|
Veenweidepact KrimpenerwaardOvergenomen uit informatie van de provincie Zuid-Holland Wat is het Veenweidepact Krimpenerwaard? De partijen in de Krimpenerwaard slaan de handen ineen om de toekomst van het gebied veilig te stellen. Zij maken in het Veenweidepact Krimpenerwaard afspraken over de inrichting van het landelijk gebied van de Krimpenerwaard. De afspraken zijn bedoeld om het waardevolle agrarische cultuurlandschap en de daarbij behorende natuurwaarden te behouden en verder te ontwikkelen.
Waarom een pact? De Krimpenerwaard heeft een heel duidelijke identiteit: landelijk, agrarisch en sinds de tijd van de ontginning nauwelijks �cht veranderd. Een waardevol stukje Groene Hart waar velen van genieten. Maar het is ook een gebied waar de bodem daalt, waar de marges in de landbouw steeds kleiner worden en waar de natuur onder druk staat. Om het gebied waardevol te houden voor landbouw, natuur en recreatie, is een stevig beleid nodig. Voor de Krimpenerwaard is in 1999 een inrichtingsplan, het 'Raamplan', vastgesteld. Dit Raamplan spoort echter niet meer met het nieuwe rijks- en provinciaal beleid. De natuurgebieden liggen verspreid over de Krimpenerwaard; de waterhuishouding wordt veel complexer en de kosten van het plan zijn hoog. Met het Veenweidepact proberen de partijen hier iets aan te doen.
Welke problemen pakt het Pact aan? De Krimpenerwaard heeft te maken met een voortdurende bodemdaling. Om het landelijk gebied geschikt te houden voor de landbouw, wordt het waterpeil elke keer met de bodem mee verlaagd. Door verandering van het klimaat komt er echter steeds meer water naar de Krimpenerwaard, via de rivieren en door (zwaardere) regenbuien. Steeds meer water wegpompen en steeds lagere waterpeilen zijn op lange termijn niet vol te houden. Het aantal verschillende waterpeilen neemt op basis van het huidige Raamplan sterk toe, waardoor een goed waterbeheer moeilijker en kostbaar wordt. Het is beter om de bodemdaling zo veel mogelijk te beperken. Dat heeft consequenties voor het inrichten van het gebied. Het Veenweidepact geeft de mogelijkheden om de inrichting aan te passen aan een waterpeil waarbij zo min mogelijk bodemdaling optreedt.
Wat is het doel van het Pact? Het centrale doel van het Pact is om het waardevolle agrarische cultuurlandschap en de daarbij behorende natuurwaarden te behouden en verder te ontwikkelen. Een belangrijke randvoorwaarde is om verdere bodemdaling zo veel mogelijk te beperken. Het staat vast dat hiervoor een herinrichting van het gebied noodzakelijk is. De herinrichting moet de omstandigheden voor de agrari�rs verbeteren, de recreatievoorzieningen verbeteren en de natuur robuuster maken. Daarbij wordt gekeken of de nieuwe inrichting;
- op lange termijn haar waarde blijft behouden (toekomstwaarde),
- te handhaven is (duurzaam beheer),
- betaalbaar blijft (kosteneffectiviteit).
Wat houdt de herinrichting in? Uitgangspunt voor de herinrichting is het behoud en de ontwikkeling van het landschap, waarbij zo veel mogelijk extra bodemdaling moet worden voorkomen.
Extra bodemdaling wordt voorkomen door het waterpeil op de juiste hoogte te houden. Bij een bepaald waterpeil hoort vervolgens een bepaald gebruik van de grond. Waar het waterpeil heel hoog is, ontstaat drassig land en is landbouw niet mogelijk. Landbouw heeft drogere grond nodig dan natuur, voor een beter gewas en om met machines het land te kunnen bewerken. Simpel gezegd bepalen bodemdaling en waterpeil de mogelijkheden voor inrichting en gebruik van het gebied. Dit wordt de lagenbenadering genoemd.
Voor de Krimpenerwaard geeft deze lagenbenadering de volgende globale indeling van het gebied. In het noorden van de Krimpenerwaard is de bodemdaling het grootst. Hier zal het waterpeil hoog moeten zijn om verdere daling zo veel mogelijk te beperken Dat betekent drassige gronden, en hier is de bestemming 'natuur' de logische keuze. Het zuiden van de Krimpenerwaard is hoger gelegen en de bodem daalt minder snel. Hier kan het waterpeil goed worden afgestemd op de landbouw. Het middengebied van de Krimpenerwaard zit qua bodemsamenstelling tussen deze twee uitersten in. Het waterpeil wordt hier niet verder omlaag gebracht ten opzichte van het land. Omdat de landbouwfunctie gehandhaafd blijft, al dan niet in combinatie met natuurbeheer, is het noodzakelijk dat het waterpeil de maaivelddaling volgt.
Voor de hele Krimpenerwaard wordt bekenen hoe er kansen kunnen worden geboden voor nieuwe vormen van ondernemerschap die passen bij de kenmerken en identiteit van het gebied.
Wie zorgt er voor de uitvoering? Om de afspraken van het Pact zorgvuldig, samenhangend en snel uit te voeren moet er een goede afstemming komen tussen de betrokken partijen. Daarom wordt er een Strategiegroep opgericht waarin de gemeenten, het hoogheemraadschap en de provincie vertegenwoordigd zijn. De Landinrichtingscommissie is vaste adviseur van de Strategiegroep. De Strategiegroep stelt een meerjarenprogramma op waarin aandacht wordt besteed aan inrichting, beheer en ontwikkelingskansen. De Landinrichtingscommissie zorgt voor de uitvoering. In de Landinrichtingscommissie zitten vertegenwoordigers van zowel overheden als maatschappelijke organisaties.
