|
Natuurontwikkeling in de KrimpenerwaardAlgemeenNa 15 jaar voorbereiding, door de Landinrichtingscommissie, is het nu zover. Sinds het raamplan van de Landinrichting Krimpenerwaard op 22 april 1999 is vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland kan aan de uitvoering van de Landinrichting gewerkt worden. Namens de particuliere Natuurbeschermingorganisaties zijn dhr. Pieter Horchner (ook lid van de Natuur- en Vogelwerkgroep) en ondergetekende lid van de Landinrichtingscommissie Krimpenerwaard. Het raamplan is de basis van waaruit deelplannen (modules) worden gemaakt die in 4 jaar uitgevoerd moeten zijn. In middels is deelplan 1 in uitvoering (met name polder Schuwacht en polder Hoek). Deelplan 2 is dit voorjaar deels goedgekeurd door GS van Zuid-Holland. De opzet van elk deelplan moet drieledig zijn: doelen voor Landbouw Natuur en Recreatie moeten er in uitgewerkt zijn. De waterhuishouding wordt in het betrokken gebied aangepast aan de eisen die het toekomstig Interne Boezemstelsel vraagt. Indien nodig wordt ook de infrastructuur verbeterd. Grondverwerving dient op vrijwillige basis te geschieden. UitgangspuntenVanaf 1950 tot heden is in het kader van intensivering van de landbouw en de uitbreiding van dorpen en steden de diversiteit aan natuur in de Krimpenerwaard sterk afgenomen. Het is dan ook niet vreemd dat in een veranderende samenleving de roep naar meer natuur toeneemt. Voor de Krimpenerwaard kunnen de volgende uitgangspunten voor Natuurontwikkeling genoemd worden: Uitvoering Ecologische Hoofdstructuur Toename van biodiversiteit Vernatting Brongebieden met een Weidevogeldoelstelling Brongebieden met een Plantendoelstelling Natuur dicht bij huis
De gestelde doelen moeten natuurlijk aansluiten bij karakter van de Krimpenerwaard. De kwaliteit van het open landschap moet benut worden. Er moet ook telkens gekeken worden naar combinaties met agrarisch en recreatief medegebruik. Een ontwikkeling die later is ingezet is het idee van een Natte As door het westelijk deel van Nederland (landelijk beleid) De Biesbosch moet daarbij in verbinding worden gebracht met de Reeuwijkse plassen en de Nieuwkoopse plassen. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij laat de provincies een verkenning uitvoeren waar de mogelijkheden liggen voor de Natte As. De Natte As verbinding kan een belangrijk pluspunt worden in combinatie met de Ecologische verbindingen in de Krimpenerwaard. Begrenzing. Voor natuurontwikkeling in de Krimpenerwaard is een begrenzing vastgesteld door de Provincie. Binnen de begrensde gebieden is een verdeling gemaakt in de te behalen natuur- en landschapswaarden.
Beheersgebieden: Gebieden waar Natuur- en Landschapswaarden worden beschermd door een aangepaste bedrijfsvoering. Hier staat een financi�le vergoeding tegenover, door een op basis van vrijwilligheid afgesloten beheerovereenkomst. Voor de Krimpenerwaard gaat het om 1000 ha. begrensd gebied en 500 ha. zwevend gebied Reservaatgebied: Gebieden die vanwege hun hoge kwaliteit en grote kwetsbaarheid een zodanig natuur-en Landschapsbeheer behoeven dat dit beheer redelijkerwijs niet in te passen is in de gangbare bedrijfsvoering. Deze gebieden komen in aanmerking voor verwerving. Voor de Krimpenerwaard gaat het om 1970 ha. begrensd gebied. Natuurontwikkelingsgebieden: Begrensde gebieden die geschikt zijn voor het opnieuw ontwikkelen van natuurwaarden van Nationale en Internationale betekenis. Deze gebieden komen in aanmerking voor verwerving. Voor de Krimpenerwaard gaat het om 480 ha. begrensd gebied. 
