Vogelfenologie 2005 Print
Geschreven door Ewald   
woensdag, 24 september 2008 12:20

 

Fenologie verslag van 2005

 

Harm Blom, vogelcoördinator

 

Het jaar 2005 is voor de fenologie binnen de vogelwerkgroep een mooi jaar. Het wordt dan immers al 20 jaar georganiseerd en bijgehouden. Diverse vogelco�rdinatoren hebben in deze 20 jaar meer dan honderd leden zo ver gekregen om in verschillende jaren hun waarnemingen van de zomervogels op te sturen. Doordat van vele soorten, zo lange tijd de gegevens zijn genoteerd is het leuk om hier meer mee te doen. Zijn er soorten die steeds iets vroeger komen? Zijn er soorten die steeds later komen? Zijn er andere opmerkelijke verschillen waar te nemen? In de dit verslag kunt u dat allemaal lezen.

In dit verslag zullen enkele soorten van de fenologie lijst behandeld worden zoals u gewend bent. Dus met waarneemdata, wie en waar etc. De meeste aandacht zal uitgaan naar de data van alle soorten en dan met name wat is de gemiddelde aankomstdata over 20 jaar gezien, zijn er uitersten en ook waar een bepaalde soort meestal gezien wordt. Handig voor de komende jaren. Veel leesplezier,

Harm Blom
Vogelcoördinator NVWK



Beschrijving Fenologie soorten 2005

Purperreiger
De eerste purperreiger werd dit jaar gezien door Cor Oskam en Erik Kleyheeg op 26 maart in het Krimpenerhout. Pas op 5 april werd de 2e vogel gezien in polder Krommer Geer en wel door Gerard Dekker. De meeste waarnemingen van de Purperreiger komen vanaf de 4e week van maart en dit neemt toe vanaf de 2e week april. In het vroege voorjaar worden deze reigers doorgaans vaak gezien in het Krimpenerhout en in de buurt van boezemlanden. Dit omdat daar in die tijd enige dekking langs het water aanwezig is.

Boomvalk
De eerste boomvalk werd gezien op 17 april bij de telpost door C. Oskam en E. Kleyheeg. De tweede vogel werd kort daarna gezien op 19 april bij de Bonrepas door Arie Dorsman. Deze waarnemingen zijn een ruime week later dan dat de boomvalk doorgaans wordt gezien. Vanaf eind maart komen de eerste boomvalken door, alhoewel dat er weinig zijn.

Grutto
Er waren dit jaar maar weinig waarnemingen in het vroege voorjaar. In 2002 werd de soort nog op 30 januari gezien, in 2003 en 2004 op 15 februari en dit jaar pas op 25 februari.
G.Dekker zag e�n vogel in polder de Nesse. In polder Kromme Geer werd twee dagen later een vogel gezien door Gijsbert Mourik. Vanaf 5 maart begon de grutto onze polder echt binnen te vliegen aangezien er toen vijf waarnemingen waren van verschillende vogels. In het vroege voorjaar is de kans op veel grutto�s het grootst bij het Weegje te Gouda. Daar verzamelen elk voorjaar duizenden grutto�s, tezamen met ijslandse grutto�s.

Zwarte stern
Op 6 april werd er een vogel gezien te Bergambacht door A. Koppe. Pas op 17 april kwam er een vervolg waarneming door de R. Anker bij de Oudelandseweg. De waarneming van 6 april was de op twee na vroegste waarneming ooit! De vroegste waarneming is 4 april in 1995. Een goede kans op zwarte sterns in het voorjaar is bij de Surfplas te Krimpen. Hier zijn ze doorgaans ook goed te bekijken.

Boerenzwaluw
Op 18 maart werd de eerste boerenzwaluw binnen de Krimpenerwaard gezien. De vogel werd gezien door E. Kleyheeg bij het Krimpenerhout. Op 20 maart werd een vogel gezien te Berkenwoude door R. Anker. De boerenzwaluw komt doorgaans aan in onze polders vanaf de 3e week van april. Het begint dan vaak met individuen en vanaf eind april worden her en der groepjes gezien.