Hoe zit het met inspraak? De provincie Zuid-Holland heeft de regie over de totstandkoming van het Pact en de herinrichting. In samenspraak met de andere partijen wordt de herinrichting vertaald in diverse plannen, zoals streekplan, bestemmingsplannen en natuurgebiedsplan. Ook het Raamplan van de Landinrichtingscommissie wordt aangepast aan de afspraken in het Pact. De inspraakprocedures voor al deze planwijzigingen worden zo veel mogelijk aan elkaar gekoppeld. Op deze manier kunnen belanghebbenden een oordeel geven over een totaalpakket. Naast deze formele momenten zal er ook op andere momenten overleg en voorlichting plaatsvinden. De maatschappelijke belangengroepen worden betrokken bij de begrenzing van natuurgebieden. Dat gebeurt al in het eerste kwartaal van 2006. De Strategiegroep co�rdineert dit proces en zorgt ervoor dat alle maatschappelijke partijen voldoende betrokken worden.

Wie betaalt de maatregelen? Vele partijen betalen mee aan de uitvoering van de plannen: het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de gemeenten in de Krimpenerwaard, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, grondeigenaren en het Natuur- en Recreatieschap Krimpenerwaard. Recent is de financieringsstructuur van het Rijk gewijzigd. De provincie onderhandelt met het Rijk over extra financiering voor de plannen van het Pact. Als er onverhoopt niet voldoende geld voor de maatregelen beschikbaar komt of wanneer er onvoldoende beleidsruimte wordt geboden, wordt in 2007 besloten of het Pact wordt bijgesteld en of afspraken geschrapt moeten worden.
Wat gebeurt er concreet? De planning voor instemming met het Pact ziet er als volgt uit: - 22 december 2005: De dagelijkse besturen van de verschillende overheden en de maatschappelijke organisaties tekenen het Pact.
- december 2005 en 1e kwartaal 2006: De algemene besturen van de overheden, zoals de gemeenteraden, stemmen in met het Pact.
Het huidige landinrichtingsplan moet worden bijgesteld. De geplande natuur- en landbouwgebieden krijgen nieuwe grenzen. De verwachting is dat zo'n 600 tot 800 hectare natuurgebied verplaatst zal worden. In het eerste kwartaal van 2006 wordt in samenwerking met alle partners gewerkt aan de herbegrenzing van de natuurgebieden en de planning van ecologische verbindingen. De herbegrenzing van natuurgebieden zal gevolgen hebben voor de grondeigenaren. Een deel van de eigenaren nu grond hebben in een landbouwgebied, krijgen straks te maken met een natuurbestemming. Omgekeerd zal een deel van de geplande, nog niet gerealiseerde natuurgebieden, straks weer landbouwgebied zijn.
Vanaf het tweede kwartaal van 2006 wordt de formele plannen gewijzigd (zoals streek- en bestem-mingsplannen). De vertegenwoordigers van de betrokken maatschappelijke organisaties organiseren het contact met de achterban.
De Landinrichtingscommissie gaat in 2006 na welke wensen de agrarische bedrijven hebben ten aanzien van kavelruil en stelt vervolgens een uitvoeringsplan op voor de daarop volgende jaren. Het uitgangspunt voor grondverwerving is vrijwillige verkoop en ruil.
Aan de Landinrichtingscommissie is gevraagd om aan te geven welke maatregelen zonder meer kunnen worden uitgevoerd. Deze zogenaamde 'geen-spijt-maatregelen' worden in 2006 uitgevoerd. Hiervoor is � 4 miljoen beschikbaar. Het zijn maatregelen op het vlak van recreatie, natuur, kavelruil en landschap. Het gaat daarbij onder andere om de aanleg van natuurverbindingen en de inrichting van een aantal natuurgebieden. De waterbeheersing van deze gebieden wordt verbeterd. Daarnaast worden onder andere wandelpaden en een fietspad aangelegd. Bij Lage Weg en Ouderkerk komen kleine gebiedjes tussen dorp en agrarisch gebied, waar mensen kunnen wandelen.
De volgende overheden en organisaties tekenen voor het Veenweidepact Krimpenerwaard: - gemeente Bergambacht
- gemeente Nederlek
- gemeente Ouderkerk
- gemeente Schoonhoven
- gemeente Vlist
- provincie Zuid-Holland
- Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
- Land- en Tuinbouw Organisatie Noord, afdeling Krimpenerwaard
- Agrarische Jongeren Krimpenerwaard
- Stichting Zuid-Hollands Landschap
- Natuur- en Vogelwerkgroep de Krimpenerwaard
- Stichting Bodembeheer Krimpenerwaard
- Stichting voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer "Weidehof Krimpenerwaard"
- Natuur- en Recreatieschap Krimpenerwaard
- Landinrichtingscommissie
|
Voor meer informatie kunt u terecht bij: Provincie Zuid-Holland, programmabureau Groene Hart, - An van Veen, projectleider Veenweiden,
Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
,
tel. 070-441 73 79. - Harold Lesschen, beleidsmedewerker Veenweiden,
Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
,
tel. 070-441 60 06.
Provincie Zuid-Holland, december 2005
|