Print

"20 jaar" weidevogelbeheer in de Krimpenerwaard.

Twintig jaar geleden is de eerste aanzet gegeven tot het oprichten van een weidevogelwerkgroep. Om precies te zijn op 23 december 1981. Bij Rudi Terlouw thuis hadden de "mensen van het eerste uur" zich verzameld: Rudi Terlouw, zijn echtgenote, Wim Fontijne, Cock van Dam, Gerard Dekker, Henk Gazan, dhr. A. Brand, dhr. A. v.d. Graaf en dhr. A. Lagerwaard.
Zij werden al gauw terzijde gestaan door Leen Visser, Cor Bruinstroop en dhr. P. Blanken.

In 1982 werd er oriënterend begonnen. Er werd gekeken naar de factoren die een rol spelen bij het weidevogelbeheer, er werden boeren gepolst om mee te doen aan weidevogelbescherming en er werd ervaring opgedaan in de diverse polders in de Krimpenerwaard. Het jaar erop werd er actief contact gelegd met diverse boeren en werd er een voorzichtige start gemaakt met nesten zoeken en beschermen bij de veehouders.

In 1984 begon het echt te lopen: er werd gezocht met 8 vrijwilligers bij 12 veehouders. Op ruim 64 hectare weiland konden er nesten beschermd worden.

Naast het werk in het veld werd er ook veel gedaan aan voorlichting op scholen en bij jeugdnatuurwachten. Bovendien werden er toen ook al vlotjes gelegd om de zwarte sternen broedgelegenheid te bieden. In 1984 was het een goed jaar voor de grutto´s in de Polder Hoek: er was sprake van wel 45 paar grutto´s ten opzichte van ca. 40 paar kieviten. Ook de veldleeuwerik deed het goed met 15 tot 20 paartjes. De zomertaling stond echter onder druk (slechts enkele broedparen) evenals de zwarte stern.

Van de zwarte stern is een meerjarig overzicht beschikbaar:

 

1943 Ruim 150 broedparen bron: Randstad en Broedvogels
1969 125-175 paar bron: Randstad en Broedvogels
1975 100-120 paar bron: Randstad en Broedvogels
1978 81 paar bron: Randstad en Broedvogels
1980 50-55 paar inventarisatie: Rudi Terlouw
1981 52-54 paar inventarisatie: Rudi Terlouw
1982 54-56 paar inventarisatie: Rudi Terlouw
1983 min. 76 broedgevallen (*) inventarisatie: div. leden NVWG Krimpenerwaard
1984 18 paar inventarisatie: div. leden NVWG Krimpenerwaard

 (*)  Door omstandigheden geen complete inventarisatie.

Zoals nu nog had ook toen ieder jaar wel zijn eigen hoogtepunt of opmerkelijke gebeurtenis. In 1985 is er bijvoorbeeld sprake geweest van baltsende watersnippen in de Polder Hoek, waargenomen door Wim Fontijne.

In het weiland bleken er nog wel eens problemen te zijn met het gebruik van de nestbeschermers. De koeien bleken vaak te nieuwsgierig en te sterk voor de geplaatste rekken en werkten ze tegen de grond. Blijkbaar moesten de poten van de nestbeschermers nog wat langer zijn en moesten ze wat dieper de grond in. Naast de koeien was er ook in de jaren 80 al last van predatie door kraaien in diverse polders.

Het jaar 1986 begon als een koud jaar. Het bleef winter tot in de 2e week van maart. Veel vogels weken uit naar het oosten. Door de kou kwamen de landwerkzaamheden laat op gang (pas half april). Voordeel hiervan was wel dat het vee pas laat in de wei kwam en dat er laat gemaaid werd. Veel pullen (weidevogelkuikens) konden hierdoor overleven. Een soort "eind goed, al goed".

 

foto: A. Eykenaar. Een "halfwas" kievitje.

Een jaar later was het aantal hectares beschermd gebied opgelopen van 64 ha. (in 1984) naar 82,5 ha. in 1987. Dit gebied werd afgelopen met nog steeds hetzelfde aantal vrijwilligers als in 1984. Flink wat extra werk dus.

Hoogtepunt in dit jaar is het broedgeval van een wulp in de Polder de Nesse. Het paartje bracht 3 jongen voort zoals Rudi Terlouw & Cock van Dam konden waarnemen.

