Vogelfenologie 2002 Print
Geschreven door Ewald   
woensdag, 24 september 2008 11:35

 

Fenologie verslag van 2002

 

Harm Blom, vogelcoördinator

 

De Krimpenerwaard is een polder die in Nederland nou niet bekend staat om haar bijzondere waarnemingen. De meeste vogelaars weten wel waar de polder ongeveer ligt, maar vogelen doen ze er eigenlijk nooit. Als je met mensen in andere delen van Nederland spreekt dan krijg je vaak te horen na het noemen van je komaf; " is dat niet die polder bij Gouda en Rotterdam?". Vogelen in het Lauwersmeergebied of in Breskens zal zeker meer soorten opleveren dan hier, maar betekent het dan ook dat de Krimpenerwaard saai is?

Bij het aanbreken van het voorjaar heeft iedereen verschillende ideeën over wat gaat komen.
De een denkt alweer met weemoed terug aan de alpensneeuw, anderen wachten op de eerste Vlinders, anderen aan het najaarsvogelen op Terschelling en weer anderen wachten op de eerste Tjiftjaffen en Grutto's. Maar iedereen zal genieten van het voorjaarszonnetje dat vroeg in de ochtend over de polder zal schijnen, de eerste koeien in de wei en de koekoeksbloemen langs de slootkanten.

Ik kan me nog goed een bepaalde ochtend in eind april herinneren. Het was best fris en er hing een dikke laag ochtend nevel boven de polder. Een oranje zonnetje kwam door de bomen van het bos bij Krimpen a/d Lek en kleurde de omgeving van de surfplas lichtrood. Samen met enkele voorbij vliegende aalscholvers maakte dat de ochtend eigenlijk al goed. Wat een prachtgezicht. Iets verder lopend vanaf de surfplas kwam ik in het gedeelte wat het koeienbos wordt genoemd. Daar zongen Blauwborst, Rietzanger en Sprinkhaanzanger zich de longen uit het lijf. Dat zijn van die momenten dat je blijft staan om even te genieten van alles en dan zie je vaak dingen die je eigenlijk alleen maar ziet als je stilstaat en geniet. Een overvliegende Purperreiger vanaf de Kinderdijk naar polder Schuwacht, een Bruine Kiekendief op trek vliegt laag over de bomen in rechte lijn naar het noorden en zwaluwen die al roepend en insecten vangend toch ook maar de route van de Kiekendief lijken over te nemen.

Dat zijn van die dagen die je onthoudt. Ochtenden die je laten beseffen dat er in Nederland vast wel betere vogelplekken zijn, maar dat het daar niet zo vogelen is als hier:
In een schitterend polderlandschap met de karakteristieke slotenstelsels, met de knotwilgen en met het aparte gevoel dat je krijgt op die dagen dat het allemaal meezit. Dan ben ik in ieder geval blij dat ik de schoonheid van de Krimpenerwaard heb leren inzien.

Heel leuk om te merken was ook dat meer mensen veel tijd doorbrengen in de polder en ook waarnemingen bijhielden en opgeschreven hadden op het fenologie formulier en uiteindelijk toezonden. Dit jaar hebben wel 21 mensen meegedaan aan de fenologie en dat is hartstikke mooi. Niet voor de verwerker maar wel voor het verslag. Dat er sommige lijsten werden toegezonden die niet helemaal vol waren is ook heel goed, want elke soort en waarneming telt natuurlijk.

Veel plezier met het lezen van het fenologie verslag 2002 en dat u merkt hoeveel er eigenlijk wel te zien is in de polder!



Purperreiger ( Ardea purpurea )

De week waarin deze reigerachtige gemiddeld als eerste wordt gezien is ongeveer de laatste week van maart. Zo ook dit jaar toen op 30 maart de eerste vogel werd gezien in polder Middelblok. De tweede werd echter een ruime week later gezien en wel op 10 april te Schuwacht. Bij elke waarneming die werd ingestuurd had de waarneming nooit meer dan twee exemplaren.

 

Zomertaling ( Anas ouerguedula )

Vanaf 1985 tot 1988 werd de soort vanaf april pas gezien in de polder. Vanaf 1989 is de soort altijd in maart al opgemerkt en zo ook dit jaar. Op 7 maart werden de eerste drie vogels gezien in polder Beneden Haastrecht. De tweede waarneming werd gedaan op 15 maart en dat betrof twee vogels in polder Schuwacht. Deze soort is vanaf begin maart in onze polders aanwezig.