Blauwborst
Deze prachtige vogel werd dit jaar heel vroeg gezien door M. Schildwacht bij de Hollandse IJssel te Gouderak en wel op 15 februari! Het is bekend dat blauwborsten heel vroeg aanwezig kunnen zijn maar in de Krimpenerwaard had deze soort dat nog niet laten zien. Het oude record was 11 maart in 2000. Vanaf 19 maart werden er op meerdere plaatsen blauwborsten gezien. Met name in het Krimpenerhout door G. Mourik en Blom sr. en jr. Dit is dan ook e�n van de betere plekken waar je naar deze vogels kunt kijken.

Snor
Dit jaar werd er gelukkig weer een snor gehoord en gezien nabij de Berkenwoudse Boezem. G.Dekker hoorde daar op 19 april een vogel zingen. Deze vogel heeft daar i.i.g. tot 5 mei gezeten want toen heeft G. Mourik de vogel nog gezien en gehoord. De snor is landelijk, maar ook zeker binnen de Krimpenerwaard grenzen een steeds zeldzamere verschijning (zie artikel: rode lijst 2004).

Kleine karekiet
De 3e en de 4e week van april is de aankomstdata voor de kleine karekiet. Zo viel de datum waarop M. Schildwacht een vogel zag op 15 april bij de Stolwijkse Boezem geheel in dit plaatje. De dagen daarna zagen meerdere waarnemers op verschillende plekken karekieten. Kleine karekieten zitten in de Krimpenerwaard in veel gebieden. Goede kans om de vogel te zien heeft u bij de Zaag, het Krimpenerhout en de boezemlanden.

Fitis
Op 16 maart zag G. Dekker een vogel bij de Berkenwoudse Boezem. Op dezelfde dag zag M. Verwaal een vogel bij de Surfplas te Krimpen. Enkele dagen daarna was de soort massaal aanwezig en zong het kleine beestje zijn welbekende riedeltje. De fitis is een vogel die niet echt een vaste aankomstweek heeft. Doorgaans halverwege maart. Maar er zijn ook meerdere jaren dat de soort vroeg in maart arriveert maar ook weer laat in maart.

Kneu
Vanaf 19 maart werden er meerdere waarnemingen gedaan van kneuen. Op 19 maart zag A. Dorsman een vogel bij de Fransekade. H. Blom zag 4 vogels overvliegen bij het Krimpenerhout op 20 maart.
Kneuen die in deze tijd gezien worden zijn doorgaans doortrekkers. Een klein percentage blijft maar in de Krimpenerwaard broeden.

Kemphaan
Op 12 maart werd er een kemphaan gezien in polder Beneden Haastrecht door E. Kleyheeg. Op 13 maart werd een vervolg waarneming gedaan door L. van Ree in polder Schuwacht. Kemphanen worden doorgaans al gezien in de maand februari. Doortrek begint vanaf maart zichtbaar te worden met een piek in april. De vogels vliegen dan echter gericht naar plekken waar veel kemphanen stoppen om te foerageren. Hierbij denkende aan gebieden als het Lauwersmeer, de waddeneilanden en natte graslandreservaten in Noord- en Zuid-Holland.

Groenpootruiter
Op 10 april werd een vogel gezien door A. Dorsman bij de Bonrepas te Vlist. Kort daarna, op 11 april, zag M. Schildwacht een vogel in polder Middelblok. Duidelijke aankomst kwam in de 3 week van april. Verscheidende waarnemers zagen toen meerdere groenpootruiters overvliegen of ter plaatse. Leuk om te zien was het feit dat de telpost op het gebied van het waarnemen van steltlopers een steeds grotere rol gaat spelen.

Ook werden dit jaar wederom leuke en bijzondere waarnemingen ingestuurd voor de Fenologie.
Zo werden een zwarte- en een rode wouw gemeld, verschillende lepelaars en zelfs een reuzenstern. Over deze laatste soort heeft u meer kunnen lezen in een voorgaande Waardvogel. Ook de meeuwen waren in de aandacht in de vorm van meerdere dwergmeeuwen en drie zwartkopmeeuwen.

Hieronder wordt een overzicht gegeven van alle soorten met de daarbij horende datumgrenzen. Zo wordt per soort weergegeven wat de gemiddelde aankomstdata waren over 20 jaar gezien en wat daarin de vroegste en wat de laatste waarneming ooit was. Bij verschillende soorten zal een commentaar gegeven worden.

N.B.: de gemiddelde aankomstdata worden aangegeven in een week. Dit omdat een nauwkeurig gemiddelde op de dag niet is te berekenen aan de hand van de data. Zeker in de data van de eerste jaren zitten teveel fouten, onduidelijkheden en er ontbreken data.