Naast het nesten beschermen werd er ook aandacht besteed aan het inventariseren van Polder de Hoek. Wim Fontijne heeft 350 ha. polder in kaart gebracht. Hij heeft in de periode april-mei 1987 vijf maal de polder bezocht. Dit leverde de volgende resultaten op:

Grutto 65 paar
Kuifeend 4 paar
Tureluur 12 paar
Slobeend 20 paar
Scholekster 9 paar
Zomertaling 1 paar
Kievit 70 paar
Krakeend 1 paar

In 1988 volgt er voor het te beschermen weidevogelgebied een enorme toename, van 82,5 ha. naar 147,5 ha. Over 1988 zijn de volgende uitkomstpercentages bekend: kievit 55,1% uit, grutto 78,6% uit, tureluur 66,7% uit, scholekster 100% uit en slobeend 54,5% uit. De verliezen zaten hoofdzakelijk in de predatie (36%), in de landwerkzaamheden (42%) en in het verlaten van de nesten (50%).

Tevens werd er naast de weidevogeIbescherming ook dit jaar weer geïnventariseerd in de Polder Hoek te Lekkerkerk (350 ha.) door Wim Fontijne en in Polder Kattendijk te Gouderak (ook 350 ha.) door Rudi Terlouw. De polder Kattendijk werd in 1988 dusdanig intensief geïnventariseerd dat er zelfs een apart verslag van verscheen (door R.J.S. Terlouw).

In 1989 waren de uitkomstpercentages al weer gestegen: kievit 81,3% uit, grutto 83,5% uit en scholekster 64,7% uit. De zwarte stern was in 1989 goed vertegenwoordigd met ca. 95 paren
(1975 120 paren, 1980 52 paren, 1982 60 paren). In 1990 daalde dit echter al weer tot 60 paren, zeer wisselende resultaten dus.

Het aantal vrijwilligers was inmiddels opgelopen tot 13 personen. Zij liepen bij 13 boeren ruim 200 ha. af.. (Het aantal hectaren dat beschermd werd nam in de loop der jaren nog flink toe. De verhouding tussen het aantal vrijwilligers en het aantal boeren wisselde echter nog wel eens, dan weer wat meer boeren, dan weer wat meer vrijwilligers. Later zijn de verhoudingen wat meer in evenwicht gekomen.)

Na een gedegen onderzoek van Rudi Terlouw werden cijfers bekend van de overlevende jonge grutto´s in de jaren 1989-1990-1991.

Jongenpercentage in groepen grutto´s in juli in de Krimpenerwaard
  1989 1990 1991
Totaal exemplaren:      
aantal 1.045 1.325 1.204
Jongen:      
aantal 90 94 230
percentage 8,6% 7,1% 19,1%

Hieruit blijkt dat 1991 een goed gruttojaar was.

In 1992 is er sprake van 21 vrijwilligers, 20 veehouders en 440 ha. beschermd gebied. Dit jaar werd er ook een weidevogelcursus gegeven. Een geslaagd initiatief. Vanaf nu stijgt het aantal vrijwilligers gestaag. Weidevogelbeheer begint een begrip te worden in de Krimpenerwaard, ook bij de boeren.

Het seizoen 1993 gaf met zijn droge, warme voorjaar een bekend verschijnsel te zien. Snel groeiend gras, zodat er eind april al nauwelijks meer te zoeken was in het hoge gras. Door zorgvuldig om de stokken heen te maaien zijn er echter goede resultaten geboekt. Bert Pellegrom vond in 1993 bij toeval 3 nesten jonge haasjes bij dhr. de Gier. Zijn dochter Annemarie (5 jaar!!!) vond haar eerste kievitsnest toen ze met Bert het veld in ging!

Dit jaar werd er gebruik gemaakt van een wildredder om de vogels te waarschuwen voor de naderende grasmaaier. Tevens bleken oplettende veehouders nu ook zelf nesten te vinden tijdens het maaien.

In 1994 was er weer sprake van een nat en koud voorjaar. Veel nesten lagen in het water en werden verlaten.

 

foto: A. Eykenaar. Een verregende kievit.


