Print

De Bosuil

De bosuil is een forse vogel en heeft als opvallendste kenmerk een forse ronde kop met grote donker bruine ogen. Op de kop hebben ze, in tegenstelling tot de ransuil geen oorpluimen. De kleur van het verenkleed varieert van grijs tot roodbruin met opvallende donkere lengte strepen. De mannetjes zijn doorgaans iets kleiner dan de vrouwtjes.




In onze directe omgeving is de bosuil de meest algemene uilensoort met ongeveer 35 tot 40 broedpaar. Hij is door de gehele waard heen wel te vinden. Het is een echte standvogel die zich zelden verder verplaats dan een enkele kilometer van zijn nest. De jongen vestigen zich vaak binnen een straal van 10 km van het oudernest. Naast de natuurlijk nestholten in doorgaans grote en oude statige bomen broeden ze tegenwoordig ook regelmatig in speciale nestkasten. Dit zijn grote hoge houten kasten (40 x 60 cm) met een ruime invliegopening van ongeveer 15 cm op een hoogte van 3 tot 5 meter van de grond. Overdag bevinden deze uilen zich vaak op een beschutte plaats. Roestend dicht tegen de stam of juist in een holte van een oude boom, in hun nestkastopening of in de nis van een gebouw. In het voorjaar zitten ze ook graag in het zonnetje. Ondanks zijn naam is de bosuil tegenwoordig goed vertegenwoordigt in het Groene Hart en heeft zich landelijk sterk uitgebreid. Het menu van de bosuil is zeer gevarieerd en bestaat uit kleine zoogdieren, slakken en insecten. Maar ook uit kikkers en padden en vogels. In sommige gebieden zelfs grotere vogels zoals kauwen, gaaien en eksters. In de Krimpenerwaard valt de steenuil, als directe voedselconcurrent, helaas ook nog wel eens ten prooi aan deze uil. Daarom zijn we als NVWK tegenwoordig wat terughoudend met het ophangen van nieuwe bosuilkasten.

De bosuil kan onder gunstige omstandigheden al vrij vroeg in het jaar gaan broeden. Februari is dan niet ongewoon. Er worden 2 tot 6 eieren gelegd, die 28 tot 30 dagen bebroed worden. De Uilskuikens verlaten na ongeveer 5 weken het nest. De jonge uilen, takkelingen, blijven dan nog wel in de buurt van het nest. Ongeveer 50 % van de jongen die uitvliegen sterft binnen een jaar. Doodsoorzaak nummer ��n is het verkeer. Een bosuil kan ongeveer 16 jaar worden.