Waardvogel 2010, nr. 1
Waardvogel 2010, nr. 1 - Last van aambeien? Print
dinsdag, 09 maart 2010 18:46
Onderwerp index
Waardvogel 2010, nr. 1
Het haas
Ringslangen in de Krimpenerwaard
Betrapt en gesnapt
Het Christusvogeltje
Zwaluw nieuws
De bruine kiekendief
Vogelfenologie 2009
Excursie Surfplas Reeuwijk
Kramsvogel en Koperwiek
Kraaien en aanverwanten
Last van aambeien?
Alle pagina's

Last van aambeien ?

Anton van Jaarsveld

Ook na de kou van de afgelopen maanden kunnen we in de maand maart bloeiend speenkruid verwachten. De blaadjes van de plant waren vóór de vorst in december al duidelijk aanwezig. Zelf ben ik niet zo gek op de aanwezigheid ervan in mijn tuin: de plant is een aardige woekeraar! Kijk in maart maar eens in plantsoenen of in loofbossen; het ziet er prachtig geel van de bloemen, tenminste als de zon schijnt. Bij slecht weer blijven de bloemen dicht.
De verspreiding gaat zo hard door zaadvorming èn vooral door zogenaamde broedknolletjes, die in de oksels van de bladeren worden gevormd. Als je met “onkruid”verwijdering in je tuin aan de late kant bent, dan vereist het verwijderen van de plantjes de nodige voorzichtigheid, want ongewild zaai je de knolletjes uit. Sommige tuinliefhebbers gedogen dan wel de bloemen, maar niet het gele blad in de maand juni. Voor de bestrijding ben je dan in wezen te laat.

 

 

De Latijnse benaming is tegenwoordig ficaria verna. Ficaria is afgeleid van ficus, vijg. De vijgvormige knolletjes hebben tot de naam geleid. Verna betekent zo veel als in de lente bloeiend. De naamgeving past dus prachtig. De Nederlandse naam spreekt ook voor zich: de worteltjes lijken immers op spenen. In Zuid-Nederland staat “speen”voor “aambei” De grote kruidkundige uit de 17e eeuw Dodoens vermeldt, dat speenkruid werd gebruikt voor de bestrijding van aambeien. Een vies verhaal: je moest het sap van de plant vermengen met urine van de patiënt of met wijn en daarmee de pijnlijke plek insmeren. Volgens Dodoens hielp het!

 

 

In vroeger tijden at men het jonge loof als sla, zoals men dat ook deed met bladeren van paardenbloem, cichorei en gewone melkdistel. Niet zo gek als we bedenken, dat in de bladeren daarvan veel vitamine C zit. Speenkruid heette vroeger in Duitsland niet voor niets “scheurbuikkruid”. Zoals bekend ontstaat de ziekte scheurbuik bij een tekort aan vitamine C. Het eten beperkte zich wel tot het jonge groen : in de uitgegroeide bladeren zit namelijk gif. Dat is niet verwonderlijk, want de plant maakt deel uit van de ranonkelfamilie met als vertegenwoordigers o.a. de giftige boterbloemen.

 

Wel eens gekeken naar het moment waarop de bloemen zich sluiten ? Sommigen beweren, dat dat elke avond precies om vijf uur is. Of het dan om zomertijd gaat, wordt niet vermeld!