 

Grutto ( Limosa limosa )

Vorig jaar schreef ik nog op dat de eerste Grutto wederom werd gezien in februari. Dit jaar echter niet. Wat betreft de fenologie is er dit jaar een record gevestigd. De eerste 7 vogels werden gezien op 30 januari! Dit betekent de vroegste waarneming ooit. De vroegste waarneming was 11 februari in 1993. De tweede waarneming werd gedaan op 12 februari bij de Surfplas te Krimpen.

 

Tureluur ( Tringa totanus )

De vroegste waarneming van deze soort was altijd 16 februari in het jaar 1991. Dit jaar werd dat bijna verbeterd. Op 17 februari werd een vogel gezien in polder Hoek. Dit betekent tot nu toe de 2e vroegste waarneming van deze soort in onze polder. Kort daarna werden op 21 februari 2 vogels gezien en wederom in polder Hoek. De rest van de waarnemingen werden alle gedaan in maart.

 

Boomvalk ( Falco subbuteo )

De eerste waarneming werd dit jaar gedaan op 2 april van 1 vogel bij het Veerstalblok. Kort daarna werd op 4 april een vogel gezien bij de Bonrepas.
De laatste 4 jaar werd de valk voor het eerst gezien in de eerste week van april. Daarvoor was er echter geen regelmaat te ontdekken. Opvallend is dat meestal 70 % van de vogels worden gezien in de buurt van de bebouwing. Zeker Krimpen en Gouderak scoren vaak goed.

 

Visdief ( Sterna hirundo )

In 1998 werd de 1e Visdief gezien op 27 maart. Daarna werden de vogels gezien op 2 (1999),8 (2000) en wederom 2 april (2001). Dit jaar werd de eerste vogel gezien op 31 maart. Gemiddeld is de
laatste week van maart en de eerste week van april de beste periode om de vogels te zien. Daarna volgden de waarnemingen elkaar op met telkens een of twee dagen.

 


Zwarte Stern ( Chlidonius niger )

De Zwarte Stern wordt doorgaans gezien vanaf de tweede week van april. Dit jaar werden de eerste vogels gezien op 21 april door twee waarnemers. Bij de Berkenwoudse boezem werden vier vogels gezien en bij de Snipperskade 1 vogel. Leuk om te zien was dat in elk team dat meedeed aan de BBD wel iemand was die op 4 mei de vogel voor het eerst zag.

 

Koekoek ( Cuculus canorus )

Wederom werden op een dag door twee waarnemers de vogel als eerste gezien. Op 19 april werd een vogel gezien bij de Stolwijkse boezem en een vogel in het Krimpenerhout. Een dag later werd de 3e waarneming gezien en wel bij Krimpen a/d Lek. In 1995 werd de vroegste waarneming ooit gedaan en wel op 4 april. Daarna werden in de jaren alleen vogels gezien vanaf de derde week van april.

 

Gierzwaluw ( Apus apus )

Vorig jaar werden nog grote groepen doorgegeven die al gierend en scherend door de dorpen vlogen. Dit jaar werd een groep doorgegeven van meer dan 20 vogels op 30 april in Stolwijk. De eerste waarneming werd echter gedaan op 18 april te Haastrecht. Deze datum past goed in de datums waarop de vogels doorgaans als eerste worden gezien.

 

Boerenzwaluw ( Hirundo rustica )

Op 18 maart werd de eerste vogel gezien in het Krimpenerhout. Daarna werden vogels gezien op 22 maart te Gouderak en op 25 maart te Bonrepas. Alle waarnemingen in de maan april hadden betrekking op enkele vogels.

 

Huiszwaluw ( Delichion urbica )

De meeste Huiszwaluwen worden gezien in de derde en vierde week van april en de eerste week van mei. Dit jaar werd echter op 5 april al een vogel gezien in polder Beneden Haastrecht. De tweede vogel werd gezien op 15 april te Haastrecht.

 

Oeverzwaluw ( Riparia riparia )

Wederom werden er Oeverzwaluwen gezien.
Dit jaar werd de 1e op 3 april gezien in polder Beneden Haastrecht en de 2e op 20 april te Gouderak. Beide waarnemingen hadden betrekking op twee vogels. Op de dag van de BBD werden er nog drie vogels gezien bij de Surfplas te Krimpen.
Ook bij Schoonhoven hebben dit jaar weer enkele vogels geprobeerd te broeden.