Pas in de 3e week van april kwamen de landwerkzaamheden op gang inclusief de -dit jaar verplichte- mestinjecties in de grond. Voordeel dit jaar was het gespreide maaien waardoor veel nesten toch goed uit konden komen. Dit jaar werden de eerste ervaringen opgetekend met kieviten en maïsland. Leen van Ree, Carla Bunnik en Hennie van Buren vonden 12 kievitsnesten, 2 scholeksternesten en 1 tureluursnest op een perceel maïsland. Tevens kregen groep 6, 7 en 8 van een school uit Lekkerkerk hun eerste theorieles over weidevogels van juffrouw van Jaarsveld. Deze les werd gevolgd door een excursie met Leen en Carla in het weiland. Leen liet gelijk zien hoe er geringd wordt bij kievitkuikens.

Cock van Dam had dit jaar zijn handen vol: de startavond regelen, nieuwe vrijwilligers begeleiden, een nieuwe coördinator weidevogels inwerken, lezingen geven, rondleidingen verzorgen, 100 nestbeschermers maken (samen met Nico van Dam), wildredders kopen en uitdelen, vergaderingen bijwonen en ook nog weidevogelen. Voorwaar een jaar-rond bezigheid en zéér arbeidsintensief. Zijn inzet verdient alle respect.

Het jaar 1995 bracht ons goed weidevogelweer: mooi weer, niet te koud en weinig regen. Bovendien werd weer zeer gespreid gemaaid en gehooid. Dit jaar begon mevr. de Jong haar seizoen als weidevogelcoördinator en opvolgster van Cock van Dam. Een zware klus bleek het wel te zijn.

In 1996 was het in tegenstelling tot 1995 flink koud en droog. Het gras kwam pas laat aan de groei en veel nesten waren dus makkelijk te vinden. Een groot aantal eieren was ook al uit voordat er gemaaid werd. Inmiddels wordt er ook al met ruim 50 vrijwilligers gezocht bij zo´n 40 boeren. Er wordt al bijna 1000 ha. Krimpenerwaard beschermd. Dat er goed aan de zwarte sternen gedacht wordt merkten Bas Goemans en zijn maatje. Tijdens het weidevogelen bij hun boeren troffen ze 7 bezette nestvlotjes aan in de sloot. Het is echter onbekend wie ze had uitgezet. Ook Bert Pellegrom en Harm Blom hadden een unieke ervaring. Zij troffen een compleet gruttolegsel aan met 3 gewone eieren en 1 helblauw ei! De heren Fontijne, Zwijnen en van Mourik troffen nog 2 paren gele kwikstaarten broedend aan. Tijdens de inventarisatie in het Veerstalblok kwam Marcel Schildwacht nog een broedende bontbekplevier tegen.

In 1997 is er een wisseling van de wacht en een nieuwe opzet: Dick Anker en Leon Spek worden beide coördinator, de Krimpenerwaard wordt verdeeld in regio Oost en regio West en Ewald Schattenberg wordt secretaris (na jaren trouwe dienst mag ik Carla Zantinge opvolgen als verslaglegger).

Opvallend was het broedgeval van een scholekster tussen gebroken rode dakpannen op de grond gevonden door Cock van Dam. Voor het 2e opvolgende jaar hoorde dhr. Fontijne de kwartel tijdens het weidevogelen. Ook lagen er weer genoeg predatoren op de loer: een buizerd, kraaien, een wezel, een hermelijn en verwilderde katten.

Inventarisatie van het Veerstalblok gaf dit jaar een stijgende lijn van broedparen aan, vooral bij de grutto en de slobeend. De krakeend was ook weer terug met 2 broedparen.

De instroom van nieuwe vrijwilligers gaat jaarlijks door. Er waren in 1998 dan ook 70 vrijwilligers aan de slag, deels opgeleid via Landschapsbeheer, deels als nieuwkomer meelopend. De ledengroei van de vereniging bleef echter achter bij de vrijwilligerstoename. Omdat het daarentegen wel de bedoeling is dat de vrijwilligers die namens de NVWK aktief zijn, ook daadwerkelijk lid zijn is één en ander in 1998 nog eens nadrukkelijk onder de aandacht gebracht. Thans zijn dan ook alle in het weidevogelverslag vermelde vrijwilligers lid van de vereniging.