Gegevens berekend over 20 jaar Fenologie.

Soort:Gemiddelde aankomstdata:Vroegste dag:Laatste dag:
Purperreiger
1e week april23-mrt18-apr
Zomertaling 2e en 3e week maart27-feb12-apr
Boomvalk1e week april29-mrt22-apr
Grutto3e week februari30-jan21-mrt
Tureluur4e week februari9-feb19-mrt
Visdief4e week maart en 1e week april20-feb9-apr
Zwarte stern3e week april29-mrt2-mei
Koekoek2e en3e week april4-apr1-mei
Gierzwaluw3e week april12-apr27-apr
Boerenzwaluw4e week maart28-feb6-apr
Huiszwaluw2e week april14-mrt23-apr
Oeverzwaluw2e week april16-mrt6-mei
Boompieper1e week april9-apr12-apr
Gele kwikstaart1e week april3-mrt29-apr
Nachtengaal4e week april18-apr4-mei
Blauwborst4e week maart15-feb28-mrt
Zwarte roodstaart4e week maart21-feb20-apr
Gekraagde roodstaart2e week april5-apr19-mei
Paapje4e week april16-mrt19-mei
Tapuit2e week april5-mrt1-mei
Sprinkhaanzanger4 week april17-apr30-apr
Snor3e en 4e week april8-apr31-mei
Kleine karekiet3e week april11-apr12-mei
Rietzanger 4e week maart9-mrt24-apr
Bosrietzanger2e week mei7 april*19-mei
Spotvogel1e week mei12-apr15-mei
Braamsluiper3 week april6-apr4-mei
Grasmus3e week april3-apr11-mei
Tuinfluiter2e week april27-mrt3-mei
Zwartkop4e week maart8-mrt27-apr
Tjiftjaf1e week maart16-feb28-apr
Fitis3e week maart28-feb12-apr
Grauwe vliegenvanger1e week mei18-mrt22-mei
Bonte vliegenvanger4e week april15-apr31-mei
Wielewaal1e week mei14-apr29-mei
Zomertortel4e week april20-feb24-mei
Kneu
2e week maart13-feb30-mrt
Kemphaan2e week maart22-feb17-mrt
Regenwulp4e week maart24-feb12-apr
Zwarte ruiter2e week april15-feb4-mei
Groenpootruiter2e week april22-mrt1-mei
Witgat3e week maart4-mrt3-apr
Bosruiter1e week mei1-apr13-mei
Oeverloper4e week maart10-mrt20-apr
Kluut1e week maart21-feb19-mrt
Lepelaar1e week maart23-feb12-mrt



In het bovenstaande overzicht is goed en makkelijk te zien wanneer een bepaalde soort ongeveer in de Krimpenerwaard te zien is. Het overzicht is goed te gebruiken om waarnemingen mee te vergelijken. Is een waarneming van een bepaalde soort vroeg of laat en komt het overeen met het gemiddelde.

Bij het naast elkaar leggen van de gegevens van 20 jaar Fenologie was ik benieuwd of er een bepaalde trend te zien is bij soorten. Mijn verwachting was dat bepaalde soorten een heel andere trend gingen vertonen in aankomstdata. Zeker aangezien de laatste jaren de veranderingen in verband met het broeikaseffect zichtbaar worden. Dit was enigszins tegenvallend.

Wel was duidelijk te zien dat voor bijna alle soorten een trend zichtbaar werd, dat in de eerste 4-6 jaar (1985-1990) de soorten later werden gezien dan in de afgelopen 15 jaar. Zeker in de laatste 12-15 jaar worden de soorten eerder waargenomen dan de eerste jaren van het Fenologie. Daar heb ik eigenlijk een simpele verklaring voor. De eerste jaren van het Fenologie waren tamelijk onbekend en er deden weinig mensen aan mee. Zeker de laatste 10 jaar wordt de Fenologie beter onder de aandacht gebracht. Ook wordt er beduidend meer gevogeld, dit zowel in mensen als in uren. Hieraan kan gerelateerd worden dat de waarnemingskans van een soort dan beduidend toeneemt. Er wordt in feite �scherper� op de datum gevogeld.