 

Gele Kwikstaart ( Motacilla f. flava )

Dit jaar werd de vogel op een erg vroege datum gezien. Op 12 maart werd een vogel gezien bij de Goudseweg te Stolwijk Deze datum betekent de tweede datum ooit. In 1985 werd een vogel gezien op 5 maart. Dit jaar werden er overigens erg weinig Gele Kwikstaarten gezien. In totaal werden maar 5 waarnemingen ingezonden.

 

Nachtegaal ( Luscinia megarhynchos )

Wederom werden op de BBD door de meeste waarnemers de eerste Nachtegalen gehoord op de Zaag. Op 4 mei hoorden drie teams hier vogels zingen op de manier die eigenlijk alleen deze vogel kan. Vorig jaar werd de eerste vogel gezien op de BBD op 5 mei. In 2001 werd de eerste vogel gezien op 3 mei. Verwacht kan worden dat er vogels eerder ter plekke zullen zijn maar dat de eerste week een garantie zal zijn om op de Zaag Nachtegalen te horen.

 

Blauwborst ( Luscinia svecica )

Wederom werden er Blauwborsten gezien in de Krimpenerhout. Op 25 maart werd de 1e vogel daar gezien. Ook op 26 maart werd daar de 2e waarneming gedaan. De 1e waarneming vanaf de Zaag, het bolwerk voor de Krimpenerhout, werd op 30 maart gedaan.

 

Zwarte Roodstaart ( Phoenicursus ochruros )

Dit jaar werd een hele vroege waarneming gedaan van een zingend mannetje te Stolwijk langs de Benedenheulseweg op 21 februari. Het is echter goed mogelijk dat het een overwinterende vogel was. Maar omdat de vogel zong is het toch meegerekend. Het betekent de vroegste waarneming ooit. De eerst volgende vogel werd gezien op 15 maart in het Doove gat.

 

Gekraagde Roodstaart ( Phoenicursus phoenicursus )

De eerste vogel werd gezien in de Krimpenerhout op 29 april. Dit zal zeker een doortrekker geweest zijn aangezien de vogel alleen in de polder broed op de Zaag. De rest van de waarnemingen werden allen op de Zaag gedaan en wel op de BBD.

 


Paapje ( Saxicola ruberta )

Er werden dit jaar twee waarnemingen doorgegeven. De eerste waarneming betrof twee vogels in Achterbroek op
20 april. De andere waarneming was van een vogel op1 mei bij het Doove Gat. Deze vogel word doorgaans met grotere aantallen gezien in de maanden augustus en september.

 

Tapuit ( Oenanthe oenanthe )

Dit jaar zorgde de waarneming van 2 vogels bij Bonrepas op 1mei voor een nieuw record. Nog nooit werden vogels zo laat als eerste gezien. De laatste waarneming van een eerste vogel was 27 april in 1991. In totaal werden er 7 waarnemingen gedaan en de laatste was op 17 mei van 2 vogels te Krimpen a/d Lek.

 

Sprinkhaanzanger ( Locustella neavia )

Deze vogel lijkt zich nu als een vaste broedvogel te vestigen in de Krimpenerhout. Alle waarnemingen kwamen hiervandaan en er hebben ongeveer 2 a 3 paartjes gebroed. Sinds het jaar 2000 worden er in het Krimpenerhout vogels gehoord. De 1e waarneming dit jaar was een vogel op 21 april. Dit is tevens de vroegste datum ooit. De vroegste datum was op 23 april in 1996.

 

Snor ( Locustella lusciniodes )

Er werd dit jaar maar eén waarneming gedaan en wel in het Doove gat. Dit gebied was voordat het Krimpenerhout gecreëerd werd de enige plek waar deze vogel waargenomen werd. Op 24 mei werd hier een vogel zingend gehoord. Naar later bericht zouden er zelfs twee vogels gebroed hebben. Jammer genoeg hebben er in het Krimpenerhout geen waarnemingen voorgedaan.

 

Kleine Karekiet ( Acrocephalus scirpaceus )

De 1e waarneming werd gedaan op 14 april van 2 vogels in de Berkenwoudse boezem. De 2e waarneming was van twee vogels te Bonrepas op 20 april. Dit zijn waarnemingen in de normale tijd dat er vogels worden gezien.

