaren tussen de 5 en 8 paar.

 

Bron: Waarnemingenarchief roofvogels NVWK 

 

Meer informatie
In het kader van het project is door SOVON de website www.jaarvandebruinekiekendief.nl gelanceerd. Op de site is meer informatie over het project te vinden en via diverse links kan actuele informatie over waarnemingen en trends bekeken worden. Via de site is het tevens mogelijk je aan te melden voor een digitale nieuwsbrief, die het komende jaar 4 á 5 keer zal verschijnen.