Ecologische verbindingen: Gebieden of structuren die een verbreiding, migratie en uitwisseling van planten- en diersoorten tussen de verschillende kerngebieden of natuurontwikkelingsgebieden mogelijk maken. Het kan in de vorm van voldoende brede lijnelementen ( 30 tot 50 m.) of stepping stones van voldoende afmeting. In de Krimpenerwaard komt een doorgaande ecologische verbindingszone vanaf de Lek door polder Schuwacht via de Kijfhoeksekade over de Bergvlietkade naar de IJssel Deze gebieden komen in aanmerking voor verwerving. Voor de Krimpenerwaard gaat het om� � 50 ha begrensd gebied. Landschapselementen: Gebieden die grenzen aan woonkernen waar op kleine schaal natuurwaarden worden gerealiseerd waarbij de stads- of dorpsrand beter ingepast raakt in het landschap. De gebieden worden in overleg met de gemeente aangewezen en ingevuld. Deze gebieden komen in aanmerking voor verwerving. Voor de Krimpenerwaard gaat het om ongeveer 86 ha. Inrichting reservaatsgebieden. Om een idee te krijgen hoe natuurontwikkeling gerealiseerd kan worden is het nodig om een concreet inrichtingsplan te zien. Voor het reservaatsgebied in polder Hoek is dat concrete plan gemaakt. In polder Hoek is een reservaatsgebied gepland van � 400 ha. dat betekent een grote functiewijziging van landbouw naar natuur. Uitgangspunten in dit reservaatsgebied zijn: Aansluiting wandelpad op de Okkerse kade Verbetering waterkwaliteit Weidevogeldoelstelling Vogelplasjes Recreatief medegebruik
Het open veenweidegebied in polder Hoek wordt met deze inrichting gehandhaafd. Het moerasgedeelte krijgt een lage begroeiing van gras riet en struweel. Door er een wandelpad en een kijkscherm te plaatsen wordt recreatief medegebruik mogelijk gemaakt. Door het aanleggen van plas/dras situaties en vogelplasjes in een open en rustig stuk polder wordt� een optimaal biotoop voor de Weidevogels gecre�erd. De Grutto� kan hier voedsel, rust en bescherming vinden voor het grootbrengen van zijn jongen.
Belangrijk is de aanvoer van gebiedsvreemd water uit de Lek via het nieuwe gemaal Hoekse Sluis. Voor de achterliggende natuur- en reservaatgebieden kan in het reservaatsgebied polder Hoek een belangrijke voorzuivering uitgevoerd worden. Met extra plassen en moerasvorming ontstaat een optimaal biotoop voor o.a. de grutto in het open veenweide gebied. Schematisch ziet de inrichting van een deel van het reservaatgebied in Polder Hoek er als volgt uit.
Vanaf het gemaal is er aanvoer van Lekwater. Zuivering (bezinking) van zware metalen en slib in een slibbak. Doorvoer van het water in moerasinrichting (heliofyten filter) en via de scheisloten (demineralisatie) doorgang naar de rest van de reservaatgebieden in de Krimpenerwaard met relatief schoon water.
Natuurontwikkeling zoals in dit voorbeeld aangegeven kan model staan voor de hele Krimpenerwaard. In volgende artikelen zal ik nader ingaan op de inrichting van Natuurontwikkelingsgebieden en op de Ecologische verbindingszones. Een aspect van de Landinrichting dat ik nog niet genoemd heb, de Landschapselementen, zal dan ook nader uitgewerkt worden.
Inrichting Natuurontwikkelingsgebieden. Om een idee te krijgen hoe natuurontwikkeling gerealiseerd kan worden is het nodig om een concreet inrichtingsplan te zien. Het gaat tenslotte om een grote functiewijziging van landbouw naar natuur. Vaak is agrarisch medegebruik in deze gebieden niet meer mogelijk door het hoge waterpeil en de gewenste vegetatie. De inrichting van een dergelijk gebied vergt een grote inspanning. In de Krimpenerwaard zijn het aantal hectares voor natuurontwikkelingsgebied beperkt gebleven tot 480 ha. Voor de Nesse polder is een plan voor een mogelijke invulling gemaakt. In deze polder is een natuurontwikkelingsgebied gepland van 300 ha. Uitgangspunten voor natuurontwikkelingsgebieden zijn: Grootschalige invulling Vegetatie opbouw Voedselrijk bos Moeras Schraal grasland

Door bij de inrichting van een natuurontwikkelingsgebied rekening te houden met de zonering van de vegetatie blijft het open karakter van het veen-weidegebied bewaard. Met zonering wordt dan bedoeld dat de vegetatie in hoogte verschilt, gras is lager dan struweel, struweel is lager dan bos. Vanuit het hart van de polder wordt de inrichting schraal grasland, open water met riet en veenmoeras, oplopend naar struweel en verspreide bomen tot voedselrijk bos aan de uiterste noordelijke rand van de polder. Door te plaggen wordt de voedselrijke bovenlaag verwijderd waarbij op korte termijn de bodemgesteldheid geschikt wordt voor de zeldzamere moerasvegetatie. Op deze manier ontstaat een gebied met een grote diversiteit aan flora en fauna. Locaties voor LandschapselementenIn het Raamplan van de Landinrichtingscommissie is ook een voorkeurslocatie voor de Landschapselementen aangegeven. In principe kon elke gemeente aangeven waar een landschapselement binnen haar grenzen een welkome verbetering kon leveren aan het woongenot. Echter na een aantal jaren van overleg zijn nog steeds niet alle gemeenten doordrongen van de kwaliteitsverbetering die een landschapselement kan opleveren. Een groot deel van de 86 ha. heeft al wel een bestemming gekregen. Haastrecht, Stolwijk, Gouderak en Lekkerkerk hebben een locatie met een aantal hectaren waar een landschapselement� ingericht gaat worden. De gemeente Gouda zal een deel van de hectaren benutten voor een landschapselement bij de uitwerking van het trac� van de rondweg. Er is ongeveer 26 ha. als� �zwevend groen� bestempelt voor gemeenten die gedurende de uitwerking van de deelplannen alsnog besluiten een Landschapselement te willen. Onderstaand plaatje geeft een beeld van de locaties waar Landschapselementen aangelegd gaan worden. 