 

Bosrietzanger ( Acrocephalus palustris )

De eerste waarneming van deze vogel werd wederom gedaan op de BBD in de Krimpenerhout.
Een dag daarna is er een vogelaar direct na dit nieuws gaan kijken en heeft de vogel ook gevonden op 5 mei.

 

Rietzanger ( Acrocephalus schoenobaenus )

In 1995 werd een vogel gezien in maart. In de jaren daarna werden er alleen vogels gezien vanaf de maand april. Dit jaar werden er echter weer twee vogels gezien in maart. Op 28 maart werd een vogel gezien in de Berkenwoudse boezem en op 31 maart werd een vogel gezien bij Berkenwoude.

 


Spotvogel ( Hippolais icterina )

De beste weken voor deze soort zijn de laatste week van april en de eerste week van mei. Dan komen de eerste vogels weer terug. Vanaf half mei worden de grootste aantallen gehoord en zijn ze goed te herkennen aan de flinke uithalen in de zang. Dit jaar werd de eerste vogel gezien op 1 mei in het Stormpolderbos. Dit is het bos tegen Krimpen aan bij het Zoutdepot van rijkswaterstaat en de manege. Op 4 mei werd er door drie waarnemers op hetzelfde tijdstip, dezelfde dag en dezelfde plek ook een vogel gezien bij de Bonrepas.

 

Braamsluiper ( Sylvia curruca )

Dit jaar werden er 6 waarnemingen doorgestuurd. Dat is er 1 meer dan vorig jaar. Dit jaar werden echter door drie waarnemers dezelfde vogel doorgegeven. De eerste vogel werd gezien op 8 april in het Willige langerak. De tweede vogel werd gezien en gehoord in het Krimpenerhout.

 

Grasmus ( Sylvia communis)

Dit jaar werden er behoorlijk wat waarnemingen van deze soort ingestuurd. Dat is harstikke leuk omdat het een vogel is die in een opgaande trend zit in de polder. De eerste vogel werd gezien op 21 april in polder Beneden Haastrecht. De tweede vogel werd gezien op 28 april en wel in de Krimpenerhout. Vorig jaar werd de soort gezien 27 april. Eind april en begin mei is overigens de beste periode van deze soort. Leuk was ook de waarneming van een vogel in de Stolwijkse Boezem.

 

Tuinfluiter ( Sylvia borin )

Dit jaar werd de eerste vogel relatief laat gezien en wel op 20 april in Stolwijk. De 2e werd gezien op 21 april op de Zaag. De meeste vogels worden doorgaans gezien vanaf begin april.

 

Zwartkop ( Sylvia atricapilla )

Gemiddeld genomen worden de eerste Zwartkoppen en 'Roodkoppen' gezien vanaf de 2e week van maart. Dit jaar werd de eerste ook gezien in deze periode en wel op 19 maart in de Stolwijkse Boezem. De 2e waarneming was een vogel in het Bisdom van Vliet park te Haastrecht.

 

Tjiftjaf ( Phylloscopus collibita )

De Tjiftjaf is een moeilijke soort wat betreft de echte eerste voorjaarsatum. Er blijven namelijk meerdere vogels overwinteren in onze polder. De eerste waarneming op papier was een vogel in polder Beneden Haastrecht op 1maart. De 2e werd gezien in Haastrecht op 8 maart bij het Hofkamp.

 

Fitis ( Phylloscopus collibita )

Een relatief vroege vogel werd gezien op 7 maart te Stolwijk. De tweede vogel werd gezien op 10 maart te Krimpen a/d Lek. Daarna volgden waarnemingen tot begin april. De soort is zeker aan de zang en roep te herkennen maar als de vogel stil foerageert of vliegt is het soms best moeilijk. Dit kan mede te maken hebben met enkele zeer vroege waarnemingen van deze soort in voorgaande jaren.

 

Grauwe Vliegenvanger ( Muscicapa striata )

Dit jaar waren er 6 waarnemingen van deze soort. De eerste werd gezien op 1 mei op de Snipperskade. De 2e waarneming werd gedaan door 6 mensen tijdens de BBD in het Bisdom van Vliet park. De laatste waarneming was op 21 mei op de Schenkelkade. Tijdens recent werk dat ik moest doen op verschillende agrarische bedrijven in de Krimpenerwaard viel mij op hoeveel Grauwe Vliegen-vangers er eigenlijk toch wel zijn. Op 6 van de 15 door mij bezochte bedrijven in de Krimpenerwaard waren vogels aanwezig.