Zijn er nu dan geen soorten die wel een trend laten zien?
Om dit te bepalen heb ik de aankomstdata van alle jaren per soort voor mijzelf in een grafiek gezet. Daarbij viel op dat maar enkele soorten een duidelijke verandering of trend lieten zien.
De soorten die het meeste opvielen waren de rietzanger en de zwartkop. De rietzanger is in de eerste jaren een �springer�. Een soort die data vertoont die elk jaar weken verschilden. Echter de laatste 6 a 7 jaar zit de soort steevast in de laatste week van maart. De zwartkop vertoonde ook een apart patroon.
Van 1985 tot 1990 daalden de aankomstdata sterk. Vanaf 1990 vertonen de aankomstdata e�n lijn en wel in de derde/vierde week van maart.
Van alle soorten waren er maar twee soorten die duidelijk een latere aankomsttrend vertoonden. Dat was de bosrietzanger. De laatste 6 jaar gaat de lijn van aankomst omhoog en in totaal wel meer dan 10 dagen. Ook de gekraagde roodstaart vertoont een latere aankomsttrend. Dit in een tijdsbestek van ongeveer een anderhalve week. Hierbij moet gezegd worden dat bijna alle data van de Zaag komen. En doordat er hier de laatste jaren duidelijk minder gevogeld wordt, wordt de soort ook minder vroeg gezien.
Een erg normale, of vaste aankomstdatum vertonen o.a. de volgende soorten; de purperreiger, boomvalk, grutto, visdief, koekoek, gele kwikstaart, nachtengaal, blauwborst, paapje, sprinkhaanrietzanger, snor en de kleine karekiet. Bij de meeste van deze soorten is er geen verschil te vinden van meer dan een week.
Er is echter ook een groot aantal soorten dat een eerdere aankomsttrend laat zien. Hierbij o.a. de zomertaling (2 weken eerder), de tureluur (vertoont een langzaam dalende lijn in aankomstdata), de zwarte stern daalt, maar met grote pieken, de gierzwaluw (langzaam dalend), zwarte roodstaart en de tapuit 2 weken eerder en ook de huiszwaluw daalt, echter met pieken.
Bij deze soorten vertoont de lineaire lijn in de grafiek een trend die een eerdere aankomstdata weergeeft.

Een aparte groep binnen de fenologie soorten zijn de steltlopers. Bij deze soorten is er geen duidelijk verschil te zien in aankomstdata. Wat ook meespeelt is dat er in de Krimpenerwaard geen goede steltloper gebieden zijn. Hierdoor zijn er vaak lage aantallen ter plaatse en is de waarnemingskans kleiner. Ook gezegd moet worden dat meerdere steltlopers korter dan 10 jaar meegenomen worden in het fenologie en dus weinig te zeggen is over duidelijke trend.

Meerdere soorten vertonen een trend waarbij de soort steeds iets eerder in het jaar arriveert. Maar dit is niet in de afgelopen jaren aantoonbaar duidelijk toegenomen zodat daar een oorzaak voor gevonden kan worden. Bij enkele soorten geldt dit maar. Ook opvallend is dat een groot gedeelte van de soorten een trend vertoont die gelijk staat aan het gemiddelde van de afgelopen 20 jaar.

Fenoloog 2005!
Uiteraard is voor het jaar 2005 weer gekeken naar de �beste� Fenoloog. In voorgaande jaren was de top vijf van de deelnemers ook verantwoordelijk voor � 80% van de 1e en 2e waarnemingen. Dit jaar was dit een stuk breder verdeeld. Wel 18 verschillende mensen deden e�n of meer eerste waarnemingen. Maar uiteindelijk was er toch een duidelijke winnaar en dat in de persoon van, who else, Erik Kleyheeg! Erik, hierbij van harte met je zoveelste overwinning. Wel waren er meerdere personen die Erik kort op de hielen zaten. Volgend jaar nogmaals proberen!

Hierbij is een einde gekomen aan het verslag van het Fenologie 2005. Een uitgebreid verslag, dat dankzij de vele toegestuurde gegevens, nog groter had gekund. Op de website staat dit verslag ook te lezen, daarbij is ook het totaaloverzicht van alle data te lezen.
Ik dank iedereen die in de afgelopen 20 jaar de fenologieformulieren heeft opgestuurd! Ook degene die het dit jaar hebben opgestuurd, het waren er meer dan 25! Zonder jullie was een overzicht, zoals weergegeven in dit artikel, niet mogelijk geweest!

Harm Blom
Vogelcoördinator NVWK

Laatst aangepast op woensdag, 24 september 2008 13:08