De verslagen van de laatste jaren bevatten veelal een interessant artikel, bijvoorbeeld in 1998: "De kunst om de kuikenfase te overleven", een aantal krantenknipsels en de inmiddels bekende "Wist je dat" rubriek met leuke wetenswaardigheden uit het betreffende seizoen. Ook worden de resultaten per bedrijf steeds inzichtelijker. Sommige dingen zijn echter bij het oude gebleven, zoals de getekende voorkanten van Hans Zantinge en de weerverslagen van de Krimpenerwaard door Harry Berkouwer. Zonder beide heren is een verslag niet compleet!

Vanaf 1999 worden de verslagen uitgebracht in "huisstijl": een ronde tekening op de kaft met daaromheen de tekst "Natuur- en Vogelwerkgroep de Krimpenerwaard". In 1999 wederom een wisseling van de wacht: Simon de Ligt volgt Leon Spek op als coördinator van het westelijke deel van de Krimpenerwaard. Ook in 1999 werden Jan en Nico de Vrij tijdens hun speurtochten in de polder Koolwijk aangehouden door de politie. Dit naar aanleiding van een melding over stropers in de polder. Gelukkig hadden beiden hun legitimatiebewijs en verenigingspasje bij zich. Tezamen met de (schriftelijke) toestemming van de veehouder voorkomt dit namelijk een hoop problemen.

Duidelijk is wel dat er de laatste jaren gelukkig van de kant van de politie meer aandacht is voor stroperij en eierrapers.

Een opmerkelijk feitje uit dit jaar was de vondst die Piet v.d. Woude deed bij dhr. Rijkaart: een compleet kievitsnest, met 3 gewone eieren en één exemplaar ter grootte van een mereleitje. Tevens vonden [Leen van Ree, Henny van Buren en Carla Bunnik bij de heren de Vos een (tam gefokte) broedende pijlstaart tussen de maïs. De eieren van deze eend zijn onder een broedmachine succesvol uitgekomen.

Het verslag wordt met het jaar fraaier: in 2000 zijn er voor het eerst kleurenfoto´s en tabellen in kleur te bewonderen. Belangrijker is echter de constatering dat steeds meer veehouders ook zelf oog krijgen voor weidevogelnesten. Dhr. H. van Dam, veehouder, heeft zelf 28 nestvlotjes uitgelegd voor de zwarte stern. Hiervan waren er 17 in gebruik. Minimaal 10 legsels waren succesvol maar waarschijnlijk ligt het aantal broedsuccessen nog wel hoger.

Ook blijkt duidelijk de voorkeur voor maïspercelen bij kieviten en scholeksters. Wanneer we de nestgegevens van het seizoen 2000 splitsen in grasland en maïsland, dan ziet de verdeling er als volgt uit:

 

  totaal aantal gevonden nesten op grasland (1650 ha.) op maïsland (40 ha.)
Kievit 453 352> 101
Grutto 235 231 4
Scholekster 84 69 15
Slobeend 53 53 0

 

Op zich heel mooi maar laten we hopen dat er niet teveel maïspercelen komen in de polder want alles heeft naast voordelen ook nadelen (op de website www.nvwk.nl staat een notitie over de maïsteelt met al zijn voors en tegens).

Het verslag over 2001 is inmiddels verspreid onder de vrijwilligers en veehouders. Duidelijk is wel dat dit seizoen voor de vogels is meegevallen. De mensen en het vee hadden veel last van de MKZ-crisis maar voor de vogels was het een uitkomst: geen verstoring en geen bedreigingen door landwerkzaamheden. Dit kwam het aantal uitgekomen (kievits-)nesten ten goede. Het resultaat is naar verhouding niet slechter dan vorig jaar. De enige vogel die dit jaar problemen kende was de zwarte stern. Er waren weinig mogelijkheden om nestvlotten uit te leggen. Laten we hopen dat dit volgend jaar beter loopt.

Hierbij is het beeld compleet van 20 jaar weidevogelwerk. Rest mij nog te vertellen dat er op de website van de vereniging ook een weidevogelpagina is. Deze pagina is geheel up-to-date en zal nog aanzienlijk uitgebreid worden in de nabije toekomst. Een bezoekje waard voor geïnteresseerden.

Ewald Schattenberg.

(Alle gegevens zijn ontleend aan de weidevogelverslagen en tabellen van Rudi Terlouw, Carla Zantinge-Bunnik & Ewald Schattenberg).