 

Bonte Vliegenvanger ( Ficedula hypoleuca )

Dit jaar waren er helaas geen waarnemingen van deze soort. Vorig jaar was er nog een waarneming in Haastrecht. Het jaar 2000 was echter ook al Bonteloos maar daarvoor was het 5 jaar raak. Het blijft elk jaar bij enkele doortrekkers die onze waard aandoen.

 

Wielewaal ( Oriolus oriolus )

Dit jaar was er na 2 jaar afwezigheid weer een Wielewaal te horen en wel bij de Kwakels. Op 19 mei werd hier een vogel gehoord. Bij nadere info bleek hier vorig jaar ook al een vogel gezeten te hebben. Wie weet door het ouder worden van delen van het Loetbos er toch weer Wielewalen komen broeden.

 


Zomertortel ( Streptopelia turtur )

Dit jaar werd er wederom maar 1 voorjaarswaarneming gedaan en wel op de Zaag, overvliegend op de BBD. Een leuk feit is dat Cor Oskam de enige is die deze vogel de afgelopen drie jaar al heeft gezien.

 

Kneu ( Carduelis cannabina )

Het was drie jaar geleden dat de soort in de eerste week van maart weer werd gezien. Op 6 maart werden er twee vogels gezien in de Krimpenerhout. Daarna was de eerst volgende datum 15 maart, 2 vogels in polder Beneden Haastrecht.
Kemphaan ( Philomachus pugnax )

Dit jaar werden de eerste Kemphanen gezien op 28 februari en wel in polder Hoek. Hier zaten 10 kemphanen tussen honderden Kieviten. De eerst volgende waarneming was van 6 vogels langs de Slangenweg te Vlist op 3 maart. Kemphanen komen in de polder vanaf februari tot ver in mei voor. Daarna weer vanaf juli tot in de wintermaanden.

 

Regenwulp ( Numenius phaeopus )

Op 17 maart werden door 3 waarnemers regenwulpen gezien. De eerste was echter in Vlist. De andere twee waarnemingen werden gedaan langs de Hollandse IJssel.
Een betrof 1 vogel en de andere wel 20 vogels.

 

Zwarte Ruiter ( Tringa erythropus )

Op 15 februari werd er een Zwarte ruiter gezien in de gebieden van SBB te Keulevaart. Deze datum betekent de vroegste ooit wat betreft het fenologie. De vroegste datum was 17 maart. In totaal werden er dit voorjaar maar 4 vogels waargenomen waarvan 2 in de Krimpenerhout.

 

 

Groenpootruiter ( Tringa nebularia )

Dit jaar was deze ruiterachtige, waar de ringgroep die o.a. in de Krimpenerwaard ringt naar vernoemt is, goed op tijd. Op 10 april werd de eerste vogel gezien in het Loetbos samen met een witgat. De eerste waarneming daarna betrof een vogel bij het Doove gat op 18 april.

 

Witgat ( Tringa ochropus)

De beste tijd om de eerste Witgatten te zien zijn de laatste week van maart en de eerste week van april. Deze vogel overwintert in Nederland overigens ook in een klein aantal. Op 29 maart werd echter een duidelijk op trek zijnde exemplaar gezien in polder Beneden Haastrecht.
Kort daarna, op 31 maart, werd in de Bonrepas een ander exemplaar gezien. De andere waarnemingen liepen door tot 18 april.

 

Oeverloper ( Achites hypoleucos )

Dit jaar werden maar 4 waarnemingen toegezonden. Waarvan twee op de Zaag, een te Lekkerkerk en twee vogels te Bonrepas. De eerste waren de vogels te Bonrepas op 4 april. De anderen op 3 mei (L'kerk), en 4 mei (Zaag).

 

Bosruiter ( Tringa glareola )

Er werden dit jaar twee waarnemingen toegezonden en wel van vogels op 4 en 5 mei. Op 4 mei werden er 4 vogels gezien op de Zaag tijdens de BBD en op 5 mei is een 'concurrent' de vogels ook nog wezen opzoeken en hij had het geluk dat de vogels nog mooi te bekijken waren. Elk jaar worden er in de Krimpenerwaard hele kleine aantallen gezien. Nergens in Nederland zijn er plekken aan te wijzen waar honderden vogels te zien zijn. De vogel vliegt graag alleen of in kleine groepjes.