Inrichting Landschapselementen.Om een idee te krijgen hoe een Landschapselement gerealiseerd kan worden is het nodig om een concreet inrichtingsplan te zien. Er zijn voor een aantal dorpsranden al idee�n op papier gezet. De inrichting wordt afgestemd op het karakter van het landschap van de Krimpenerwaard. Water, riet, nat grasland, hooiland en bosschages zullen belangrijke ingredi�nten zijn bij de inrichting. Mogelijke invulling: Inpassing stedelijke bebouwing
Kleinschalige natuur Recreatie Natuur dicht bij huis 
Op het plaatje ziet u een mogelijke inrichting langs de westrand van Haastrecht. Ook hier wordt op een relatief klein oppervlak voor veel variatie gekozen. De overgang van agrarisch gebied naar het bebouwde gebied gaat met een rietzoom omgeven door water. Struweel en hogere bomen krijgen een kans nabij de bewoning. De kronkelende wandelpaden moeten de bewoners de gelegenheid geven voor een kleine of grotere wandeling. Door in de vegetatie veel variatie aan te brengen ontstaat er een aantrekkelijk landschap waar wat te ontdekken valt aan planten, vogels en waterleven. Deze variatie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de biodiversiteit. De recreatiedruk kan echter zodanig verstorend werken dat echt zeldzame dieren zich niet zullen vestigen in een voor hen geschikt biotoop.� Recreatiedruk kan ook elders bij natuurontwikkeling in de Krimpenerwaard een ongunstige invloed hebben op het vestigen van planten en dieren. Het recreatief medegebruik van reservaatsgebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingen dient dan ook niet zonder meer uitgevoerd te worden. Telkens zal kritisch gekeken moeten worden naar de mogelijkheden. Bij natuurontwikkeling zal de natuur ongehinderd voorrang moet krijgen. Door aansluiting te zoeken van landschapselementen met de lange afstandspaden kan er een groter netwerk gevormd worden om te fietsen en te wandelen in de Krimpenerwaard. Het recreatieve aspect zou elke gemeente in de Krimpenerwaard moeten aanspreken. Stadsplanologen, raadsleden, burgemeesters en wethouders zouden zich moeten inzetten voor zo'n landschapselement waarmee de overgang van bebouwd naar onbebouwd een aantrekkelijker beeld krijgt voor de bewoners.
Gebruikte bronnen bij de artikelenreeks over Natuurontwikkeling in de Krimpenerwaard zijn: Raamplan Landinrichting Krimpenerwaard vastgesteld op 22 april 1999 door GS Ontwikkelingsvisie Recreatie en Toerisme in de Krimpenerwaard van Groenservice Zuid-Holland en Natuur en Recreatieschap Krimpenerwaard� september 2000 Dwars door de Waard: Inrichting en Beheerplan voor Ecologische Verbindings Zones in de Krimpenerwaard van Anneke Bouwers en Carolien van Slijpe mei 2000 Landschapsecologie: Natuur en Landschap in een veranderende samenleving. Van Dorp e.a. Boom 1999 Kwaliteit door verbinden. Alterra, research instituut groene ruimte. Wageningen 2000 Arie Dorsman
|