 

Kleine plevier ( Charadrius dubius )

Er werden drie Kleine plevieren gezien. De eerste werd op 11 maart gezien in Keulevaart en de 2e op 16 maart ook te Keulevaart. In deze polder liggen afgegraven gedeelten waar altijd wel slikrandjes te vinden zijn.

 

Bontbekplevier ( Charadrius hiaticula )

Een leuke waarneming was van een Bontbekplevier in Keulevaart. Dit is een soort die heel schaars is binnen onze polder. Op 16 maart zat deze vogel in het gebied samen met Kleine plevieren.

 

Lepelaar ( Platalea leucorodia )

Er werden dit jaar 4 waarnemingen van Lepelaars ingezonden. Op 26 februari vlogen er al twee over Krimpen a/d IJssel. Op 19 maart vlogen twee vogels over de Krimpenerhout eerst richting noord en daarna richting zuidwest. Op 29 maart zat er een vogel in polder Beneden Haastrecht. Op 19 april vlogen er ook twee vogels over Gouderak.

 

Koereiger ( Bubulcus ibis )

Op 4 mei werd tijdens de BBD deze schitterende soort gezien. De vogel liep, hoe kan het ook anders, tussen koeien in polder Beneden Haastrecht. Het team Kleyheeg ontdekte de soort in hun 'achtertuin' en waren zo sportief om de soort door te melden.

 

Roodborsttapuit ( Saxicola rubicola )

Op 21 april werd een vogel gezien bij de Berkenwoudse boezem. Het was de enige waarneming. In het voorjaar is de soort zeer schaars.

 

Wespendief ( Pernis apivorus )

Tijdens de BBD vloog een vogel in polder Middelblok




Dit jaar is er weer een overzicht gemaakt van de resultaten per deelnemer. Elke deelnemer krijgt punten voor haar, zijn of hun score. Een soort als 1e zien is 2 punten en een soort als 2e zien is 1 punt waard. Hieronder het overzicht van de fenologie uitslagen;

Naam deelnemer:

Aantal pnt;

Aantal soorten als 1e ;

Aantal soorten als 2e ;

    

E. Kleyheeg

24

9

6

C. Oskam

22

8

6

H. Blom

19

9

1

A. Dorsman

17

4

9

L. Groen

15

5

5

T. van Ree

10

4

2

M. Schildwacht

8

3

2

H. Gazan

6

2

2

I. Verwaard

6

2

2

M. Spruit

4

1

2

P. Berger

3

0

3

MJ. Anker

3

1

1

G. Blom

2

1

0

L. van Ree

2

0

2

H. de Wit

2

1

0

N. en L. den Hartog

2

0

2

E. Boudesteyn

2

1

0

Dit jaar was het als verwerker van de gegevens heel erg leuk om het fenologie te maken. Ten eerste omdat er leuke soorten waren gezien en vele op aparte datums. Maar ook omdat bleek dat dit jaar de fenoloog van de afgelopen twee jaar, Cor Oskam, duidelijk meer concurrentie had. Maar duidelijk bovenaan en verdiend staat dit jaar de jongste van allen, Erik Kleyheeg. Erik van harte gefeliciteerd.

 

Het verslag van dit jaar kon natuurlijk niet gemaakt worden zonder de medewerking van veel actieve leden. De volgende personen hebben meegedaan aan het fenologie 2002:

H. Blom, G. Blom, A. Dorsman, C, Oskam, M. Spruit, E. Kleyheeg, M. Schildwacht,
L. en N. den Hartog, L. Groen, I. Verwaard, H. Gazan, H. de Wit, T. van Ree, B. van Vliet, L. van Ree, M.J. Anker, P. Berger, N. A.H. D. van Leeuwen en E. Boudesteyn.

 

Ik wil iedereen bedanken voor het inzenden van hun fenologie formulieren. Hartstikke mooi dat er dit zoveel mensen meegedaan hebben en ik hoop in het 2003 de 21 deelnemers te verbeteren. Tot ziens!

 

Harm Blom

Laatst aangepast op woensdag, 24 september 2008 12:57